Home > analyse > De 20 grootste misverstanden over het strafrecht
analyse

De 20 grootste misverstanden over het strafrecht

De rechtspraak in Nederland is openbaar en er wordt veel over geschreven en nog veel meer over gepraat. Tegelijkertijd bestaan er nog veel misverstanden over het recht. Vandaar: de twintig grootste misverstanden over het strafrecht in Nederland.

Nederlandse rechters straffen veel te laag.

Dit is misschien wel het grootste misverstand. Hoewel je twee rechtszaken al niet kunt vergelijken, laat staan landen onderling, staat Nederland in de top van de strengst straffende landen in Noord- en West-Europa. In Nederland is bijvoorbeeld de kans dat je daadwerkelijk een celstraf krijgt relatief groter dan in omringende landen, zeker voor minderjarigen. In België, Denemarken, Duitsland, Engeland, Finland, Griekenland en Portugal legt de rechter minder snel een celstraf op.

De lengte van de straf is ook niet mals. Bovendien wordt er door de criticasters vaak louter gekeken naar het onvoorwaardelijke deel van een opgelegde celstraf, terwijl aan een voorwaardelijk deel vaak nog veel beperkende en ingrijpende voorwaarden zitten (gedwongen behandeling, begeleiding, toezicht, alcoholverbod, omgangsverbod). Hierdoor zal een dader nog eens minstens twee jaar (maar kan ook langer) onder de pannen zijn.

Het strafklimaat in Nederland is zeker niet soft. Zo is de levenslange celstraf in ons land nog altijd levenslang, waar in andere landen de deur na vijftien jaar weer open kan zwaaien. Een wetswijziging maakt in theorie sinds kort een einde aan de echte levenslange celstraf in Nederland (na 25 jaar kunnen gestraften hertoetsing vragen), maar hoe dat uitpakt is afwachten. Daar komt verder nog bij dat in andere landen gedetineerden doorgaans eerder vrij komen door goed gedrag. Zelfs wel tot de helft van de opgelegde straf. Maar ook op andere fronten zijn andere landen milder. In bepaalde gevallen worden celstraffen van minder dan twee jaar in Spanje en Frankrijk helemaal niet uitgezeten of zelfs omgezet naar een taakstraf of een voorwaardelijke straf.

Rechters begrijpen niet dat straf om vergelding draait.

Dat klopt, want dat is ook niet zo. Het strafrecht heeft grofweg vier doelen: vergelding, speciale preventie, generale preventie en resocialisatie. Oftewel: het leed vergelden, zorgen dat de dader het niet meer doet, zorgen dat andere potentiële daders het niet gaan doen (afschrikking) en het weer terugbrengen van de dader in de maatschappij. Uit onderzoek blijkt dat vergelding het zwakke broertje is. Deze geïnstitutionaliseerde wraak werkt maar zeer matig bij korte celstraffen en eigenlijk helemaal niet bij lange celstraffen. Generale preventie klinkt aardig, maar de ervaring leert dat misdaad (los van bijvoorbeeld de georganiseerde misdaad) veelal draait om impulsen. Je kunt een zware straf zetten op geweld tegen hulpverleners, maar die situaties draaien meestal om dronken daders die niet rationeel nadenken tijdens een daad.

In Nederland delen ze alleen werkstrafjes uit.

Dat is niet waar. Er worden zelfs meer celstraffen opgelegd dan werkstraffen. De werkstraf is ooit in het leven geroepen om mensen die in de fout gaan niet volledig uit te sluiten van de samenleving. Dat klinkt soft, maar is het niet. Als een verdachte voor langere tijd achter vier muren verdwijnt, raakt die persoon in de regel alles kwijt. Huis, inkomen, opleiding,  deel van het netwerk. En laat dat nu net de factoren zijn waardoor mensen weer opnieuw in de fout gaan. Mensen die een werkstraf opgelegd krijgen gaan dan ook aanzienlijk minder vaak weer in de fout. En vergis je niet, met een werkstraf van 240 uur kun je zomaar een klein jaar kwijt zijn.

Rechtspraak is niet rechtvaardig, want de straf staat niet in verhouding tot het misdrijf.

Het laatste klopt vaak en dat is ook precies de bedoeling van een rechtvaardige rechtspraak. Een straf ziet namelijk beslist niet alleen op de gepleegde misdaad, het is een optelsom van factoren en omstandigheden. Moet je een vrouw die jaren is misbruikt en in haar wanhoop haar man iets aandoet net zo hard straffen als een huurmoordenaar die louter voor geldelijk gewin een slachtoffer maakt? En zo spelen er oneindig veel zaken mee. Zo zal iemand met een dik strafblad bijvoorbeeld een langere straf krijgen. Heeft de verdachte spijt? Ziet hij de ernst in? Wat is de kans op herhaling van het gedrag? Is de dader een behandeling gestart die abrupt gestopt zou worden met een celstraf? Zijn er kinderen in het spel? Heeft de verdachte een stoornis die snel behandeld moet worden? Is er een verslaving waaraan gewerkt moet worden?

Nederlanders hebben geen vertrouwen in de rechtspraak

Integendeel. Van alle grote ‘organisaties hebben burgers het meeste vertrouwen in de rechtspraak. Maar liefst een dikke 70% zegt ‘voldoende’ vertrouwen te hebben in rechters. Dat is meer dan in de politiek en zelfs meer dan in de journalistiek.

Rechters moeten oordelen over geharde criminelen.

Onwaar. Verreweg de meeste verdachten bestaan uit ‘gewone’ burgers die ergens een misstap hebben begaan. Dat lijkt misschien niet zo, maar dat komt omdat de media vaak alleen de grote en zware strafzaken behandelen. Het merendeel van de rechtszaken bestaat uit ongewenst gedrag van gewone burgers. Dat zijn mensen met een baan, een huis en een gezin.

Criminelen staan na een korte periode zo weer op straat met die vervroegde invrijheidstelling

Nee, dat is niet zo. De vervroegde invrijheidstelling bestaat ook niet meer. Na 2/3 van de straf komt een gedetineerde in aanmerking voor de zogenaamde voorwaardelijke invrijheidstelling. Het woord zegt het al, er kunnen dus voorwaarden aan verbonden zijn. Een meldplicht bijvoorbeeld of een behandeling. Het is ook niet zo dat iedereen na 2/3 van de straf weer op straat staat. Het Openbaar Ministerie vraagt geregeld aan de rechtbank om iemand zijn hele celstraf uit te laten zitten. Daar komt bij dat mensen die een celstraf plus een deels voorwaardelijke straf hebben gekregen helemaal niet in aanmerking komen voor de voorwaardelijke invrijheidstelling.

Er zijn veel gerechtelijke dwalingen

De geschiedenis kent een aantal dubieuze vonnissen, Lucia de Berk bijvoorbeeld, de Twee van Putten, De Schiedammer Parkmoord. Maar dat zijn incidenten. Rechtbanken in Nederland behandelen door de jaren heen jaarlijks grofweg zo’n 200.000 strafzaken. Doorgaans gaat dat goed, fouten kunnen bovendien in hoger beroep worden hersteld. Echte gerechtelijke dwalingen kennen we nauwelijks, ernstige fouten die worden gemaakt zitten vooral in het voortraject, gebrekkig politieonderzoek bijvoorbeeld of een officier van justitie die teveel naar belastend bewijs kijkt en te weinig naar ontlastend bewijs.

Wat straffen betreft doen rechters maar wat.

Een misverstand. Wat straffen betreft hebben rechters, net als officieren van justitie, oriëntatiepunten. Zo staat op een verkrachting bijvoorbeeld een straf van 24 maanden. Deze straf kan naar boven of beneden worden bijgesteld als er verzwarende of verlichtende omstandigheden zijn. De mate van geweld bijvoorbeeld speelt een rol, het verleden van de verdachte en een eventueel aanwezige stoornis.

Rechters houden doodrijders de hand boven het hoofd.

Helaas, ook al niet waar. Verkeersrecht verschilt wezenlijk van zaken als doodslag of moord omdat de opzet ontbreekt. Niemand gaat van huis om een ander dood te rijden, zelfs niet als men onder invloed is van alcohol of drugs. Er is in dit soort zaken slechts sprake van schuld. Daar komt nog iets bij: in het verkeersrecht zegt het gevolg (de dood van een slachtoffer) niets over de mate van schuld. Een veel te hard rijdende dronkenlap die door rood knalt, kan verantwoordelijk zijn voor slechts een blauwe plek bij een slachtoffer. Tegelijkertijd kan iemand die een simpele voorrangsfout maakt, vier doden op zijn geweten hebben.

Tbs is een levensgevaarlijk systeem.

Integendeel. De terbeschikkingstelling (geen straf, maar een maatregel) is ooit bedacht om gestoorde verdachten een passende behandeling te geven. Het gaat dan om mensen die door een ernstige stoornis (waar ze ook niets aan kunnen doen) een misdrijf hebben gepleegd. Ze zijn deels of geheel ontoerekeningsvatbaar, een straf zou dus ongepast zijn. Omdat ze wel een gevaar vormen worden ze opgesloten in streng beveiligde klinieken, in de hoop dat er gewerkt kan worden aan herstel. Het alternatief is een gestoorde verdachte kaal opsluiten. Als de straf dan klaar is, moet je een even gevaarlijke dader loslaten in de maatschappij. Levenslang opsluiten dan maar? Dat kan dus niet (los van de longstay), omdat de dader door zijn stoornis niet zelf verantwoordelijk is voor zijn daden, of slechts deels.

Maar tbs’ers gaan de hele tijd in de fout!

Nee, dat is niet zo. Als je die berichten in de media leest, dan lijkt het of ze te vaak in de fout gaan, maar dat is een kwestie van perspectief. We hebben in Nederland ongeveer 1300 tbs-patiënten. Die gaan gemiddeld per jaar 50.000 keer naar buiten, de zogenaamde verlofbewegingen. Dat gaat niet zomaar. Het verlof gaat eerst onder begeleiding. Ieder jaar worden er ongeveer 30 onregelmatigheden geconstateerd tijdens die verlofbewegingen. Het merendeel gaat over te laat weer in de kliniek zijn. Gemiddeld 1 a 2 keer per jaar gaat het echt fout. Het recidivecijfer van tbs’ers is het laagste van alle sancties (behalve boetes) die aan daders kunnen worden opgelegd. Afhankelijk van hoe je het meet ongeveer 30%, tegenover 70% bij celgestraften.

De gevangenissen in Nederland zijn net hotels!

Toegegeven, in vergelijking met Thailand is het in Nederland goed geregeld. Maar ook dat heeft te maken met de wet. De omstandigheden in een gevangenis zijn namelijk helemaal geen onderdeel van de straf, het is de vrijheidsbeneming waar de rechter een dader toe veroordeeld. Dat gezegd hebbende is een celstraf een serieuze straf. Gedetineerden zitten in Nederland vaak 20 uur per dag achter de deur van hun eigen hok, alles verloopt via een strak regime. De gedetineerde bepaalt maar heel weinig zelf. Als je pech hebt, deel je de cel met een medegedetineerde en het (magnetron) eten is tamelijk sober. In detentie heerst stress, er zitten mensen met korte lontjes. De sfeer is nou niet bepaald gemoedelijk. Vrienden en familie kunnen niet zomaar even langskomen. Met een beetje geluk mag een gedetineerde twee uur per week bekenden ontvangen. Van vijf uur in de middag tot half acht in de ochtend zit een gevangene sowieso vast in zijn cel.

Daders misleiden rechters met ‘een slechte jeugd’

Ook dit is niet zo. Een slechte jeugd heeft niets te maken met de schuldvraag. Wel is het zo dat de meeste daders kampen met een stoornis of een verslaving. Hier wordt in de straf rekening mee gehouden omdat een onbehandelde stoornis of verslaving recidive in de hand werkt. Bij ernstige misdrijven buigen meerdere specialisten zich over de psyche en het leven van de verdachte. Soms zelfs met een wekenlange opname in observatiekliniek PBC (Pieter Baan Centrum). Bij een ernstige stoornis kan tbs worden opgelegd en dat duurt gemiddeld acht jaar lang.

Alle rechters zijn links en wereldvreemd.

Integendeel. Uit onderzoek blijk dat rechters een voorkeur hebben voor D66, maar dit is tamelijk irrelevant. Je hebt rechters in alle soorten en maten, van rechts tot links, van ongelovig tot diep religieus. Dat maakt ook helemaal niets uit. Ze toetsen rechtszaken allemaal aan de wet, niet aan hun eigen voorkeuren. Daar zijn ze ook bepaald niet vrij in, ons systeem bestaat uit drie trapjes. Een rechtszaak in eerste aanleg kan gecorrigeerd worden in hoger beroep en het hoger beroep kan weer hersteld worden door cassatie in te stellen. En wereldvreemd? Dat valt enorm tegen (of mee). Rechters krijgen de samenleving dagelijks op hun bord en zien en horen meer dan de gemiddelde Nederlander meekrijgt. Daarnaast wonen ook zij gewoon in huizen in straten in steden en gaan ze naar de Appie voor hun boodschappen.

Een burgerjury zou veel zwaarder straffen en het slachtoffer recht doen.

Nou nee, er zijn experimenten geweest waarbij de rechtspraak een burgerjury liet kijken naar een zaak. En wat blijkt? Burgers straffen, als ze eenmaal kennis hebben van een zaak, grofweg even zwaar als professionele rechters (onderzoek Albert Wagenaar). Ook kranten in Nederland (PZC en DvhN bijvoorbeeld) nodigen lezers uit om rechtszaken bij te wonen. Ook dan blijkt dat kennis van een zaak nuance brengt. Lezers zien en horen de verdachte en krijgen meer informatie dan in een krantenartikel staat. Ze hebben vaak begrip voor het vonnis. Zeven van de tien deelnemers aan de lezersjury van het Dagblad van het Noorden vonden dat hun kijk op de rechtspraak ten goede was veranderd. Ze hadden meer begrip voor de zware taak van de rechter en waren doorgaans milder in termen van strafmaat.

Criminelen komen vrij op vormfouten.

Helaas, ook dit is niet waar. Sterker: de rechtspraak staat er om bekend juist geen gevolgen te geven aan ernstige fouten die in het opsporingsproces worden gemaakt. Met andere woorden: het Openbaar Ministerie moet het wel heel bont maken om het recht op vervolging te verspelen. Soms wordt bewijs uitgesloten omdat de politie zich niet aan de regels wenst te houden, maar een vrijspraak op basis van die uitsluiting is een zeldzaamheid.

Advocaten hebben geen geweten

Die kritiek op advocaten rust op een misverstand. Een advocaat verdedigt niet de daad, maar de verdachte. Hij of zij bewaakt de rechtsgang en zorgt er voor dat een verdachte een eerlijk proces krijgt. Dat is geen overbodige luxe, want als verdachte sta je er letterlijk alleen voor. Met een beetje pech sleuren ze je uit je bed om je even later in een hok op te sluiten en vervolgens uren door te zagen over een vermeend misdrijf. Voor verdachten is een advocaat vaak de enige steun. Het is de verdediging die jou kan helpen als een machtig Openbaar Ministerie alles uit de kast trekt om je veroordeeld te krijgen. Hij of zij vraagt om extra bewijs, houdt een eenzijdig dossier tegen het licht en wijst op fouten die zijn gemaakt en het creatief buigen van de waarheid door een officier van justitie.

Rechters mogen alleen oordelen over feiten.

Ook dat is niet waar. Het is ook onmogelijk. Misdaad kenmerkt zich nu juist door het geheime. Betrokkenen zullen doorgaans erg hun best doen om bewijs weg te halen of een rookgordijn op te werpen. Een rechter gaat uit van een strafdossier, daar staan weliswaar feiten in, maar ook een boel verklaringen en ‘mogelijkheden’. Een rechter moet ‘wettig en overtuigend’ tot een oordeel komen. Wettig is niet zo moeilijk, er kan gekeken worden naar bewijs en verklaringen. Het overtuigende zit hem in het gehele beeld van een dossier. Welke verklaring is geloofwaardig en welke niet? Welk scenario is denkbaar?

Verdachten hebben meer rechten dan slachtoffers.

De positie van slachtoffers in een rechtszaak is de laatste jaren fors verbeterd. Zo mogen slachtoffers gebruikmaken van onbeperkt spreekrecht, komen zij vaak met een eigen advocaat en krijgen ze steun van Slachtofferhulp. Rechtbanken hebben speciale slachtofferkamers waar aangevers en nabestaanden kunnen wachten voor een zaak begint. Daarnaast is er nog de officier van justitie die opkomt voor het slachtoffer of de nabestaanden.

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt me ook met een vast per bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -