Home > analyse > Hoe het Openbaar Ministerie een van misbruik verdachte officier liet lopen
analyse

Hoe het Openbaar Ministerie een van misbruik verdachte officier liet lopen

Een van seksueel misbruik verdachte officier, Vincent L., mag wat de rechtbank betreft niet verder vervolgd worden voor zijn rol in een zedenzaak. Het Openbaar Ministerie zette geheel tegen de wens van de Hoge Raad in namelijk Amsterdamse officieren van justitie op de zaak. Is hier sprake van een enorme blunder of is het kwade opzet?

In januari 2017 worden medewerkers van het Openbaar Ministerie opgeschrikt door de arrestatie van Vincent L., plaatsvervangend hoofdofficier van justitie bij het functioneel parket in Amsterdam. L. is niet de enige verdachte, nog tien mannen moesten zich melden voor het misbruiken van een 16-jarige jongen tegen betaling. Kort na de arrestatie plaatst een voorlichter van het Openbaar Ministerie een wat merkwaardige blog op het internet. Ze schreef dat de arrestatie van haar collega als een bom was ingeslagen en dat de zaak ‘alleen maar verliezers kent’.

Het is een nogal opmerkelijke houding, aangezien het Openbaar Ministerie eerder nogal hoog van de toren blies in de zogenaamde Valkenburger zedenzaak. In die vergelijkbare zaak trok het OM alles uit de kast om de verdachten in beeld te krijgen. Desnoods zouden ze de mannen thuis opzoeken om ze eens even fijntjes op de waarheid te wijzen. Niets geen ‘alleen maar verliezers’, maar een keihard signaal dat de samenleving dit soort hoerenlopers wel eens eventjes hard af zou straffen.

Jesse

Maar laten we eerst eens kijken naar de zedenzaak waar Vincent L. bij betrokken is. Op 9 juni 2019 schuif ik voor het eerst aan bij de rechtszaak tegen enkele verdachten. Tot dat moment was het beeld in de samenleving dat Vincent L. en ‘nog wat smerige pedofielen’ zich een geheel weerloos slachtoffer hadden verkracht. Dat bleek echter toch iets genuanceerder te liggen. Uit het strafdossier bleek dat het slachtoffer, uit privacyoverwegingen ‘Jesse’ genoemd, zichzelf al vanaf zijn 14e aanbood op de homo-chatsite Bullchat. Hij wilde naar eigen zeggen stoer doen voor zijn oudere vrienden en had geld nodig om drank en wiet te kopen. Hij liet zich zelfs ‘betalen’ in sterke drank om indruk te kunnen maken op zijn vrienden.

Hoewel het begrip ‘vrije wil’ nogal lastig ligt bij minderjarigen, was het ‘Jesse’ zelf die op de chatsite een euro-teken achter zijn naam zette om aan te geven dat hij beschikbaar was voor seksuele diensten. Ook vertelde hij klanten dat hij meerderjarig was, rechten studeerde en kwam hij zelf bij de mannen over de vloer. De klanten gaven zelf ook aan dat ‘Jesse’ meerderjarig leek. Bij drie van de vier mannen die ik in de rechtszaal zag, bleek pedofilie overigens geen rol te spelen. Bij de vierde wist men het niet zeker.

Het Openbaar Ministerie erkende in de zaak ook de actieve rol van het slachtoffer. Juridisch gezien is het ook geen heet hangijzer, de wet zit namelijk zo in elkaar dat minderjarigen bescherming genieten tegen zaken waar ze zelf nog niet zo goed over kunnen oordelen. Zoals de officier het zei: ‘De wet is zo ingericht dat jongeren moeten worden beschermd tegen de zaken waar ze de impact niet van in kunnen schatten’.

Terwijl de officier gevangenisstraffen eiste tegen de mannen, bleef het stil in de zaak tegen Vincent L. Tot we deze week het nieuws hoorden dat de rechtbank het recht op vervolging door het OM heeft geblokkeerd. De reden is onthutsend te noemen.

Onthutsend

Vincent L. was werkzaam bij het functioneel parket in Amsterdam. Om een rechtvaardige rechtsgang te waarborgen besloot de Hoge Raad dan ook volkomen terecht om de zaak door een andere rechtbank te laten draaien. Dit om ‘de schijn van bevoordeling of benadeling’ te vermijden. De Hoge Raad formuleerde het als volgt: ‘zal worden vervolgd en berecht door een zodanige instantie dat de schijn van bevoordeling of benadeling van hem wordt vermeden. De vermijding van die schijn is ook van belang bij de beslissing van het openbaar ministerie omtrent de vervolging’.

Een duidelijke boodschap, zou je zeggen. Vervolging en berechting in een ander parket, door een ander parket. Maar niet voor het OM in Amsterdam. De zaak werd weliswaar naar de rechtbank in Den Haag verplaatst, maar de twee officieren van justitie uit Amsterdam droegen het dossier niet over. Zij bleven de vervolging doen. Een verklaring kwam er ook, de twee officieren waren volgens het OM weliswaar werkzaam in Amsterdam, maar op grond van artikel 136, zesde lid, tevens van rechtswege plaatsvervangend officier bij alle overige parketten. Zij waren in deze zaak naar eigen zeggen ‘100 procent Haags’.

Alsof je iedere dag in Amsterdam werkt en voor de vorm even een petje met de letters Den Haag op je hoofd zet. Zie je wel? Honderd procent Haags!

Inmiddels is gebleken dat het retorische trucje er bij de rechtbank Den Haag niet ingaat. Zij oordeelden afgelopen week dat het verplaatsen van een rechtszaak naar een andere rechtbank ook wil zeggen dat officieren die hun reguliere werkzaamheden bij die rechtbank hebben, de zaak over hadden moeten nemen. Als dat niet het gevolg was geweest van de uitspraak van de Hoge Raad, dan was het oordeel van die Hoge Raad immers een dode letter geweest.

Simpeler gezegd: als de Hoge Raad de beslissing neemt om een zaak aan een ander parket te laten om de rechtsgang eerlijk te houden, dan is het niet de bedoeling dat het OM alsnog met Amsterdamse officieren de zaak gaat behandelen. De kern van het probleem is immers dat officieren de vervolging van een regionale collega niet oppakken. Juist om de zaak zuiver te houden.

Blunder?

Dan de vraag hoe we dit nu moeten duiden. Met een beetje goede wil zou je kunnen zeggen dat het OM in Amsterdam een enorme blunder heeft begaan. Gewoon niet goed over nagedacht, wellicht dachten ze met een papieren werkelijkheid de zaak wel te kunnen draaien.

Zo kun je denken. Je kunt ook denken dat een in grote verlegenheid gebracht OM willens en wetens de zaak stuk heeft willen laten lopen. Door een zaak te laten draaien door officieren van justitie die een zaak nooit hadden mogen draaien.

Het OM probeert nu nog te herstellen.  Er is hoger beroep aangetekend tegen de beslissing van de rechtbank in Den Haag om de vervolging te staken. De vraag is echter of hier succes valt te verwachten. Feit is namelijk dat het parket Amsterdam vanaf het begin alle beslissingen heeft genomen in deze zaak. Hoe moet je dat in hemelsnaam terugdraaien?

De kans is groot dat we er nooit achter gaan komen wat er precies achter deze merkwaardige gang van zaken zit. Maar dat het Openbaar Ministerie ernstige schade heeft toegebracht aan het vertrouwen in de rechtsgang durf ik wel te beweren.

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt me ook met een vast per bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -