U heeft bananen in uw oor

Het is voor advocaten doorgaans een belangrijk punt en het zou voor verdachten wat meer een aandachtspunt mogen zijn: proceshouding. Want hoe gedraag je je eigenlijk als verdachte in het beklaagdenbankje? Wat willen rechters horen? En wat juist niet? Dit is een poging om aan te beschrijven wat de beste proceshouding is.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: rechters zijn professionele procesdeelnemers, die wel het een en ander gewend zijn. In de 25 jaar dat ik nu in rechtbanken door het hele land kom, valt mij nog steeds op hoe rustig en stabiel rechters zijn. Hoeveel geduld ze hebben en hoe ze zelden tot nooit uit hun rol vallen.

Ook als verdachten over alle grenzen gaan.

Maar rechters zijn ook mensen. Met emoties en gevoel. Hoe een verdachte zich opstelt is wel degelijk van belang en kan een impact hebben op de uitkomst van een zaak. Dat zit doorgaans niet in de weging van het bewijs (maar dat kan wel), maar vooral in de strafmaat. Een verdachte die zich als een totale asociaal opstelt, doet zichzelf bepaald geen dienst. Het kan je in voorkomende gevallen een hogere straf opleveren. Wat het bewijs betreft: het gaat in een rechtszaak niet alleen om wettig bewijs (aangifte, DNA, verklaringen), maar ook om de overtuiging.

En die overtuiging kan wel degelijk onder invloed staan van hoe je overkomt op een rechtbank.

Bananen

‘De politierechter heeft bananen in zijn oren, is juridisch gebrekkig, bij voorbaat totaal vooringenomen en hooguit van Hbo-niveau. De wrakingskamer is
als een heroïnejunk die telkens een uitspraak uit 2018 in de eigen aderen spuit‘.

Dat waren woensdagmiddag de woorden van de extreemrechtse Micha van Tongeren tegenover de (donkere) politierechter. Van Tongeren is zelfbenoemd voorzitter van de omstreden en racistische Stichting Uitbanning Genocide en stond deze week in Amsterdam terecht omdat hij politicus Frans Timmermans de belofte had gedaan van een zekere dood door een vuurpeloton.

De linkse politicus Timmermans zou namelijk verantwoordelijk zijn voor de genocide op de blanke Nederlandse bevolking. Juridisch vormen deze teksten een bedreiging, het gaat immers op het opwekken van de vrees dat het slachtoffer het leven zal laten.

Toen de politierechter de tweede wraking van Van Tongeren (hij eiste extreem veel tijd voor zijn laatste woord, maar kreeg dat terecht niet) persoonlijk afwees (ja, dat kan), deed ze meteen uitspraak en veroordeelde hem onverkort tot een werkstraf van 50 uren (richtlijn schrijft boete voor, maar zwaardere straf kan als slachtoffer politicus is).

De strafzaak volgde overigens  op een eerdere zitting in Amsterdam waar ik verslag van deed, waarna ik meerdere kleinerende mails ontving van de heer Van Tongeren.  Zo schreef hij onder meer ziekelijke teksten over mijn kankerdiagnose, suggereerde hij ik mijn ziekte verzonnen had om donaties te krijgen en stelde meerdere keren dat hij in alles superieur was aan mij.

Hij ondertekende zijn mail met zijn naam en de tekst dat hij wél tumorvrij was. Ergens had ik het idee dat hij het niet helemaal eens is met mijn artikelen.

Kleinerend

Of de denigrerende, kleinerende en ongepast persoonlijke woorden van de racist tijdens zijn verweer impact hebben gehad op het finale oordeel van de rechter, valt niet te zeggen. Maar ik durf wel te stellen dat het hem ook bepaald niet geholpen heeft om wat meer begrip te kweken voor zijn racistische en ongepaste daden.

Wie zich bij herhaling opstelt als een halve malloot, kan in het leven doorgaans niet rekenen op veel clementie of begrip. Daar had de zichzelf superieur wanende Van Tongeren met zijn onmetelijke intellect kennelijk geen rekening mee gehouden. Het zal ook geen toeval zijn dat zijn advocaat er voor de tweede zitting al de brui aan had gegeven.

Aan sommige klanten valt simpelweg geen eer te behalen. Die ben je liever kwijt dan rijk.

Intimiderend

Vooropgesteld: voor de rechter staan is geen pretje. In de regel is het best intimiderend om in het verdachtenbankje te zitten. Met een streng kijkende officier van justitie en een kritische rechtbank pal voor je neus. Rechters ook nog eens die het strafdossier hebben gelezen en deels al wel een idee hebben van schuld en strafmaat. Dat rechters een verdachte voor onschuldig moeten houden tot het tegendeel bewezen is, is een mooie grondhouding, maar in de praktijk hebben rechters natuurlijk al wel een bepaald beeld in hun hoofd voor de zitting begint.

Dat zenuwachtige verdachten door de spanning zichzelf niet zijn, is normaal en ook iets waar rechters doorgaans rekening mee houden. Ze zijn zoals gezegd echt wel wat gewend.

Daar zitten echter wel grenzen aan. Waar sommige verdachten niet bijster slim overheen denderen.

Maar hoe stel je je dan wel op? Op basis van meer dan 10.000 bijgewoonde rechtszaken door praktisch het hele land heb ik wel een aardig idee, al is iedere zaak natuurlijk anders.

Door de bank genomen zijn rechters gecharmeerd van respect, zelfinzicht, realisme en spijt.

Respect

Het is bepaald niet zo dat een verdachte zichzelf kleiner moet maken dan hij of zij is. Je hoeft niet nederig te knielen voor het aanzien van de togadragers. Je zit er als verdachte, je hebt rechten en je mag jezelf verdedigen. Je hoeft geen antwoord te geven op vragen en mag het bijvoorbeeld zeker aangeven als rechters zaken voorhouden die in het dossier anders naar voren komen.

Maar de rechtszaal is wel een plek waar in alle rust een zaak inhoudelijk en met respect moet worden behandeld. Met de nodige achting voor ieders rol. De rechtbank is aangesteld om je zaak te behandelen en het geeft geen pas om net te doen alsof je in de kroeg staat met je maten. Er is doorgaans weinig tot geen waardering voor persoonlijke aanvallen of kwetsende woorden. De rechters zitten er namelijk niet voor zichzelf, maar vertegenwoordigen een instituut. Daarom is het ook te doen gebruikelijk om bij binnenkomst van de rechtbank op te staan. Uit eerbied voor het instituut, niet als kruipen voor de rechters zelf.

Zelfinzicht

Een wat lastiger onderdeel, want zelfinzicht vereist dat je verantwoordelijkheid neemt voor je daden. En toegeven dat je bepaald gedrag hebt laten zien, is nogal tricky als op dat gedrag mogelijk een vrijheidsstraf staat. Dat gezegd hebbende: als je als verdachte deels of helemaal toegeeft dat je fouten hebt gemaakt, wil de rechtbank doorgaans wel graag weten of je zelf doorhebt waarom je die fouten hebt gemaakt. Dat is namelijk nogal van belang om een inschatting te maken van de kans dat je opnieuw in de fout gaat (recidive). Los van vergelding en algemene preventie, dient een rechtbank namelijk ook expliciet te kijken wat er moet gebeuren om ellende in de toekomst te voorkomen.

Realisme

Er zijn mensen die tegen de klippen op ontkennen dat ze uberhaupt iets hebben gedaan. Als dat echt zo is, dan is dat logisch. Mits je een paar realistische argumenten hebt om aan te tonen dat je ook echt onschuldig bent. Maar je moet jezelf ook niet voor de gek houden. Ik meen dat slechts 7% van alle strafzaken uiteindelijk een vrijspraak oplevert. De kans dat u schuldig bent, is vrij groot. Al was het maar omdat het OM natuurlijk goed nadenkt over welke zaken ze voorleggen aan de rechtbank. Er wordt in Nederland nogal wat geseponeerd (geen vervolging) en dat is niet voor niets.

Rechters houden ervan als je enig realisme toont. Als je DNA is gevonden op de plaats delict, meerdere getuigen je aanwijzen als de dader en je bij je eerste verhoor hebt aangegeven dat je het hebt gedaan, dan komt het niet erg sterk over om tijdens de zitting alsnog te ontkennen.

Dat kan zelfs juridisch tegen je werken, want rechtbanken mogen het als bewijs gebruiken als een situatie schreeuwt om bewijs, maar je totaal niet met iets van een verklaring komt waarom het anders kan liggen. Of gewoon helemaal maar zwijgt. Tijdens je eerste verhoor zwijgen is op zich best verstandig (daarom adviseren advocaten het ook), maar blijven zwijgen tijdens een rechtszaak, terwijl het einddossier vol in je nadeel is, gaat je zeker niet helpen.

Spijt

Ook een lastige, want wie zegt ergens spijt van te hebben, erkent meteen iets verkeerd te hebben gedaan. Maar bij een bekentenis (deels of helemaal) willen rechters wel graag horen dat het je spijt. Ook dat slaat weer terug op het zelfinzicht, is meestal prettig om te horen voor de slachtoffers en zegt iets over de kans op recidive.

Zelfs als je ontkent, is het verstandig om iets van spijt in je woorden te leggen. Denk bijvoorbeeld aan de zedenzaak rond Ali B. (in eerste aanleg veroordeeld tot twee jaar celstraf voor aanranding en poging verkrachting).

Natuurlijk is het zo dat B. ontkende, maar in plaats van de aangeefsters direct verbaal aan te vallen (waar ook zijn advocaat Bart Swier aan meedeed), was het verstandiger om in ieder geval aan te geven dat je het bijvoorbeeld vervelend vindt dat de vrouwen zaken anders hebben ervaren. Een beetje aandacht voor het leed dat bij de aangeefsters hoorbaar aanwezig is, kan je wel degelijk helpen bij het bepalen van de strafmaat.

Impact

De rechters hebben namelijk het dossier gelezen, inclusief de slachtofferverklaringen. In heftige zaken (denk aan femicide of dodelijk verkeersongevallen) hebben die verklaringen impact. De soms zeer emotionele woorden van slachtoffers dringen ook door bij de rechters. Als verdachte ken je die verklaringen en ook zonder een volledige bekentenis te hebben afgelegd, kun je daar empathie voor opbrengen.

Sommige verdachten doen dat in de praktijk ook. Door bijvoorbeeld aan te geven dat ze het vreselijk vinden voor de slachtoffers, maar dat ze zelf niet schuldig zijn. Er zijn zelfs (wel bekennende) verdachten die (het andere uiterste natuurlijk) zelf aangeven dat ze een straf verdienen en dat ze het persoonlijke leed van slachtoffers nooit meer goed kunnen maken.

Onmogelijk

Verdachten reageren allemaal anders en dat is iets waar rechters zeker rekening mee houden. Zoals ze ook meewegen dat er verdachten zijn die zichzelf volledig onmogelijk maken. Door bijvoorbeeld te weigeren om te gaan zitten (Alice Bosman), steeds weer kansloos te wraken (Micha van Tongeren, Karim Aachboun), de rechters of de officieren van justitie persoonlijk aan te vallen of zelfs persoonlijk aansprakelijk te stellen als ze niet doen wat de verdachte wil (Alice Bosman, Micha Kat).

Natuurlijk is het lastig om je positie te bepalen. Veel verdachten zitten voor de eerste keer in een rechtszaal en er kan best veel op het spel staan. Dat mensen niet helemaal weten hoe ze moeten reageren, is heel erg begrijpelijk. Maar met een normale set aan omgangsvormen en een goede advocaat kun je ver komen.

Advocaat

Want dat is iets wat niet vaak genoeg gezegd kan worden: schakel een advocaat in. Uiteraard moet je die wel kunnen betalen (en dat kan lastig zijn), maar een ervaren advocaat weet wel hoe de hazen lopen, kan je adviseren en is ook in staat om tijdens de inhoudelijke behandeling van een rechtszaak wat bij te sturen, de rechtbank te wijzen op specifieke persoonlijke omstandigheden of om een pauze verzoeken om je even weer op het rechte spoor te krijgen of om je wat lucht te geven.

En dat staat nog los van het harde gegeven dat een advocaat je kan ontraden om naar de zitting te komen met een T-shirt met de tekst ACAB op borst of rug. Het verhullen van wat al te agressieve tatoeages kan ook van waarde zijn. Ook rechters gaan af op een eerste indruk en we kunnen allemaal heel hard gaan roepen dat tatoeages of kleding niets te maken hebben met iemands karakter, maar ook rechters zijn gevoelig voor de werking van vooroordelen of aannames.

Rechters

Maar proceshouding is natuurlijk niet het hele verhaal. Er wordt ook wat van de rechters verwacht. Doorgaans gaat dat best goed, maar soms kom je rechters tegen die op de een of andere manier een verdachte verkeerd inschatten. Die niet goed invoelen dat straattaal niet hetzelfde is als respectloos en die zenuwen verwarren met een verkeerde houding of stoerheid. Het is ook een kunst om je als rechter een beetje in te leven in de belevingswereld van een verdachte. Zo vergeet ik nooit meer dat een relatief jonge verdachte de vraag kreeg hoeveel hij dronk op een uitgaansavond. De man gaf netjes aan dat hij vier biertjes dronk en de rechter merkte vervolgens op dat een dergelijk excessief drankgebruik wel erg zorgelijk is.

Laten we zeggen dat je dan als rechter niet helemaal in contact staat met de realiteit op dit vlak.

Wieland

Er zijn ook rechters overigens die dat wel heel goed kunnen. Die zich uitstekend kunnen verplaatsen in een verdachte en hun communicatie ook afstemmen op hoe een verdachte denkt en doet. Zo vergeet ik nooit meer dat rechter Frank Wieland het hele papieren dossier (toen er nog geen computers werden gebruikt) terzijde schoof en simpel aan de verdachte vroeg om zijn verhaal zelf te vertellen en in gesprek te gaan. Wieland voelde haarscherp aan dat die specifieke verdachte dat op dat moment nodig had.

Wat dat betreft werkt het natuurlijk twee kanten op.

Of u met dit verhaal en het toepassen van deze ‘regels’ als verdachte een vrijspraak af gaat dwingen, waag ik ernstig te betwijfelen. Maar ik durf wel te zeggen dat een goede proceshouding in uw voordeel gaat werken.

Doe er uw voordeel mee, want iedereen kan op een slecht moment in dat beklaagdenbankje komen te zitten.

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt mij ook met een vast bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -
Delen

Eén reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *