Home > analyse > BAM: de gruweldood van een zzp’er
analysejuridisch

BAM: de gruweldood van een zzp’er

Het jaar 2016 loopt ten einde als bouwvakker Pawel Kupczalojć (45) in zijn auto van Utrecht naar Polen rijdt. Hij werkt al maanden aan het immense Poortgebouw op Hoog Catharijne en is nu op weg om Kerst met zijn geliefden door te brengen. Hij weet niet dat het zijn allerlaatste samenzijn zal worden. Dit is een verhaal over lankmoedigheid, regels waar niemand zich aan houdt en zzp’ers als inwisselbare werkkrachten.

Het is 9 januari 2017 als Pawel vanuit Polen weer koers zet naar Nederland. De volgende dag moet hij immers weer in Utrecht aan de slag. Net na middernacht zet hij in een parkeergarage de motor van zijn auto af en zich nestelt in zijn wagen om nog wat uurtjes te kunnen slapen. Rond een uur of zeven gaat hij naar de immense bouwplaats.

Als Pawel zich bij zijn chef meldt, krijgt hij te horen dat er die dag geen werk is in het team waar hij normaal werkt. De chef stuurt Pawel naar een andere afdeling, maar ook daar is niet meteen werk voor hem. Dan raakt het verhaal van de onfortuinlijke Pool de kantlijn van zijn leven.

Getuigen zien hem om 07.15 uur naar zijn auto lopen om een boor op te halen. Na 08.00 uur wordt hij niet meer gezien. Tijdens de schaft om 9 uur is hij in geen velden of wegen te bekennen. Ook om 12 uur missen zijn collega’s hem tijdens de pauze. Waar kan Pawel toch gebleven zijn?

Alarm

Als de Pool ook ’s avonds niet opduikt in het appartement waar hij met andere werklieden verblijft, wordt er voorzichtig alarm geslagen. Twee collega’s melden zich op de bouwplaats bij een leidinggevende van bouwbedrijf BAM. Of hij wellicht even kan controleren of Pawel met zijn toegangspas uitgeklokt heeft? Want er zijn zorgen. Misschien is de man wel gewond. Misschien ligt hij wel ergens op de bouwplaats.
De leidinggevende lijkt niet heel welwillend te zijn. De collega’s krijgen te horen dat een check in het systeem niet mogelijk is. Dat Pawel misschien gewoon een andere uitgang heeft genomen, waar geen controle is. En dat de politie toch niet komt als iemand nog geen 24 uur vermist is.

De collega’s van Pawel vertrekken weer. Om de volgende dag opnieuw aan de bel te trekken. Het is dan al 24 uur geleden dat iemand iets van de Pool heeft vernomen. Na een korte check in het systeem blijkt dat Pawel de bouwplaats nooit heeft verlaten. De alarmbellen beginnen harder te rinkelen en er wordt een zoekactie gestart.

Niet veel later is het raak. Op de bodem van een twintig meter diepe installatie-schacht ligt het zielloze lichaam van Pawel. Zijn helm, boor en gereedschapskist liggen naast hem op de vloer. Twintig meter hoger bungelt de lader van zijn boormachine nog aan een stroompunt.
Als de Inspectie een onderzoek start naar de onfortuinlijke dood van de bouwvakker, begint het raar te worden. Ineens zijn gaten die voorheen nog open waren, afgedekt met latten. Ineens is er verlichting waar voorheen duisternis heerste. Bouwvakkers moeten voor hun aanwezigheid tekenen bij veiligheidsvergaderingen die maanden geleden op de agenda hebben gestaan.

Onthutsend

De onderzoekers laten zich echter niet met een kluitje in het riet sturen en komen tot onthutsende conclusies. De ingang van de schacht waar Pawel doorheen is gevallen was ter plaatse niet afgedekt, er hingen geen veiligheidsborden, het gat in de schacht zelf was niet afgedekt, er was geen verlichting en de steiger aan de buitenkant van de gevel was alleen toegankelijk via gaten in de gevel van de binnenkant van het pand, waardoor bouwvakkers door de gevaarlijk schachtruimtes moesten lopen.

Het Openbaar Ministerie weet genoeg en sleept hoofdaannemer BAM en onderaannemer Blitta voor de rechter. En dat niet alleen voor het overtreden van de ARBO-regels, maar ook voor dood door schuld.

Tijdens de rechtszaak is er een clash van culturen. Een voorman van BAM, brede kerel met forse klauwen, probeert zo goed mogelijk de vragen te beantwoorden, maar zijn tamelijk nonchalante houding geeft veel weg van de manier waarop de bouw in dit geval geregeld was.
Volgens de voorman is er praktisch altijd sprake van toezicht op de bouw. Hij doet het voorkomen alsof meerdere partijen regelmatig checken op gevaarlijke situaties.

Het dossier in de zaak spreekt hem echter tegen. De rechter wijst hem er fijntjes op dat het toezicht op papier maar 1 x per week wordt uitgeoefend. En dat is volgens getuigen ook niet meer dan een ‘kijken of iedereen zijn helm wel draagt’.

De voorman van BAM Bouw laat zich echter niet snel uit het veld slaan. Hij geeft aan dat alle bouwvakkers iedere maand verplicht naar veiligheidsvergaderingen moeten gaan. Maar blijft het antwoord schuldig als de rechter hem vraagt waarom de handtekening van Pawel dan ontbreekt op de presentielijsten. Uit het dossier blijkt ook dat Pawel niet op schrift is bijgepraat over de gevaren van de schachten.

Verloren

De voorman is van goede wil, hij wil iedere vraag van de rechter wel beantwoorden, maar toch wordt steeds duidelijker dat hij een verloren strijd voert. Zo weet de voorman op een gegeven moment vrijwel zeker dat bouwvakkers niet in de avond van de vermissing van Pawel hadden kunnen zoeken, omdat er in de avond geen leidinggevende van BAM aanwezig zou zijn.

Helaas spreekt het dossier ook hier de voorman tegen. Uit de verklaringen blijkt namelijk wel degelijk dat een leidinggevende op die avond de zorgen van collega’s over Pawel had aangehoord, maar er verder weinig mee had gedaan.

Het dossier is enorm belastend voor de beide bouwbedrijven. Er staan verklaringen in van bouwvakkers die spreken van ‘de onveiligste bouwput waar ze ooit hebben gewerkt’ (voorman: ik ken de naam niet van die bouwvakkers die dat hebben gezegd, er werken honderden mensen voor ons). En er zijn verklaringen van medewerkers die na het fatale incident spraken van een ‘cover-up’ van de leiding.

Twee weken later komt de rechtbank met het oordeel. En dat is best een heftig oordeel. Los van de papieren verantwoordelijkheid voor regels en regeltjes, komt de rechtbank tot de kwalificatie ‘dood door schuld’. De twee bouwbedrijven zijn letterlijk verantwoordelijk voor de dood van Pawel. Ze hadden anders moeten handelen (lees: veiligheidsmaatregelen nemen) en ze konden ook anders handelen (lees: die maatregelen waren praktisch uitvoerbaar). Door dit na te laten zijn ze schuldig.

Garantenstellung

Daar komt nog de zogenaamde Garantenstellung bij. Een juridisch begrip dat gaat over de extra zorgplicht van een professioneel bedrijf. Een ervaren bouwbedrijf moet beter weten, als het ware. We zien het ook terug bij vrachtwagenchauffeurs, die hebben door hun werk en ervaring een extra zorgplicht in het verkeer.

Volgens de rechtbank blijkt uit het dossier ook dat bouwvakkers hadden geklaagd over de onveiligheid. De bouwbedrijven hadden het dus kunnen weten. Uiteindelijk komt de rechtbank tot de oplegging van een boete van 75.000 euro voor BAM en 50.000 euro voor Blitta. Een andere keuze is er niet. Je kunt moeilijk een bouwbedrijf in de cel zetten.

Volgens BAM is er een goede regeling getroffen met de weduwe van Pawel met betrekking tot een schadevergoeding.
Pawel laat naast zijn vrouw, twee kinderen na. In zijn rouwadvertentie lezen we de woorden:

‘Degene van wie we houden, sterft nooit, omdat liefde onsterfelijkheid is’

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt me ook met een vast per bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -