Home > analyse > Wat veel mensen vinden is niet altijd waar
analyse

Wat veel mensen vinden is niet altijd waar

Het zal u vermoedelijk niet ontgaan zijn, na mijn laatste verhaal over een vonnis in een verkrachtingszaak is er een hele polemiek ontstaan over de rechtspraak. We kunnen daar op zich alleen maar blij om zijn, het is goed dat de rechtspraak in de aandacht staat. Het is echter jammer dat de discussie een strijd lijkt te zijn geworden tussen feiten en emotie.

Na mijn verhaal over het vonnis (hier te lezen) schreef fiscaal jurist Kim Boon een open brief aan mij. Ik ga die brief hier niet volledig behandelen, dat hebben ik en anderen op Twitter al gedaan. Ik wil echter in zijn algemeenheid wel iets zeggen over de teneur van het debat. Kim Boon (en anderen) wijzen namelijk met het grootste gemak op ‘wat veel mensen vinden’. Ze vinden iets van een in hun ogen te lage straf of van de in hun ogen terechte vraag of rechters wel dochters hebben of niet.

‘Wat veel mensen vinden’ is een drogreden. Je suggereert er namelijk mee dat ‘wat veel mensen vinden’ een soort rechtvaardiging is voor een werkelijkheid. Omdat veel mensen iets vinden zal het wel waar zijn. Dit is een hardnekkig misverstand. Het is bijvoorbeeld niet zo dat een partij als FVD of SP niet in de politiek thuishoort omdat de meeste mensen er niet op stemmen, om maar een willekeurig voorbeeld te noemen. Het is niet zo dat Wilders automatisch aanzet tot haat omdat vijfhonderd mensen daar aangifte van doen.

‘Wat veel mensen vinden’ krijgt pas waarde als de mensen die iets vinden op de hoogte zijn van wat er speelt. Als ze kennis hebben van de materie en een oordeel kunnen vormen op basis van de feiten in plaats van op de – al dan niet terechte – emotie.

Het is prima als veel mensen vinden dat vergelding een grote rol moet spelen in een verkrachtingszaak. Dat is een oprechte emotie waar je weinig aan af kan doen. Het wordt echter anders als die mensen niet weten dat vergelding in het strafrecht niet op de eerste plaats komt als het gaat om jeugdrecht. Dan kun je boos worden op rechters die de wet toepassen, maar dat is waar ze voor zijn aangesteld. Als je dat anders wenst, dan is de politiek aan zet, niet de rechters. Het is min of meer hetzelfde als boos worden op een afgekeurd doelpunt omdat je niet weet wat buitenspel is. De emotie is te begrijpen, maar dat gevoel rust toch echt op een gebrek aan kennis.

Expertise

Het is natuurlijk prima als veel mensen ‘vinden’ dat een verdachte op basis van een YouTube-filmpje een hoger IQ moet hebben dan deskundigen vast hebben gesteld. Je kunt er als rechtbank echter weinig mee als je een rapport van deskundigen voor je neus hebt liggen waar vanuit expertise en kennis veel breder is gekeken naar hoe een verdachte nu werkelijk in elkaar zit. Het zou wat zijn als een rechtbank rapportage van deskundigen terzijde schuift omdat veel mensen die de verdachte en het dossier niet kennen iets anders vinden.

Dat mensen op basis van wat beelden denken dat een verdachte helemaal niet ‘kwetsbaar’ is, is hun goed recht. Maar weten ze ook dat het in dit geval helemaal niet gaat om kwetsbaar in de zin van een bescheiden en gevoelige persoonlijkheid, maar kwetsbaar in de zin van een verdachte die makkelijk te beïnvloeden is?

Het is prima als veel mensen vinden dat een vraag of rechters dochters hebben relevant is. Dat maakt het echter nog niet waar. Rechters toetsen aan de wet, niet aan hun persoonlijke emotie. Als ze dat wel zouden doen, dan zou Geert Wilders ze bijvoorbeeld met liefde wraken als hij merkt dat ze overduidelijk achter de aangevers staan en dus niet meer kijken naar zijn kant van het verhaal. Daar komt nog bij dat als we willen dat rechters hun eigen persoonlijke gevoel er in betrekken, ze dat dan ook voor de verdachte moeten doen. Ik hoor mensen echter de vraag niet stellen of rechters misschien ook een zoon hebben die een strafbaar feit zou hebben kunnen begaan.

Natuurlijk kun je woedend worden als je meent dat een verkrachter een voorwaardelijke straf heeft gekregen ‘waar hij niets van merkt als hij niet weer de fout in gaat’. Tot je je realiseert dat dit niet zo is. Dat aan een voorwaardelijke straf bijzondere voorwaarden zitten (zoals een gedwongen behandeling) die niet ingaan op het moment dat iemand de fout in gaat, maar die gewoon onverkort gelden tijdens een proeftijd van twee jaar.

Flarden

Dat wat veel mensen vinden werkt niet binnen de rechtspraak. Omdat wat veel mensen vinden heel goed gebaseerd kan zijn op flarden teksten die ze voorbij zien komen. Een krantenartikel van driehonderd woorden of een TV-item van een paar minuten. Of een column waarin een vonnis bewust verkeerd wordt weergegeven om de volkswoede op te wekken.

Om werkelijk ergens iets van te vinden moet je meer kennis hebben van de achtergronden en de werking van de rechtspraak. Omdat je anders alles met het grootste gemak af kunt wijzen. Ophef is vaak recht evenredig met de kennis die je hebt.

Mensen met lichamelijke klachten kunnen op het internet vragen wat hen mankeert. Met het grootste gemak zullen mensen je vertellen wat er aan scheelt. Toch ga je voor een diagnose naar een arts. Als je auto stuk is, ga je naar een garage. Bij een lekkage heeft het weinig zin om de plaatselijke bakker te vragen er even naar te kijken.

Dat wat mensen vinden is altijd afhankelijk van wat mensen weten. Des te minder je weet, des te sneller en heftiger zal de ophef zijn. Je woede voelt terecht als je leest dat een rechtbank de nadruk legt op een behandeling van een jeugdige verkrachter. Tot je weet dat de rechter dit doet omdat het jeugdrecht daar voor kiest.

Dwang

Natuurlijk is boosheid logisch als je leest dat een verkrachting kon plaatsvinden omdat een slachtoffer naast het raam zat in een streekbus. Tot je door krijgt dat de plek van het slachtoffer in deze context juridisch gezien een belangrijke en noodzakelijke component is in de voor verkrachting noodzakelijke dwang. Als je er een verwijt in leest naar het slachtoffer (‘had ze daar maar niet moeten zitten’) dan is je woede logisch. Als je weet dat het juridisch een grote rol speelt bij de beoordeling van het strafbare feit is het al niet logisch meer.

Wat mensen vinden is niet altijd waar. Er zijn nogal wat mensen die menen dat God bestaat, dat lijkt mij echter geen bewijs dat dit werkelijk zo is. Miljoenen mensen menen dat de vrouw ondergeschikt is aan de man, we kunnen moeilijk vaststellen dat dit ook zo is. Er schijnen zelfs best veel mensen te zijn die stellen dat de aarde plat is. Prima om te vinden, maar laten we het niet zien als de waarheid.

Juristen behoren te weten dat een mening niet gelijkstaat aan de waarheid. En ze hebben de plicht om zaken correct en met de juiste duiding uit te leggen. Door olie op het vuur te gooien en je te verschuilen achter ‘dat wat mensen vinden’ doe je de rechtspraak en de democratie geen groot plezier.

Tenzij het je bedoeling is om waardevolle zaken in de maatschappij te ondermijnen. Dan moet je vooral bij voortduring wijzen naar wat mensen vinden die nog nooit een rechtszaal van binnen hebben gezien, een strafdossier hebben gelezen of een wetboek hebben opengeslagen.

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt me ook met een vast per bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -