Home > analyse > Waarom boycot GeenStijl niets met persvrijheid te maken heeft
analyseblendleexport

Waarom boycot GeenStijl niets met persvrijheid te maken heeft

Shockblog en zelfbenoemd strijder van het vrije woord GeenStijl ligt flink onder vuur. Vrouwelijke journalisten vragen in een groot pamflet in twee landelijke kranten aan adverteerders om hun verantwoordelijkheid te nemen. Ze zijn de ranzige verkrachtingsteksten van reaguurders meer dan zat. De niet verrassende reflex van GeenStijl en enkele apologeten om te wijzen op de persvrijheid is aandoenlijk en bovendien feitelijk onjuist.

Shockblog en zelfbenoemd strijder van het vrije woord GeenStijl ligt flink onder vuur. Vrouwelijke journalisten vragen in een groot pamflet in twee landelijke kranten aan adverteerders om hun verantwoordelijkheid te nemen. Ze zijn de ranzige verkrachtingsteksten van reaguurders meer dan zat. De niet verrassende reflex van GeenStijl en enkele apologeten om te wijzen op de persvrijheid is aandoenlijk en bovendien feitelijk onjuist.

Waar gaat het hier eigenlijk om? Onder meer over deze teksten: ‘Ik zou haar overdwars in alle gaatjes nemen. Lekker langzaam volpompen. Om daarna keihard haar mond over mijn keiharde lid te trekken. Hard duwen op dat hoofd. Kokhalzend krijgt ze mijn warme zaad. Hmm’

‘Met haar armen op haar rug gebonden en een stevig stuk grijze tape over haar mond geplakt zou ik haar zeker doen! ‘Ik zou zaad in haar gezicht spuiten. Eventueel anaal erin raggen’.

De teksten waren gericht aan een journaliste van de Volkskrant. Het was de bekende druppel in de al overvolle emmer. Of een boycot van een bedrijf de beste manier is om dit soort ranzigheid te stoppen, is een vraag die anderen mogen beantwoorden. Wat mij tegen de borst stuit, is de werkelijk bizarre reactie van GeenStijl en de in ons land bekende roeptoeters, die zich er op voorstaan de ‘echte waarheid’ in bezit te hebben in hun strijd om de ‘politiek correcte elite’ een toontje lager te laten zingen.

Beknotting
Er zou hier sprake zijn van een beknotting van de persvrijheid. U hoort het goed. De organisatie die er een sport van heeft gemaakt om bij ieder zuchtje tegenwind stoer te stellen dat de medewerkers van GeenStijl helemaal geen journalisten wensen te zijn, claimt ineens van grote journalistieke waarde te zijn. Ik moest ineens denken aan Jan Roos. De olijke clown die te pas en te onpas het woord satire in de mond neemt, tot onverlaten besluiten om de provocaties van Roos niet meer te pikken. Toen was Jan ineens, als bij toverslag, een journalist die bescherming nodig had ‘om zijn werk te kunnen doen’.

Ik moest denken aan Rutger Castricum, de medewerker van GeenStijl en PowNed die met een sardonische lach een vonnis van de Raad voor de Journalistiek doormidden scheurde. Schijt aan de regels van het systeem immers. Wij bepalen zelf wel wat we willen schrijven. Ongefundeerd en tendentieus.

Natuurlijk bepalen jullie dat zelf. Ik snap ook heel goed dat het buitengewoon prettig is om je niet te hoeven houden aan allerlei journalistieke regels, zoals hoor en wederhoor, eerlijke berichtgeving en de verantwoordelijkheid om te checken of wat je schrijft ook daadwerkelijk klopt. Natuurlijk zijn dat lastige regels. Buitengewoon hinderlijke obstakels zelfs op weg naar feitenvrij demoniseren.

Maar als je die plichten niet wenst, waarom denk je dan eigenlijk recht te hebben op die rechten? Dat is hetzelfde als demonstratief niet betalen voor je bier in de kroeg en vervolgens verontwaardigd blazen als de barkeeper je buiten de deur zet.

Boycot
En dan de boycot zelf. Wat zijn jullie verontwaardigd. Een boycot. Zo ga je toch niet met elkaar om in dit land! Is dat zo? Zijn jullie vergeten dat jullie zelf opriepen tot een boycot van Nederlandse bedrijven omdat ze het waagden de racistische karikatuur van Zwarte Piet ietsje aan te passen? Mocht dat dan wel? Zijn jullie de tirade tegen de hoofdredacteur van het AD vergeten omdat hij een voormalige treitervlogger inhuurde om films te maken? En hoe zat het eigenlijk met die oproep tot een boycot van NRC in 2010 (‘Het is oorlog’), mede omdat die krant een cartoonist extreemrechts noemde?

Hilarisch zijn ook de verdedigers van GeenStijl. Doorgaans als een bok op de haverkist als ‘de islam’  vrouwenrechten vertrapt. Ineens zijn die vrouwenrechten nauwelijks meer iets waard. Onder de vlag van de persvrijheid moet immers alles maar kunnen. Online dagdromen over verkrachten is plotseling een wezenlijk onderdeel geworden van de journalistieke vrijheid. Ik hoorde zelfs iemand zeggen dat GeenStijl een belangrijke rol speelt in de meningsvorming in Nederland. Echt? Wat is eigenlijk de waarde van een paar honderd eencellige toetsenbordridders, die samen bespreken hoe ze een vrouw het beste vol kunnen pompen met warm zaad?

Hypocrisie
Wat mij nog wel het meest stoort, is de ongekende hypocrisie in deze zaak. In een buitengewoon onzalig debat waarin ‘de beste columniste van Nederland’ opzichtig een lans breekt voor haar geliefde GeenStijl, terwijl de inkt van haar ongekende en schuimbekkende tirades tegen de keuze van het AD voor een omstreden vlogger nog niet eens droog is. Als een tweede kans voor een jongen met talent al een reden is om met veel bombarie een krant in de ban te doen, mogen columnisten dan adverteerders misschien op hun verantwoordelijkheid wijzen als vrouwen ongewild figureren in fantasieën over verkrachtingen?

Weer een ander hoorde ik op Twitter zeggen dat het allemaal maar eng is om van adverteerders iets te verlangen. Die gaan immers niet over de inhoud. Dat klopt. Maar dat is toch ook niet wat mensen verlangen? Of eisen? Er is niemand die zegt dat adverteerders zich moeten bemoeien met de inhoud. De vraag is of ze hun naam er aan willen verbinden. Dat is heel wat anders. Anders kun je net zo goed stellen dat pensioenfondsen gewoon maar mogen blijven investeren in kinderarbeid en wapenhandel. Ze mogen zich toch immers niet bemoeien met het product?

Censuur
Hier en daar valt zelfs het woord censuur. Adverteerders wijzen op hun verantwoordelijkheid om niet te investeren in ongevraagde verkrachtingswensen zou censuur zijn. Right. Ik vraag mij af hoe die mensen reageren als een vrouw in een kroeg te maken krijgt met een man die haar ongevraagd vertelt wat hij allemaal met haar en zijn eigen zaad van plan is. Zijn rekening betalen omdat je immers niet verantwoordelijk bent voor wat hij zegt? Een extra biertje geven omdat hij zo dapper gebruik maakt van zijn recht om te zeggen wat hij wil? Tegen de barkeeper zeggen dat hij de man de kroeg niet uit mag gooien omdat klanten nu eenmaal rechten hebben?

De verdedigers van het stijlloze GeenStijl wentelen zich ineens in de nuance die ze anders zo haten. Want is GeenStijl wel verantwoordelijk voor wat de reaguurders zeggen? Kunnen zij daar wat aan doen? Nog los van het gegeven dat een medium wel degelijk verantwoordelijk kan zijn voor de reacties, ligt hier ook nog eens een duidelijke en specifieke oproep van het shockblog om seksistisch te reageren.

En dan nog eens wat: stel dat GeenStijl niet verantwoordelijk zou zijn. Waarom zouden mensen die adverteerders oproepen om hun verantwoordelijkheid te nemen, dan wel verantwoordelijk zijn voor de gevolgen van hun oproep? Beetje dubbel, vinden jullie niet?

Persbreidel?

De actie van de journalisten om adverteerders te wijzen op hun verantwoordelijkheid heeft niets met persvrijheid of persbreidel te maken. Noch is het een actie om de totale vrijheid van een ander af te pakken. Die laatste claim durf ik zelfs gerust belachelijk te noemen. Er bestaat helemaal geen totale vrijheid als er geen mogelijkheden zijn om die vrijheid een beetje in te perken. Zeker niet als mensen hun vrijheid misbruiken om een ander te beschadigen. Met uitingen die in potentie zelfs strafbaar kunnen zijn. We hebben er zelfs de rechtspraak voor in de benen gezet.

Iedere dag worden gewone burgers veroordeeld omdat ze iets zeggen waar een ander schade van heeft. Laster, smaad, belediging en bedreiging. Het zijn allemaal delicten die terecht in het wetboek zijn opgenomen om de redelijke medemens te kunnen beschermen tegen de toorn van de onredelijke roeptoeters. Wie bij voortduring roept dat de hoofdredacteur van de NOS banden heeft met pedonetwerken, gaat daarvoor gewoon de cel in. Wie zonder bewijs onschuldige mensen wenst te koppelen aan de moord op Marianne Vaatstra ook. Je eigen vrijheid om iets te zeggen, is terecht wettelijk beperkt door het recht van anderen om gevrijwaard te blijven van laster en smaad.

Stalking
Wie vraagtekens wenst te stellen bij de strafbaarheid van uitingsdelicten, moet eens gaan praten met politieagenten die dag in dag uit worden beledigd op straat. Of met slachtoffers van stalking. Vrouwen die jaren worden belaagd met kaartjes, sms’jes en duizenden telefoontjes. Met briefjes vol ranzige teksten. Is dat vrijheid? Of is dat misbruik van vrijheid?

Het is buitengewoon wonderlijk dat de opstellers van een pamflet het verwijt krijgen censuur toe te passen, terwijl het onderwerp van hun schrijven anonieme onverlaten ruim de kans geeft om hun vuiligheid te mogen spuien op het internet.

Tegen de reaguurders en de verdedigers van GeenStijl zou ik het volgende willen zeggen. Loop vandaag of morgen naar een vrouwelijke politieagente. Kijk haar aan. Noem haar een viswijf. En zeg haar dat je haar vagina vol wil pompen met je warme zaad. Dat je haar vast wil binden en een stuk grijze tape op haar mond zal plakken. Zodat ze kokhalzend je zaad zal slikken. Om haar daarna nog even anaal te gaan raggen.

Zeg dat. En vertel vervolgens aan de rechter dat je de vrijheid hebt om dat te doen. En dat Nederland maar een eng land is als jij niet meer kan zeggen wat je wilt zeggen. Dat een straf een enorme aantasting zal zijn van je ‘persvrijheid’. Ik beloof dat ik er zal zijn om verslag te doen. Van de rechtszaak. En van je veroordeling.

Zie ik jullie dan?