Home > misdaad > Fatale kortsluiting in het hoofd
RTL Late Night /YouTube
misdaad

Fatale kortsluiting in het hoofd

Ik moet u waarschuwen. Dit is geen prettig verhaal. Het zal vermoedelijk het uiterste vergen van uw begrip en het zal op zeker onbevredigend aflopen. Dit stuk gaat over een gevaar dat voor u naar alle waarschijnlijkheid een stuk realistischer is dan IS.

Ik moet u waarschuwen. Dit is geen prettig verhaal. Het zal vermoedelijk het uiterste vergen van uw begrip en het zal op zeker onbevredigend aflopen. Dit stuk gaat over een gevaar dat voor u naar alle waarschijnlijkheid een stuk realistischer is dan IS.

We beginnen op de Keizersgracht in Amsterdam. Het is 17 februari 2016. De klok is de twee uur ruim gepasseerd. We staan voor het kantoor van de gerenommeerde architect Marcel van der Schalk. De succesvolle ondernemer is druk bezig met een enorm project. Een pand van 50 duizend vierkante meter moet opgeleverd worden. Van der Schalk loopt even naar buiten om te telefoneren als hij iemand aan ziet komen lopen met twee rolkoffers.

Pijn

De architect loopt in de richting van de gracht om niet in de weg te lopen. Zijn ogen zijn gericht op wat er voor hem ligt, het water en de grachtenpanden. Dan voelt hij ineens een heftige stekende pijn in zijn nek. Hij merkt ondanks de ondraaglijk gloeiende pijn dat iemand een mes door zijn keel steekt, er weer uit weet te trekken en opnieuw met kracht toeslaat. Van der Schalk draait zich om en kijkt in ogen vol haat. Hij probeert de steken af te weren en voelt het mes langs zijn vingers gaan. Langzaam verdwijnt de kracht uit zijn lijf. De doodsangst slaat toe. Hier kan hij niet tegen vechten. In een laatste poging om zijn leven te redden, loopt de architect weg. Weg van het gevaar. Dan voelt hij hoe het mes van zijn belager diep in zijn rug wordt gestoken. Zo diep dat het lemmet breekt en in zijn lichaam blijft zitten.

Van der Schalk blijft ondanks de zware verwondingen bij bewustzijn. Hij ziet zijn aanvaller rustig weglopen, de koffers in zijn hand. Hij kan alleen maar toekijken hoe de man in een taxi stapt. Hij hoort hem zeggen dat hij naar het Centraal Station moet. Omstanders grijpen in en niet veel later is de politie ter plaatse. Hulpverleners snellen toe om het zwaar gewonde slachtoffer te helpen. Pas later zien ze dat Van der Schalk niet alleen in zijn nek, maar ook in zijn rug is geraakt. Het afgebroken mes zit zo diep dat niemand in eerste instantie door heeft dat het stevig in zijn lichaam is verzonken.

Horrorfilm

In het ziekenhuis krijgt de horrorfilm een tweede bedrijf. Van der Schalk hoort dat de noodzakelijke operatie een groot risico vormt. De artsen gaan aan de slag. Ze weten het leven van de zwaar bloedende man te redden, maar dan krijgt hij opnieuw slecht nieuws. De punt van het mes zit zo dicht bij een slagader en de halswervel dat extractie een te groot risico is. Het slachtoffer zal moeten leven met het idee dat de ongenode gast in zijn nek nu of in de toekomst alsnog voor een dodelijke verwonding kan zorgen. Een onverhoedse beweging kan genoeg zijn om levensgevaarlijk letsel te veroorzaken. Het slachtoffer kan alleen maar hopen dat hij in de toekomst in de buurt van een ziekenhuis zal zijn als het mis zou gaan.

Van der Schalk krijgt van de politie en het Openbaar Ministerie te horen dat ze er alles aan zullen doen om de dader aan te pakken. Na twee maanden verliest hij die hoop als hij een briefje krijgt van de verdachte en zijn advocaat. Het slordig geschreven briefje valt op de mat op zijn woonadres. Te lezen valt dat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar is. Een straf is wettelijk niet mogelijk. De architect kan het niet accepteren. Hij trommelt de media op om aandacht te vragen voor zijn zaak. Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat de dader van deze laffe en volstrekt willekeurige daad zo maar weg zal lopen?

Rechtszaal

Op 19 juli 2016 loopt Van der Schalk naar de Parnassusweg in Amsterdam. Daar waar de rechtbank de zaak tegen de verdachte zal behandelen. In zijn kielzog vrienden, kennissen, agenten en komiek Andre van Duin. Zijn buurman aan de Keizersgracht. Als de zaal gevuld is, stapt de 24-jarige student Stefano P. binnen. Hij is deze dag op transport gegaan vanuit de kliniek waar hij is opgenomen. Twee potige agenten brengen hem naar de stoel vlak voor de drie rechters. De jongen oogt kwetsbaar. Hij realiseert zich dat hij de dader is geweest. Hij was het die in februari met een keramisch mes de onbekommerde levensvreugde uit een succesvolle architect joeg.

P. zit in zijn stoel als het slachtoffer de gelegenheid krijgt om gebruik te maken van zijn spreekrecht. Sinds 1 juli is dat recht onbeperkt. Een slachtoffer mag zeggen wat hij op zijn hart heeft. Minuut na minuut loopt Van der Schalk leeg over de verdachte. Dat hij niet monogaam is, laf en narcistisch. Dat hij geregistreerd zou moeten staan en gedwongen worden opgenomen. Dat het verhaal over de volledige ontoerekeningsvatbaarheid niet kan kloppen. Had de verdachte immers op zijn Facebook geen foto’s staan van feestjes? Dat het niet te begrijpen is dat het Openbaar Ministerie geen tbs zal eisen. Dan noemt Van der Schalk de advocaat van de verdachte in zijn verklaring. Het woord advocaat spuwt hij uit alsof het om een vreselijke ziekte gaat. Uiteindelijk is het zelfs de rechter te gortig. Of meneer zich nu misschien kan richten op de persoonlijke impact van het gebeuren?

Woede

Het is niet eens de inhoud van de verklaring die indruk maakt. De stem van Van der Schalk is volledig doordrenkt met woede en frustratie. Zijn stem klapt intimiderend luid en met vileine uithalen door de rechtszaal. Hier zit een man die niet kan accepteren wat hij hoort. De emotionele slachtofferverklaring lijkt op het eerste oog meer dan gerechtvaardigd. Van der Schalk is slachtoffer geworden van een zinloze en volstrekt willekeurige daad. Zijn leven is ernstig op de kop gezet door een dader die hem op een haar na had gedood op die dag in februari aan de Keizersgracht. Is het dan niet meer dan logisch dat de dader van deze laffe daad de hoogste straf krijgt? Of in ieder geval een langdurig gedwongen verblijf in een tbs-kliniek?

Stefano

Misschien niet. Want een verhaal heeft altijd meerdere kanten. In dit geval de nogal tragische kant van Stefano P. De student uit ItaliĆ« was in zijn leven bezig met een reis naar onafhankelijkheid. Weg uit het beschermende milieu van zijn moeder. Studeren in Engeland. En later door naar Nederland. Waar het gruwelijk misging. Onder invloed van stress en spanningen en bij gebrek aan een sociaal netwerk begint het te spoken in het hoofd van Stefano. Dezelfde spoken die in zijn familie hier en daar genetisch wortel hebben geschoten. Hij krijgt waanbeelden. Begint paranoĆÆde te worden. In zijn hoofd duiken stemmen op die zijn rationaliteit langzaam maar zeker wegduwen naar de verste randen van de werkelijkheid. Tot hij zelf die werkelijkheid niet meer kan zien. Waan en realiteit als een grote vlek door elkaar heen zijn gaan lopen.

Manipulatie

Zijn moeder krijgt verontrustende berichten. Stefano is niet blij met de contactlensvloeistof die hij heeft gekregen. Hij weet zeker dat iemand de vloeistof gebruikt om zijn gedachten te sturen. Uiteindelijk vertrouwt hij niemand meer en weet hij zeker dat zijn ouders door IS zijn gegijzeld. Hij moet de straat op. Hij zal en moet mensen ronselen om zijn ouders te kunnen bevrijden. Een bezoekje aan de psycholoog van de universiteit werkt niet meer. Stefano doet zijn verhaal, maar gaat weg als hij zelfs de hulpverlener niet meer vertrouwt. In het water van Amsterdam zitten verdovende middelen. Dat denkt hij. Mensen op straat zijn er op uit om hem te manipuleren.

Dan ziet hij een man staan voor een pand aan de Keizersgracht. De stemmen in zijn hoofd weten het zeker. Deze man moet hij treffen. Deze man is een gevaar. Had hij immers een ex-collega niet iets aangedaan? Deze man met ogen als een haai? Als een duivel? P. pakt het mes en slaat toe.

Vrije wil

Als een deskundige Stefano bezoekt, begint het beeld snel duidelijk te worden. De deskundige weet wat ze doet, ze is forensisch specialist en het is voor haar al vrij snel een uitgemaakte zaak. Stefano heeft een psychose gehad. Zware kortsluiting in het hoofd. De vrije wil van Stefano was volledig weg. Zijn handelen niet langer gestuurd door een besef van de realiteit. De stemmen namen zijn gedachten en gedrag over. Een eveneens gespecialiseerde psychiater begint aan zijn eigen onderzoek en bevestigt het rapport van de psycholoog. Stefano is volledig ontoerekeningsvatbaar. Hij heeft het vreselijke misdrijf niet willen plegen. Hij had op dat moment niet eens wat te willen. Stefano is wettelijk niets aan te rekenen.

Tijdens de rechtszaak krijgt de nog jonge psychologe het aardig voor de kiezen. De rechters vuren vragen op haar af. Hoe kan het dat iemand schijnbaar uit het niets een psychose krijgt? Hoe is het mogelijk dat iemand daar zo snel van kan herstellen? Is de recidive-kans echt acceptabel als Stefano straks terug mag keren naar Italiƫ? De officier van justitie doet er nog een schepje bovenop. Ze kan en wil niet accepteren dat het zo af gaat lopen. Dat de verdachte niet gestraft kan worden omdat hij door zijn stoornis geen dader kan zijn van handelingen waar hij zelf geen controle over heeft, is tot daar aan toe. Maar hoe zit het dan met de beveiliging van de maatschappij? Stefano moet wat de officier betreft weken lang naar een observatiekliniek en de officier wil twee nieuwe deskundigen voor een rapport. Ze zegt het niet, maar het is wel de conclusie. Deze deskundigen bevallen haar niet.

Ultimum

De psychologe blijft zonder problemen overeind. Ze legt geduldig uit dat het nu heel goed gaat met de verdachte. Dat hij in behandeling is geweest en trouw medicijnen tot zich heeft genomen. Dat hij ook voor het vreselijke incident zelf al hulp heeft gezocht. Inzicht heeft in zijn eigen kwetsbaarheid. En nu eigenlijk alleen moet leren hoe hij de signalen van mogelijke problemen in de toekomst beter dient te herkennen. Ze praat over een tbs die niet in de rede ligt. Omdat het een ultimum remedium is als andere vormen van behandeling niet werken. Omdat een tbs juist contra-productief zal zijn. Dodelijk voor het juist zo noodzakelijke en beschermende netwerk van de patiƫnt. Ze zegt onomwonden dat de behandeling van Stefano in een kliniek ten einde is. Dat de behandelaars tevreden zijn over hem. De psychologe weet het zeker. Als de wettelijk niet te straffen Stefano naar Italiƫ vertrekt, kan hij daar onder begeleiding van een psychiater een deugdzaam leven leiden. Het risico voor de maatschappij is beheersbaar.

Zoals altijd is het aan de rechtbank om een beslissing te nemen. De rechters wijzen het verzoek van de officier om Stefano te observeren resoluut van de hand. Niet nodig. Ook de komst van nieuwe getuigen ziet de rechtbank niet zitten. Ze twijfelen niet aan de kennis en de kunde van de deskundigen die nu al een advies hebben gegeven. Als tussenoplossing beslist de rechtbank om de psychiater, die op deze dag verhinderd was, op zitting te horen. Misschien kan hij nog wat extra vragen beantwoorden over de kans op recidive. De rechtszaak zal daarvoor met vijf weken worden uitgesteld.

Late Night

Nog diezelfde avond zit slachtoffer Marcel van der Schalk aan tafel bij RTL Late Night. De toon tussen de regels door is meteen gezet. Hoe is het mogelijk dat deze dader hier mee weg gaat komen? Dit kan toch niet? Er is niemand aanwezig om de andere kant van het verhaal te vertellen. Het verhaal van een hoofd met zware kortsluiting. De rechtvaardigheid van niet kunnen straffen als een verdachte nooit heeft geweten wat hij deed. De realiteit van een wet die voorkomt dat we mensen straffen die iets vreselijks hebben gedaan, maar nooit bewust dader kunnen zijn.

Veel kijkers van RTL Late Night zullen onvrede hebben gevoeld na de uitzending. Hoe kan het dat de wet zo tekort kan schieten? Waarom laat het Openbaar Ministerie dit beest gaan? Wat is er aan de hand met onze ‘softe’ rechtspraak? Ik zit thuis te kijken en zucht nog maar eens diep. Hier is niet meer tegen op te schrijven.

Onrust

De ergernis is echter snel weg en maakt plaats voor de onrust die ik altijd voel na rechtszaken waar het hoofd van een mens de grootste vijand is voor zichzelf. Mijn eigen onrust zit op een heel ander vlak en is bepaald niet nieuw. Ik weet dat de kans dat ik zal sterven tijdens een aanslag van IS kleiner is, dan de kans om in mijn eigen omgeving op een willekeurige dag een man te ontmoeten met kortsluiting in zijn hoofd. Met stemmen die hem zeggen dat ik een gevaar ben. En met een gebrek aan realiteitszin om zichzelf tegen te kunnen houden.

Het is niet de rechtspraak waar wij ons zorgen over moeten maken. Het is het keiharde en absolute gegeven dat 100% veiligheid niet bestaat en wijĀ het strafrecht schaamteloos vragen onrechtvaardig te zijn en het onmogelijke mogelijk te maken. In korte soundbites tijdens een populair avondprogramma op televisie.