Home > misdaad > De gruweldood van de pas 7-jarige Efrat
misdaad

De gruweldood van de pas 7-jarige Efrat

Het is muisstil in de rechtbank van Amsterdam. Aan de muren springen beeldschermen aan. Op het beeld is een straat in de hoofdstad te zien. Het is druk. We zitten op enkele minuten van een enorme tragedie.

De voorzitter van de rechtbank laat het publiek weten dat ze gerust de zaal mogen verlaten als ze niet willen zien wat straks pijnlijk duidelijk op de schermen zal verschijnen.

De voorzitter van de rechtbank laat het publiek weten dat ze gerust de zaal mogen verlaten als ze niet willen zien wat straks pijnlijk duidelijk op de schermen zal verschijnen. Het is druk in de zaal. Slechts één vrouw kiest er voor om niet langer aanwezig te willen zijn. Ze weet wat er komt en heeft geen zin in nachtmerries. De rest blijft zitten en zwijgt. Bang voor wat ze denken dat er zal komen.

Op de beelden van een camera aan de Ferdinand Bolstraat is minutenlang weinig te zien. Een straat met winkelend publiek. Van enige hoogte opgenomen. We zien auto’s passeren. Fietsende mensen die op weg zijn naar wat ze die dag van plan waren te doen. Een vrouw gooit een afvalzak in een container. Een student haalt zijn fiets van het slot en rijdt weg. Twee vrouwen maken op de stoep een praatje. Een alledaags tafereel.

Op ongeveer vier meter afstand van de beeldschermen zit Koos. Vlak voor zijn drie rechters. Zijn advocaat zit een stoeltje achter hem. Op zijn tafel het strafdossier. Koos kiest er voor om niet weg te kijken. Ook al weet hij dat het gruwelijk zal zijn. Ook al weet hij dat niemand het hem kwalijk zal nemen als hij zijn hoofd af zal wenden.

Akelig scherp

Koos voelt zich geen crimineel. Maar hij staat vandaag wel terecht voor een gruwelijk feit. Of eigenlijk voor een gruwelijk gegeven. Hij weet als geen ander wat er straks op de beelden te zien zal zijn. Dat wat hij toen niet wilde zien, springt straks akelig scherp de rechtszaal in. Vaak zijn beelden van beveiligingscamera korzelig en onduidelijk. Vandaag is dat helaas niet het geval.

De rechtbank kiest er voor om ruim voor de tragedie de beelden te laten starten. Niemand in de rechtszaal spreekt als de minuten traag passeren. Dan komt de 7-jarige Efrat in beeld. Een springerig meisje dat met veel moeite en geslinger door de Ferdinand Bolstraat fietst. Achter haar manoeuvreert haar vader in een bakfiets behoedzaam door de straat. Dan valt Efrat. Het lijkt alsof de tramrails haar toch al wankele evenwicht definitief verstoren. De zaal houdt de adem in, maar er gebeurt nog niets. De vader doet wat iedere vader zou doen. Hij helpt het meisje omhoog. Zij fietst weer slingerend verder. Hij raakt door de reddingsactie achterop. Een meter. Drie meter. Efrat trapt vrolijk door. Haar vader ziet de afstand tot zijn kind steeds groter worden.

Aan de linkerkant van het beeld staat dan al geruime tijd een 25 ton zware vrachtwagen te wachten. Koos zit aan het stuur. Hij is een ervaren chauffeur en kent de gevaren en de brutaliteit van fietsstad Amsterdam. Om problemen te voorkomen heeft hij zijn zware combinatie strak tegen de stoep gezet. Op rechts kan niemand er meer voorbij. Zijn volgende station is een bloemenstalletje nog geen tien meter verder. Als zijn bijrijder weer veilig op de achtersteunen staat, geeft Koos gas. Hij kiest er voor om zich knipperlicht niet aan te zetten. Hij moet immers maar een klein stukje rechtdoor. En dus blijft de camera die alles ziet wat Koos niet kan zien ook op zwart.

Schommelend fietsje

Chauffeur Koos ziet op dat moment niet wat de hele rechtszaal wel ziet. Efrat is op haar schommelende fietsje de vuilniswagen bijna voorbij. Ze stuurt ineens met een ruk naar rechts, waarschijnlijk om niet opnieuw gegrepen te worden door de tramrails. Het kleine wankele fietsje schiet gevaarlijk dicht naar de zware truck toe. Koos in de vrachtwagen ziet het niet. Hij heeft zijn voet op het gaspedaal, de zware vrachtwagen begint te rollen. De enige Koos die het wel ziet, is de Koos in de rechtszaal. De Koos die er niets meer aan kan doen. Die de tijd niet terug kan draaien, al had hij het zo graag gewild.

Dan gaat het snel. Efrat botst met haar fietsje tegen de truck. Ze valt. De rechtszaal lijkt even niet meer te ademen. Ogen worden groter. De fiets springt onder het meisje vandaan en klettert op het wegdek. Efrat valt ongecontroleerd verder. Het is een ongelijke strijd. De vuilnisauto stopt niet. Haar kleine lijfje verdwijnt onder de voorbanden. Komt er dan even kort weer onder uit, om vervolgens als een machteloze lappenpop ook door de twee assen van de achterwielen te worden overreden. De rechtszaal slaakt collectief dezelfde kreet. Een langgerekt aaaaah klinkt zacht door de ruimte. Een mengeling van shock, medeleven en afgrijzen. Dan is het weer ijzingwekkend stil. De zaal collectief verslagen.

Op de beelden buigt ondertussen het eerst nog zo alledaagse tafereel van een winkelende straat om. Mensen blijven in shock staan. Een vrouw rent op het verwrongen lijfje van Efrat af. Als ze vlak bij haar staat, deinst ze terug en slaat ze haar handen voor haar ogen. De vader van Efrat smijt zijn bakfiets aan de kant en rent naar haar toe. Er is paniek. Mensen schreeuwen. Winkeliers kiezen er voor om niet meer te kijken in een poging het leed te stoppen.

Buitenspiegel

Koos blijft in zijn cabine. Hij heeft gezien dat er iets achter zijn auto wegsprong. Zijn bijrijder duikt op in zijn buitenspiegel en aan het lijkbleke gezicht van zijn collega heeft hij meer dan genoeg. Uit de cabine stappen durft hij niet meer. ‘Ik wist dat het helemaal mis was, ik verstijfde. Ik ben niet uitgestapt, ik durfde niet’. Zijn grootste nachtmerrie is uitgekomen.

Efrat leeft als door een wonder nog een uur. In het ziekenhuis blijkt medisch ingrijpen echter kansloos. Het kleine meisje sterft aan de gevolgen van interne bloedingen. Chauffeur Koos zit dan al in een cel. Afgesloten van de buitenwereld. Niemand vertelt hem iets. Hij voelt zich behandeld als een crimineel. Wat heeft hij dan gedaan? Waar is hij dan de fout in gegaan? Niet veel later vertelt men hem wat hij niet had willen horen. Hij heeft een meisje doodgereden.

|In de rechtszaal is het uiteindelijk de rechter die de stilte doorbreekt. Hij zegt dat er vandaag moet worden gekeken naar schuld. En niet naar opzet. Hij zegt dat ook de rechtbank wel weet dat dit nooit de bedoeling was van Koos en betuigt zijn medeleven aan de nabestaanden van Efrat, al zijn die vandaag niet naar de rechtbank gekomen. Het is allemaal te belastend voor ze. Een vertegenwoordiger is er wel. Zij luistert voor de oren die er niet zijn.

Koos vertelt wat hem in zijn ogen is overkomen. Dat hij die ochtend alles deed wat hij moest doen. Zijn wagen controleren, de spiegels opnieuw afstellen. Dat wat hij al jaren iedere ochtend deed om veilig door het drukke Amsterdamse verkeer te kunnen laveren. Zijn ogen zijn altijd bezig met het overige verkeer. Constant van spiegel naar spiegel naar spiegel. Hij had de kleine Efrat echt niet gezien, anders was het wel anders afgelopen. Als Koos even een moment over zijn eigen dochters praat, krijgt hij het te kwaad. Hij vertelt de rechters dat hij nu als geen ander weet dat het allemaal zomaar ineens over kan zijn.

Allerlei variabelen

De advocaat van Koos ziet geen schuld. Hij spreekt van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Van allerlei variabelen in het leven die er voor zorgen dat een vrachtwagenchauffeur niet kan zien wat hij wel zou moeten zien.

De officier ziet dat anders. Uit onderzoek is gebleken dat een van de spiegels niet staat zoals de wet voorschrijft. De dode hoek is groter dan wettelijk toegestaan. Efrat moet vier seconden voordat ze definitief onder de zware banden verdween, in het zicht zijn geweest. Die vier seconden bepalen wat de officier betreft het verschil tussen een veroordeling en een ongeluk zonder schuld en opzet.

Vier seconden. Terwijl de rechtszaak vordert, dwalen mijn gedachten af. Wat als Efrat vier seconden later was geweest? Omdat ze een ander jasje aan wilde? Wat als ze eerder niet was gevallen en haar vader nog gewoon naast haar reed? Wat als de bijrijder van Koos nog een extra vuilniszak had moeten sjouwen die dag? Of een praatje had gemaakt met een winkelier? Wat als de camera op de vuilniswagen gewoon altijd aan had gestaan?

Zinloze vragen. Ik weet het. De tijdlijn van het leven van Efrat is onomkeerbaar. ‘Wat als’ bestaat niet. Het is gegaan zoals het is gegaan. Wat Koos nu weet is iets wat wij allen eigenlijk maar al te goed weten, maar waar wij niet te lang stil bij willen staan. Dat het leven fragiel is en we ieder moment van de dag aan het noodlot ten onder kunnen gaan. Dat we onze kinderen niet altijd kunnen beschermen, al willen we dat nog zo graag.

Twee weken na het zien van de beelden valt de hamer van de rechtbank. Vrijspraak. De rechtbank durft niet met zekerheid te zeggen dat de spiegel van de vrachtwagen verkeerd stond afgesteld. Er zat simpel teveel tijd tussen het ongeluk en de reconstructie van de politie. Bovendien heeft de politie niet goed duidelijk kunnen maken of de reconstructie van het ongeval wel helemaal in orde was.

Alles aan de rechtszaak is onbevredigend. Een vrijspraak door gebrekkig onderzoek. Een zinloos spel van seconden rond de dood. Maar feit is dat Koos geen straf krijgt. Ik weet niet of zijn geweten daar iets mee kan. Een definitief oordeel over het vreselijke ongeluk blijft immers uit.

Een rechtszaak kent een begin en een einde, maar gedachten niet. Die hebben de hinderlijke neiging door te zeuren. Bijna iedere dag zie ik in Amsterdam wel een vuilnisauto door het verkeer gaan. Met op de flanken van de cabine een felle markering om de dode hoek aan te geven. Sinds de rechtszaak van Efrat vraag ik mij steeds af of de vrachtwagen die ik zie, misschien verantwoordelijk is geweest voor de dood van het meisje. Het is een zinloze gedachte.

Zoals de vreselijke dood van Efrat aan alle kanten zinloos was.

Geef een reactie