analysejuridisch

Justitie is er niet alleen voor de nabestaanden

Het gebeurt bijna iedere week. Na een onwelgevallige strafeis van het Openbaar Ministerie (OM) zwelt de kritiek aan. Soms is de teneur dat een verhaal van de aanklager ‘niet uit te leggen is aan nabestaanden’. Die gedachte berust echter op een hardnekkig misverstand. Het OM staat er namelijk ook voor de verdachte en voor een veel dieper en breder begrip van de term rechtvaardigheid.

Als ik zo hier en daar de reacties lees op nieuwsberichten over strafzaken, lijkt het wel alsof best veel mensen denken dat een officier van justitie in een strafzaak louter namens de nabestaanden of de slachtoffers spreekt. Op het moment dat het OM die belangen ‘schade zou toebrengen’, door bijvoorbeeld een vrijspraak te vragen of een te lage straf, duikt de kritiek op. Want waarom doet het Openbaar Ministerie dit in hemelsnaam? Moet een officier van justitie niet de wensen van de slachtoffers en de nabestaanden uitvoeren? De officier staat er toch voor die groep?

Nee, dus. Zoals een officier van justitie in Groningen het jaren geleden al eens puntig en correct wist te verwoorden: ‘Ik sta hier niet alleen namens de slachtoffers, maar ook namens de samenleving en de verdachte’.

Dat klink wellicht een beetje soft en al te genuanceerd voor de smaak van mensen die mogelijk louter in wraak en vergelding wensen te denken, maar het is wel een van de fundamenten van onze rechtspraak. Om het wat concreter te maken: het is een van de redenen (op papier) waarom wij allen de verwachting mogen hebben dat wij als verdachte van een strafbaar feit een eerlijke kans krijgen.

En geloof mij, u bent veel eerder verdachte dan u denkt. Miljoenen gingen u voor.

Waarheidsvinding

Zoals de politie in eerste aanleg het verhaal van een slachtoffer kritisch dient te benaderen omdat waarheidsvinding boven emotie dient te gaan, moet een officier van justitie op basis van een eerlijk strafdossier op een voor iedereen rechtvaardige manier recht doen aan een zaak. Ik weet dat dit een papieren werkelijkheid is (niet zelden mist een dossier balans en vaak is dat in het nadeel van een verdachte), maar het is wel het idee achter een rechtvaardige rechtspraak.

Dat wil dus meteen ook zeggen dat een officier van justitie ook de belangen van een verdachte moet dienen. Als bijvoorbeeld blijkt dat er geen bewijs is voor een vermeend strafbaar feit. Of als er gerede twijfel is of de verdachte wel gedaan heeft wat de aangevers hem of haar precies verwijten.

Het kan en mag natuurlijk niet zo zijn dat de wens van de aangevers (hij/zij is schuldig en dient een zware straf te krijgen) leidinggevend is in een strafzaak.

Op zich zou je dit natuurlijk best kunnen wensen. Zo is het ook. De rechtspraak staat namelijk in dienst van de samenleving en is uiteindelijk onderhevig aan dat wat de politiek (de wettenmakers) wenst. Als je het gegeven van een ‘slachtoffer-driven’ rechtspraak echter met zijn allen op een democratische manier tot stand wil brengen, dan moet je bijvoorbeeld ook erkennen dat PVV-leider Geert Wilders in zijn eerste strafzaak veroordeeld had moeten worden en in zijn tweede zaak een echte straf had moeten hebben. Omdat zijn slachtoffers dat namelijk rechtvaardig hadden gevonden.

Wraak

Rechtspraak is in essentie ge├»nstitutionaliseerde ‘wraak’. We geven een onafhankelijke derde de opdracht naar een (niet zelden) vreselijk incident te kijken. Dat is niet voor niets. Zoals een scheidsrechter bij een sport bepaalt of een overtreding een overtreding is, bepaalt het OM (en uiteindelijk de rechtbank) of een strafbaar feit gepleegd is en welke straf daar eventueel bij past.

Een door een overtreding geblesseerde voetballer van Ajax mag van fans van Feyenoord niet bepalen wie een rode kaart krijgt, een slachtoffer in een strafzaak mag dus ook niet bepalen wie schuldig is. En wat voor straf er moet volgen.

Natuurlijk. Als mensen zeggen dat een strafeis niet uit te leggen is, bedoelen ze ook dat het verhaal van de aanklager ‘onbegrijpelijk’ is. Dat je zaken in een dossier ook anders kan wegen en interpreteren. Dat snap ik heel goed. Maar die ‘onbegrijpelijkheid’ en die ‘andere weging’ rust niet zelden (en logischerwijze) op een eenzijdig en gekleurd beeld van slachtoffers en aangevers in de zaak. Dat is zeker geen verwijt, natuurlijk kijken aangevers anders naar een zaak. Zij zijn een partij met een bepaald belang.

En daar zit hem nu ook net de kneep. Een partij met een belang staat een bepaald doel voor. En meestal is dat veroordeling van de verdachte, erkenning van het eigen leed en een passende straf voor het misdrijf. Dat doel kan echter conflicteren met de dwingende en noodzakelijke werkelijkheid van alledag om een gepleegd misdrijf te objectiveren. En ook dat is de taak van het Openbaar Ministerie.

Je kunt iemand namelijk niet veroordelen omdat je louter denkt dat hij of zij het heeft gedaan. Je kunt geen straf opleggen omdat alleen je gevoel zegt dat dit rechtvaardig zou zijn. Als je echt rechtvaardig wenst te zijn, dien je feitelijk, weloverwogen en objectief te kijken naar de inhoud van een strafdossier. Ook als de uitkomst mogelijk onverteerbaar is voor partijen die het graag anders zouden hebben gezien.

Ver van mijn bed

Maar hier komt het probleem. Deze vrij technisch uitleg gaat pas echt leven als je zelf verdacht wordt van een misdrijf of in de ogen van de overheid ongewenst gedrag hebt vertoond. Dat is voor sommige mensen blijkbaar een ver-van-mijn-bed-show. Alleen criminelen en slechte mensen plegen volgens die mensen blijkbaar immers misdrijven en overtredingen. Zij verdienen het dan ook hard aangepakt te worden.

Ook dat is dus een hardnekkig misverstand. Rechtbanken in Nederland behandelen miljoenen rechtszaken. In 2015 alleen al stroomden 1,7 miljoen rechtszaken binnen in de hele keten. Dat zijn uiteraard niet alleen maar grote rechtszaken met grote boeven. Maar het zijn wel rechtszaken waar conflicten tussen burgers (of bedrijven) en de overheid (of andere burgers) op allerlei manieren uitgevochten moeten worden. Conflicten waar belangen spelen die naar aard conflicterend zijn. Waar een onafhankelijke derde uiteindelijk moet beoordelen wie er ‘gelijk’ heeft en vooral: wie niet.

Dat systeem kan niet anders dan een totaalsysteem zijn, met in de basis gelijke rechten en waarborgen. En dat systeem verdient een logische, evenwichtige, nuchtere en genuanceerde aanpak. Niet omdat dit ‘correct’ zou zijn of ‘moreel superieur’, maar omdat het voortdurend om mensen gaat. Gewone burgers die rechtvaardig tegemoet moeten worden getreden.

Ik durf de stelling wel aan dat de mensen die altijd zoveel kritiek hebben op de ‘juridische werkelijkheid’ van de rechtspraak, die werkelijkheid subiet omarmen als ze zelf ineens in het beklaagdenbankje staan. Sterker: ik zie jullie wekelijks staan en constateer dat rechten die anders zo achteloos in een reactie op sociale media belachelijk worden gemaakt als het om de ander gaat, ineens enorm in waarde zijn gestegen. Inderdaad, dan komt het ineens wel erg dichtbij.

Nu hoor ik u denken: ik ben nog nooit in een rechtszaal geweest. Ik gedraag mij netjes. Net als vele miljoenen Nederlanders.

Is dat zo?

Als mensen van het CJIB in Leeuwarden een boete krijgen omdat ze zich schuldig hebben gemaakt aan een overtreding of misdrijf (dik 9,7 miljoen overtredingen en misdrijven in 2016) dan vinden ze dat soms belachelijk. In verkeerszaken bijvoorbeeld. ‘Pak dan de mensen die echt te hard rijden!’ ‘Pak de echte boeven!’, ‘Ik breng niemand in gevaar!’.

Dan ineens zien ze wel allemaal redenen om het eigen strafbare gedrag te verzachten of de aandacht te verschuiven naar anderen. En weten ze soms feilloos de websites te vinden die hen in staat stellen om rechtens bezwaar aan te tekenen of om onder een boete uit te komen.

Een snelheidsovertreding (merendeel van die 9,7 miljoen) is nog geen misdrijf, dat is zeker waar. Maar de dynamiek van het recht en je recht wensen te krijgen is exact hetzelfde. Je doet een beroep op een rechtvaardige beoordeling van je gedrag. En je meent dat dit recht je toekomt.

Dat klopt ook helemaal. Maar besef wel dat dit recht een ieder toekomt. Ook de persoon of personen die verdacht worden van een gruwelijk misdrijf.

Delen