Online klootzakken zijn offline klootzakken

Er wordt vaak gezegd dat de anonimiteit en impulsiviteit van het internet het slechtste in de mens naar voren brengt. Het anonieme masker maakt van in het echte leven redelijke mensen onredelijke asocialen. Nieuw onderzoek van een Deense universiteit wijst echter op iets anders; online klootzakken zijn in het echte leven vaak ook klootzakken.

We kennen het allemaal wel en met name op sociale media, ieder debat wordt vervuild door trollen die de inhoud schuwen en meteen gaan schelden of louter op de persoon spelen. Niet zelden opereren deze trollen ‘veilig’ achter een schuilnaam en proberen ze anderen uit de tent te lokken voor een beetje aandacht.

Ook negatieve aandacht is kennelijk een soort van bevredigend voor deze ‘koene ridders’ van het internet. Zoals door sommige mensen weleens geopperd: de mensen die het hardst liefde nodig hebben, hebben een nogal ongelukkige manier om er om te vragen.

Mismatch

De onderzoekers van de Deense universiteit probeerden inzicht te krijgen in de zogenaamde mismatch-theorie. Oftewel: de discrepantie tussen offline en online gedrag. Mensen die face-to-face best aardig zijn, zouden juist door de snelle en onpersoonlijke dynamiek van het internet eerder genegen zijn om online de woordterrorist uit te hangen. De digitale wereld is immers een plek waar je meteen en zonder een ander in de ogen te hoeven kijken je mening ongezouten en ongefilterd in het rond kan spugen.

De wetenschappers vonden in het gedrag van Deense en Amerikaanse internetgebruikers echter bar weinig bewijs voor die stelling, maar zagen tot hun verrassing wel iets anders. De trollen die online het debat vervuilen spiegelen eigenlijk hun eigen gedrag offline. De agressieve en onsympathieke toon van de trol online verschilde niet veel van het dagelijkse gedrag in de fysieke wereld.

Sterker: het is volgens de onderzoekers een bewuste strategie om zich asociaal te gedragen om zo status en dominantie te verkrijgen, in plaats van een vorm van gedrag als resultaat van de ‘anonieme’ en dus als veilig gewaande omgeving. Online haters zijn dus vaak net zo gemeen in real life als op het internet.

Agressie

Hoewel de onderzoekers niet onderschatten dat er meerdere factoren meespelen, zoals het gegeven dat je elkaar online niet in de ogen hoeft te kijken, blijven ze erbij dat de trollen veelal een persoonlijkheid hebben die agressie nu eenmaal niet uit de weg gaat. Het is instrumenteel voor ze. Een bewust ingezet middel om een bepaald gewenst doel te kunnen bereiken.

De door velen ervaren aanwezigheid van asociale trollen op sociale media komt volgens de onderzoekers omdat het online nu eenmaal veel zichtbaarder is. Agressieve mensen bemoeien zich onevenredig veel met het debat en reageren vaak en heftig. Ideaal om te overleven in de ophefcultuur van de sociale media. Er staat als het ware voortdurend een lamp én een vergrootglas op slecht en asociaal gedrag. Het is de terreur van de opgeblazen minderheid.

Volgens de onderzoekers is het dus een misverstand om altijd maar te denken dat haters vanuit onwetendheid opereren. De agressieve trollen weten namelijk opvallend vaak heel goed hoe verstorend en schadelijk hun gedrag is. Dit is enigszins in lijn met eerder onderzoek, waaruit bleek dat internettrollen wel de ´gevoeligheid´ hebben om op de juiste irritatieknoppen bij een ander te kunnen drukken, maar de affectieve empathie missen om zich druk te maken over de gevolgen voor hun slachtoffers.

Spiegelen

Het Deense onderzoek geeft een interessant inzicht; veel mensen zijn namelijk geneigd om eigen gedrag te spiegelen aan de eigen omgeving. Wie verkeert in kringen van goed opgeleide en beschaafde mensen, zou in de verleiding kunnen komen om te denken dat iedereen geweld en agressie afkeurt. Als je in je eigen directe omgeving gewend bent om conflicten en problemen beheerst uit te praten en rationeel te benaderen, is het best lastig om te accepteren dat er ook mensen zijn die geweld, agressie en intimidatie zien als een legaal, effectief en gerechtvaardigd middel om iets te bereiken.

En die mensen zijn er. Het zijn de asocialen die het normaal vinden om voor te dringen in de rij bij de supermarkt. De automobilisten die je met veel misbaar afsnijden in het verkeer, de scooterrijders die vol door rood over een zebrapad knallen, de buurtbewoners die ’s avonds laat nog keihard muziek de wijk in blazen vanuit hun tuin.

Niet iedereen houdt rekening met anderen, zullen we maar zeggen.

Haat

Volgens de onderzoekers moeten sociale mediabedrijven veel meer doen om de haat online tegen te gaan, mede omdat sociale media in een democratie een zeer grote rol zijn gaan spelen in het maatschappelijk debat. Een gedachte overigens die door de bedrijven al mondjesmaat in de praktijk wordt gebracht. Hatelijke en bedreigende berichten kunnen worden gerapporteerd en ook nepnieuws wordt steeds minder vaak geaccepteerd.

Natuurlijk is het allemaal maar een enkel onderzoek, maar logisch klinkt het allemaal wel. De mensen die in het echte leven geneigd zijn om asociaal door het leven te gaan en veel ruimte in te nemen, doen dat online gewoon net zo hard. Eens een klootzak, altijd een klootzak. Het gedrag zit vastgebakken in de persoonlijkheid en komt online, waar er bovendien nooit meteen een consequentie volgt, simpelweg nog beter tot zijn recht.

Megafoon

Door de megafoon-werking van het internet is het bovendien ook nog eens enorm zichtbaar. En dat is een behoorlijk nadeel van de online-wereld; de mensen die het hardst schreeuwen en roeptoeteren zijn het meest zichtbaar. Omdat ze gedreven zijn en er veel tijd en energie in pompen om hun asociale boodschap te verspreiden en op anderen te reageren. Sociale media vergroten de ophef. Zoals ook in het echte leven: de gematigde mensen sneeuwen onder omdat die helemaal niet de behoefte voelen om overal steeds maar op te reageren en oeverloos de discussie aan te gaan. Ze halen veelal de schouders op en gaan over tot de orde van de dag.

Wat dat betreft vormen sociale media een soort van vergrootglas. Waar het vergrootglas op rust, is luid en duidelijk te zien, maar het ziet slechts op een marginaal gedeelte van de maatschappij. Zoals een lange stoet coronademonstranten in Amsterdam de aandacht vestigt op gloeiende onvrede, maar niet de overgrote meerderheid laat zien die zich niet zo druk maakt, keurig een vaccinatie haalt en zich zonder problemen conformeert aan af en toe een coronatestje.

Malieveld

Voor de fanatieke gebruiker van sociale media is het net alsof je naast het Malieveld of het Museumplein woont. De ontelbare demonstraties die aan je raam voorbijtrekken wekken de schijn van een chronisch ontevreden volk dat om de haverklap de barricades opgaat en ten strijde trekt. In werkelijkheid is dat natuurlijk geenszins het geval. Dat wat voortdurend heel erg zichtbaar is, is niet altijd de norm. De zwijgende meerderheid kan een minderheid lijken in het sociale domein, maar is dat niet.

Integendeel zelfs.

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt mij ook met een vast per bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -
Delen

Geef een antwoord