‘Ik kan wel terecht bij een goede vriend’

 

Soms heb je als journalist een voorsprong op rechters.

Rechters hebben een strafdossier en kunnen tijdens de zitting vragen stellen aan een verdachte.

Daarna komen ze met een oordeel.

Als rechtbankverslaggever maak je niet alleen de zittingen zelf mee, maar ben je ook voor en na de rechtszaak aanwezig.

Zo zie en hoor je soms dingen die rechtszaken in een ander licht zetten.

Neem de 39-jarige Daniel.

Ooit seksueel misbruikt. Al 20 jaar aan de coke en wat agressie betreft niet de meest timide persoon. In 2006 verdacht van een poging tot moord.  Veroordeeld voor poging doodslag tot netto tien maanden gevangenisstraf. Plus een agressietherapie.

Iemand om in de gaten te houden, dus.

Daniel stond vandaag terecht voor stalking. Na het verbreken van de relatie met zijn Yvonne, bleef hij rond haar flatgebouw hangen. En bij haar schoonouders. En rond de school van zijn dochter. Hij knalde een keer dwars door een ruit bij een vriendin van zijn ex-partner en pakte zijn voormalige geliefde  bij de keel. Ook sprak hij zeer bedreigende voicemails in. Van het kaliber gezinsdrama.

Je zou kunnen zeggen dat de agressietherapie misschien niet helemaal het gewenste effect heeft gehad.

 Na de stalking was er de opname in een verslavingskliniek. Na drie dagen had Daniel het daar wel gezien. Al die groepssessies,  de hele tijd over je problemen praten met anderen. Nee, dat is niets voor hem.

Iemand om in de gaten te houden, dus.

Daniel wil het helemaal zelf doen. Zegt hij. Hij kan na zijn detentie terecht bij een hele goede vriend van vroeger. Hulp zoekt hij zelf wel op. Individueel, graag. Geld is ook geen probleem. Het oude huis is verkocht. Er is weer geld op de bank.

De goede vriend zat vandaag tijdens de rechtszaak in de zaal. Ik weet niet waarom, maar ik had niet het idee dat het allemaal goed zou komen. De goede vriend was niet alleen. Naast hem hing een vrouw in de harde stoelen van de rechtbank.

Je mag als journalist niet speculeren, maar laten we zeggen dat ik in de loop der tijd een patroon heb ontdekt in de lichaamshouding van gebruikers.

Ik had er dus weinig vertrouwen in.

Maar justitie wel. De officier zag wel een kans van slagen in het door Daniel zelf ingezette traject. Hij eiste een gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan een jaar voorwaardelijk. Met dat jaar op de plank moet Daniel wel te bewegen zijn om zijn leven zelfstandig te beteren. Begeleiding door de reclassering is dan ook niet nodig.

Na de rechtszaak zag ik de goede vriend op de gang staan. De man die er mede voor moet zorgen dat Daniel zich straks een beetje gaat gedragen.

De goede vriend was in gesprek met een advocaat.

En het gesprek ging over de rechtszaak waar hij maandag zelf als verdachte naar toe moet.

Nu kun je best geloven in het goede in de mens. Dat alles goed zal komen. En dat een stevig aan cocaine verslaafde geweldpleger zich keurig aan de regels zal houden als hij eenmaal logeert bij een crimineel vriendje. Zonder toezicht van de reclassering

Maar er zijn grenzen.

Delen

0 reacties

  1. In dit geval had de OvJ best even een klein onderzoekje kunnen doen naar die vriend.
    De rechter had op dit punt ook zijn interesse kunnen tonen trouwens.

Geef een antwoord