De Nachtmerrie

Mocht u (zoals ik) in het bezit zijn van een prachtige dochter, dan is het wellicht niet raadzaam dit verhaal te lezen.

Dan weet u dat alvast maar even.

Ouders van hele jonge kinderen zitten vanaf het begin in een spagaat. Je wil je kinderen het liefst 24 uur per dag beschermen tegen het kwaad van buiten. Maar je weet ook dat ze zelf de wereld moeten ontdekken. Geen kind gedijt goed in een kooi, ook al is die bedekt met goud.

En zo schipper je als jonge vader tussen beschermen en loslaten. Tussen toekijken en alleen laten. Soms loerend vanuit een hoekje. Soms met pijn in je buik op veel te grote afstand van dat wat je het meest dierbaar is.

Peter is niet anders als andere vaders. Zijn Joyce van vier is hem dierbaar. Maar hij weet ook dat ze met vriendjes en vriendinnetjes moet kunnen spelen. Gewoon op straat voor hun huis.

Op 13 oktober 2013 is dat niet anders. Joyce speelt. Vader laat haar los. Tot hij haar ineens mist. En kijkt. En zoekt. En niet meer zal vinden.

Uren later is daar het verlossende telefoontje. Een onbekende vrouw uit een kilometers ver gelegen naburig dorp belt. Ze heeft een snikkend kind gevonden. Gewoon ergens op straat. Dat heel graag naar huis wilde, maar niet wist hoe ze daar moest komen. En dat ze bij een vreemde meneer in de auto moest stappen. Een meneer die aan haar plassertje had gezeten.

‘Hij was kaal en reed in een zwarte auto. Ik moest zijn piemel in mijn mond doen en doorslikken’

De getuige had bij het aanschouwen van het verdwaalde meisje al zo’n gevoel dat het niet goed zat. Het meisje liep met haar handjes tussen haar beentjes. Alsof ze moest plassen. Ze keek steeds achterom en was in zichzelf aan het praten. Alsof ze in haar eigen wereldje zat.

Een wildvreemde man. Gewoon in Nederland. Die op klaarlichte dag een spelend meisje van vier jaar oud in een auto trekt. Misbruikt. En vijf kilometer verder als gebruikt speelgoed dumpt. Zie maar hoe je thuis komt. Ik vertrek. Mijn lust is weer bevredigd.

Terwijl de vrouw die zich zo liefdevol ontfermt over je dochter praat over wat het meisje allemaal heeft gezegd, voel je de tranen komen. Je huilt. Van ellende. Van onmacht. Van woede.

Daar sta je dan. Als vader. Je kan er niets aan doen. Je deed alles goed. En toch zul je voelen dat je faalde. Weten dat je voor heel even niet de bescherming hebt kunnen bieden die je zo graag haar hele leven lang zou willen bieden.

Nooit meer gewoon een vader op het schoolplein. Voor altijd dé vader.

Delen

Geef een antwoord