De kapper uit Syrie

Gihad Botros is kapper.

Helemaal naar Groningen gekomen om in een drukke winkelstraat een kapsalon te openen.

Hij noemt zijn salon Butterfly, een term die je normaal gesproken eerder verwacht bij een escortbureau.

Ik weet niet of Botros goed kan knippen, maar hij heeft in ieder geval niet zo’n gelukkige hand in het vinden van bedrijfsruimte.

Botros heeft namelijk zijn intrek genomen in een pand waar hij niet bijster gewenst is. Zijn verhuurder Wonen boven Winkels heeft woeste plannen met het pand en de kapper maakt daar geen onderdeel van uit.

Wat volgt is een jarenlange slepende procedure voor diverse rechters. De verhoudingen verslechteren met de dag. Er volgt zelfs een rechtszaak omdat de emotionele Botros verbaal stevig van zich af zou hebben gebeten. Een rechter oordeelt uiteindelijk dat Botros weg moet. Verstoorde verhoudingen.

De kapper met de woeste haardos gaat in hoger beroep en mag voorlopig blijven knippen. Maar hoe lang?

Helaas voor Botros vecht hij met beperkte middelen tegen stevige windmolens.

De kapper moet het doen met wat hij heeft en dat valt niet mee. De advocaat die hij op zomaar een ochtend mee heeft genomen naar de zoveelste rechtszaak komt niet bijster inspirerend over. Het lijkt wel of hij het dossier vijf minuten voor aanvang van de rechtszaak pas voor het eerst onder ogen heeft gehad.

De raadsman praat alsof zijn batterijen op zijn. Alsof hij bewust traineert om woorden te zoeken die nog niet vast in zijn brein zijn opgenomen. Hij ziet kans om in vijftien minuten tijd een heel verhaal op te hangen, zonder in te gaan op de stevige, maar disproportioneel ogende klacht van de verhuurder.

Pas als de rechter hem tot twee keer toe bij de les roept, komt er iets wat lijkt op een soort van verweer.

De kern van de zaak is dat de kapper eigenhandig de kelderruimte van zijn kapsalon heeft gekraakt. Hij heeft de aanwezige fietsen van medebewoners op straat gezet en de deur gebarricadeerd. Via een gat in de vloer van zijn salon komt hij in de kelder, die hij eigenhandig van een houten constructiewerk heeft voorzien.

Mag niet. Zegt de verhuurder.

Botros had het recht niet en nu is de maat vol. Hij toont zich al jaren geen goed huurder en nu is de tijd gekomen om door te pakken. Alle onderhandeling de deur uit. Botros moet wijken.

De verdediging van Botros lijkt niet onder de indruk, maar barst niet bepaald los in een verwoestend verweer. Er volgt een welles-nietes discussie. De kelder zou wel van de kapper zijn, maar de raadsman heeft geen bewijs om dat te ondersteunen.  

Het blijft vaag.

De rechter vraagt op een gegeven moment enigszins geirriteerd om duidelijkheid. Nooit een goed teken als je als verdediging net omstandig uit hebt proberen te leggen wat de bedoeling is.

De rechter besluit de raadsman wat op weg te helpen. Wat is nu precies het verweer van Botros? Waarom denkt hij dat de kelder van hem is en waarom denkt hij dat hij het recht heeft om de boel te vertimmeren en fietsen zomaar op straat te zetten? 

Veel wijzer worden we niet van het antwoord van de advocaat. Ik probeer iets van lijn in zijn traag uitgesproken betoog te ontdekken. Het lukt me niet en dat stoort me.

Eigenlijk is dat ook een soort van rechtsongelijkheid. Als kwetsbare ondernemer vecht je tegen bedrijven die het geld hebben om wel een goede advocaat in de arm te nemen.

Delen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *