Erik Z.

Ik heb een ‘bijzondere’ band met Erik Z.

De man stak in december 2003 in cafe De Badde in de stad Groningen zonder pardon een mes diep in het hart van een jongen. Het slachtoffer overleefde de aanslag, maar veel scheelde het niet. Tijdens de rechtszaken die volgden, was er steeds één zekerheidje. Erik Z. had voor het slachtoffer en zijn familie steeds een provocerend lachje klaar. Misschien kon hij zich geen houding geven. Misschien genoot hij er wel gewoon van. Ik durf het niet met zekerheid te zeggen.

Tijdens een van die emotionele zittingen, met het slachtoffer op de tribune, speelde hij het voor elkaar om doodkalm aan de rechters te vertellen dat hij helemaal geen opzet had gehad op de dood van het slachtoffer, anders had hij immers ‘het mes wel onder in zijn buik gestoken om zijn lijf helemaal open te halen’.

Bij het uitspreken van die woorden trok er letterlijk een rilling door de zaal. De bizar verkeerd gekozen woorden van de man werden later betrokken in het oordeel van de rechtbank. Tussen de regels van het vonnis door droop de afkeuring.

Ik had daarna het genoegen met de vader van het slachtoffer te praten. Hij zei tegen mij dat hij ondanks alles nooit bang is geweest voor Z. ”Wie bang leeft, zal bang sterven”, sprak hij wijs. Bovendien (het was toen rond Kerst) ‘zou hij nog minstens drie kerstbomen lang in een cel zitten’ Dat stemde hem tevreden. Z. werd later veroordeeld tot zes jaar cel. Een behandeling kwam er niet. Z. werkte niet mee aan multidisciplinair onderzoek. Niemand wist precies wat te behandelen.

Vandaag ontmoette ik Erik Z. opnieuw. Ineens zag ik hem zitten op een bankje in de rechtbank. Gewoon in de openbare ruimte. Ik herkende hem wel, maar het kwartje viel zeker niet meteen. De combinatie ‘Erik Z’. en ‘vrijheid’ leek mij geen logische.

Uiteindelijk sprak ik hem aan en dacht steeds ‘het zal toch niet’. Maar het was wel zo. Opnieuw lag er een dagvaarding met zijn naam. En opnieuw was Z. dronken geweest. In een kroeg. En kreeg hij ruzie. En opnieuw, na ruim vier jaar gevangenisstraf en de keiharde woorden van meerdere rechters, stond hij klaar met een mes. Die hij meteen maar op de keel van zijn opponent plaatste. De man met wie hij ruzie kreeg, hield slechts een klein wondje aan zijn keel over aan de ontmoeting. Hij wel.

Z. zelf wist helemaal niets meer van de avond. Problemen, alcohol, cocaine. Mijn gesprek met hem op de gang van de rechtbank verliep moeizaam. Journalist tegenover verdachte. Niet altijd een ontspannen combinatie. Ik zag en hoorde soms terug wat ik toen ook hoorde en zag. Z. heeft ruzie met de hele wereld. En de hele wereld is schuldig. Niet hij.

Ik dacht ook terug aan december 2003. Aan cafe De Badde. Aan de steek in het hart…Aan de woorden van de rechtbank dat er toch wel grote zorgen zijn over de psyche van Z. Zou hij niet opnieuw toeslaan als er geen behandeling zou volgen? Waarom wilde Z. eigenlijk geen behandeling?

Voor de bedreiging en de mishandeling van het op de keel gezette mes hoorde Z. vandaag een werkstraf eisen van 120 uur plus twee maanden voorwaardelijke celstraf. De rechtbank sprak letterlijk met geen woord over cafe De Badde in Oosterhoogebrug. Ik heb er nadrukkelijk op gewacht en was er meer dan ooit op gespitst. Op die lange en logische tirade van een van de rechters: ‘hoe kon dit nu WEER gebeuren? Relatief kort nadat u weer vrijkwam? Heeft u dan helemaal niets geleerd? Hoe moeten we problemen in de toekomst voorkomen? Bent u met uw alcohol en drugsprobleem geen gevaar voor de samenleving? Is er ooit ergens gedacht aan een gedwongen opname?

Maar de tirade bleef uit en Erik Z. verliet als vrij man de zaal, in afwachting van het vonnis. Onlangs kon hij naar een geschikte behandelkliniek om te werken aan zijn agressie. Maar daar is het nooit van gekomen. Z. kan namelijk naar eigen zeggen niet op één kamer slapen met anderen…..

De kans is groot dat Erik over twee weken een werkstraf krijgt. En begeleiding van de reclassering. Met een cursus(je) agressiebeheersing..

Soms wil je het als rechtbankverslaggever wel eens uitschreeuwen in de rechtszaal. Als er ooit in die 3500 rechtszaken een moment is geweest, dan was het nu wel. De tijd was gekomen om de rechters wakker te schudden. Om ze te vertellen dat deze man wellicht een ietsiepietsie harder aangepakt mag worden.

maar ik zei niets

en liep weg

hoofdschuddend, dat wel

Delen

0 reacties

  1. Pingback: De dood van Jan Z. « Rechtbankverslaggever

  2. @maarten: de woorden ‘doodgestoken’ en ‘goed’ lijken mij in deze combinatie niet echt gepast.

  3. Pingback: De dood van Jan Zuidema II « Rechtbankverslaggever

Geef een antwoord