analysejuridisch

Schizofreen en vast in het systeem

Het strafrecht is geen beste oplossing voor mensen die geestelijk zo hard worstelen dat ze overal tussen wal en schip vallen. Dit is een triest verhaal over een opgesloten vrouw met steeds harder klinkende demonen in haar hoofd en verwarde vragen waar ons systeem geen bevredigend antwoord op heeft.

Als de 54-jarige vrouw, omringd door drie bewakers, de rechtszaal binnenloopt is het eerste wat ze vraagt een pen en een stuk papier. Hoewel de decemberkou buiten voelbaar is voor vrije mensen, draagt zij een halflange broek, een dunne trui en zomerschoenen.

kleding voor mensen die altijd binnen vier muren moeten blijven.

Eenmaal op haar stoel voor de rechtbank buigt ze diep over haar papier heen en begint ze met schrijven. Ze kijkt de rechters voor haar geen moment aan. Haar pen staat soms even stil als de rechters haar vragen stellen, maar meestal schrijft ze gewoon door. Alsof ze haar gedachten dwangmatig op moet slaan, uit angst om ze weer kwijt te raken.

De rechters dringen zelden tot haar door, al proberen ze het wel. Rechter: Terwijl u drukt schrijft…u mag uw mondkapje af doen. Hoe gaat het nu met u?’ De vrouw kijkt niet op van haar papier. Er komt nog net een zacht ‘prima’ uit.

Brandstichting

Als de officier van justitie uitlegt dat mevrouw terechtstaat voor een brand met gemeen gevaar voor mensen en personen door in een gesloten inrichting haar eigen matras in de brand te steken, komen er voor het eerst hele zinnen uit de mond van de vrouw.

‘Ik weet het niet meer. Maar als ik het heb gedaan, dan heb ik het niet met opzet gedaan. Ik weet niets meer van die dag’.

Hoewel best veel verdachten in de rechtszaal acuut geheugenverlies vertonen, is dat nu niet het geval. De vrouw die hier zo in zichzelf gekeerd en op het oog onverstoord doorschrijft, is al zeker twintig jaar schizofreen. Toen ze lang geleden de diagnose borstkanker kreeg, kwamen de psychoses. Volgens de deskundigen die haar hebben onderzocht zit ze eigenlijk al heel lang voortdurend in een psychose. En al heel lang opgesloten tussen vier muren.

De jonge rechter weet het krachtig te verwoorden als hij het woord richt tot de aanwezige psychiater en psycholoog.

U komt allebei tot dezelfde diagnose. Hetzelfde advies. Ik zie een uitgebreide geschiedenis met onder meer schizofrenie. Dat ging een tijdje goed, tot ze borstkanker kreeg. Sinds die tijd zit ze eigenlijk in een psychose’  

In haar rol als verdachte is met de vrouw geen zinnig gesprek te voeren. Als ze even stopt met schrijven en begint te praten, verhaalt ze over miskramen die bij haar zijn opgewekt in de gevangenis, over dat ze nu naar het ziekenhuis moet. Ze stelt ontvoerd en gegijzeld te zijn vandaag.

‘Ik zou graag naar een ziekenhuis willen. Mijn baarmoeder doet heel erg pijn. Ik verlies veel bloed. Ik heb 0.0 bloedwaarde en 0.0 voedingstoffen. Ik heb geleefd op droog brood. Geleefd op droog brood. Geleefd op droog brood’

Deskundigen

Omdat er met de vrouw niet te praten is over het strafdossier, richt de rechtbank zich tot de twee deskundigen en de officier van justitie. En dan ontstaat een pijnlijk spel over het verwarde hoofd van de verdachte heen.

De beide deskundigen zijn duidelijk geïrriteerd. Ze kennen de vrouw, hebben met haar gesproken en zien dat het systeem in Nederland haar dreigt te vermalen. De jarenlange en voortdurende dwangopname heeft de toch al zeer kwetsbare vrouw niets opgeleverd.

De opgeroepen psychologe is het felst. Ze kan haar ergernis over de strikte en rigide normen binnen het systeem nauwelijks verbergen.

‘We zijn de samenwerking met haar helemaal verloren. In een PI is geen ruimte voor ons om te werken. Ze is constant in de war, daarom weigert ze bijvoorbeeld bezoek. Hoe vinden we nou weer samenwerking met haar?’

Vriend

Als de rechtszaak vordert, blijkt de toch al intens trieste zaak nog triester te worden. Achter in de zaal zit dan al geruime tijd de vriend van de vrouw. Of eigenlijk haar ex, want tijdens een zware psychose besloot zij ineens van hem te scheiden.

Het lijkt erop dat haar vriend een goede invloed heeft op haar. Ze hebben samen kinderen en bij hem voelt zij zich veilig en geborgen. Maar de man kan geen kant op met een vrouw die door het systeem achter dikke muren wordt gehouden. Als hij zijn hand opsteekt om wat te zeggen over een toekomstige terugkeer van de vrouw in zijn woning, kapt de jonge rechter hem aarzelend af.

Vriend: ‘Ja, ik dacht…het gaat over mij’. Rechter: ‘Ik moet streng zijn, het gaat hier om een strafzaak, sommige mensen mogen iets zeggen, anderen niet. Als mens ben ik geïnteresseerd in wat u te zeggen hebt, maar als rechter kan ik er niet zo veel mee’.

De woorden klinken harder dan ze worden uitgesproken.

Muren

Wat de deskundigen betreft is het tijd om van de dikke muren van de gesloten inrichtingen dunne muren te maken. Omdat de vrouw anders net zo goed helemaal opgegeven kan worden. De voortdurende dwang en de opsluiting zorgen alleen maar voor angst en weerstand. En dat uit zich weer in ongewenst en dreigend gedrag, waardoor er weer strengere maatregelen worden opgelegd.

‘Ze heeft jaren goed gewerkt met het systeem, als het systeem niet meer flexibel met haar om kan gaan, dan sluit je haar eigenlijk voor het leven op. Dan wordt ze niet meer beter’, aldus de psychiater.

Ze stellen voor dat de vrouw langzaam maar zeker, via opname in een geschikte forensische kliniek in de buurt van de woonplaats van haar vriend, terug zou moeten keren naar haar vriend. Omdat ze gedijt bij een stabiele thuissituatie. Omdat er dan met haar te werken valt. Omdat ze dan eindelijk een kans krijgt.

Gevaarlijker

De deskundigen gaan nog een stapje verder. Ze stellen onomwonden dat een nog zwaardere setting, zoals in een tbs-kliniek, haar juist gevaarlijker maakt. Omdat ze dan de hakken nog verder in het zand zet en alleen maar op de weerstand gaat.

De woorden van de deskundigen klinken logisch. Maar de praktijk in Nederland is anders. Door wetswijzigingen is het gat tussen een geschikte kliniek en een tbs-maatregel erg groot geworden, zo geeft ook de rechtbank toe.

De reguliere geestelijke gezondheidszorg is niet geschikt voor patiënten die een gevaar kunnen vormen voor zichzelf en anderen. Ze kunnen niet de juiste beveiliging bieden en recidive-kansen niet inschatten. Specialistische forensische klinieken waar beveiliging wel aanwezig is, hebben op hun beurt niet altijd plek en zijn volgens critici door onder meer maatschappelijke druk angstig geworden om zware probleemgevallen op te nemen.

Artikel 37

En dan is er nog het probleem van het wegvallen van artikel 37, de zorg zonder strafoplegging door opname in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van een jaar in het kader van de strafrechtelijke machtiging. Een artikel dat begin 2020 door de wetgever is geschrapt, waardoor financiering door de Staat via deze weg niet mogelijk is.

Hoewel de gevolgen mij nog niet geheel duidelijk zijn, lijkt het alternatief, de zogenaamde zorgmachtiging, niet echt geschikt voor specifieke forensische zorg en komt het qua financiering terecht op de schouders van de zorgverzekeraar.

En dus dreigt voor de psychotische vrouw, die volgens de mensen die haar kennen zo gevaarlijk niet is als er menselijk met haar wordt omgegaan, een enkeltje tbs.

Want dat is wat de officier van justitie wil. Ze snapt heus het verhaal van de deskundigen, maar stelt ook vast dat ze ‘moet kijken of het verantwoord is’. Een opmerking die haar op een vinnig uitgesproken reactie komt te staan van de psychologe:

‘Zo komen we nooit verder. Zo krijgen we de muur nooit dunner’

Feiten

De officier van justitie is van goede wil, uit haar betoog valt zeker niet op te maken dat ze de vrouw al heeft afgeschreven. Maar ze kan naar eigen zeggen ook niet om de feiten heen. Feiten die aangeven dat de vrouw al zo lang in dwangopname zit en dat het maar niet beter lijkt te gaan. Het gegeven dat ze juist door geweldsincidenten steeds verder is doorgedrongen in de zwaarbeveiligde setting.

Wat de officier betreft heeft ze geen andere keus meer. Ze stelt vast dat de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar is en dus als dader van het strafbare feit brandstichting niet strafbaar is. Maar ook dat ze de samenleving moet beschermen en dus een tbs met dwang eist.

‘Patiënten in die kliniek zijn in gevaar geweest. Die zaten in kamers die ook afgesloten waren. Het is algemeen bekend dat brand snel kan gaan. Ze dreigde bovendien een verpleegkundige met een mes en sloeg een servies stuk. Mevrouw zit nog in een psychose. Al langere tijd. En als ze in een psychose zit, dan vormt ze een gevaar voor anderen in de maatschappij. Dat eist een tbs en ook bij een tbs kun je afschalen’

Ze weet ook dat de deskundigen het daar helemaal niet mee eens zijn, maar ze mag het eisen, ze heeft een eigen verantwoordelijkheid en neemt die naar eigen zeggen ook.

De raadsman van de vrouw sputtert nog tegen. Zegt onder meer dat een bedreiging met een mes best kan bestaan uit een woordenwisseling met een broodmes in de hand. In instellingen gebeuren dingen die voor de buitenwereld anders klinken dan voor de binnenwereld.

Laatste woord

Het laatste woord is dan aan de verdachte. Wat volgt is pijnlijk voor iedereen die luistert. De vrouw begint een heel verhaal over kinderen die in de kweek zijn gezet, verkrachtingen en zwangerschappen die zijn afgebroken.

Rechter: ‘Ik onderbreek u even, wilt nog iets zeggen over de strafzaak’. Verdachte: ‘Welke strafzaak? Ik ben ontvoerd! Ze hebben mij verkracht en mijn zwangerschappen afgebroken. Ze hebben kinderen gebaard en op kweek gezet. Ik wil schadevergoeding. Schadevergoeding’

Als de zaak is afgesloten en de vrouw van de beveiliging haar pen achter moet laten, valt ze uit tegen haar advocaat: ‘Ze hebben mij een dodelijke injectie gegeven!’

Het zijn woorden van een verwarde geest die eigenlijk niet verder zouden moeten gaan dan de relatieve beslotenheid van een rechtszaal, maar ze hebben waarde omdat ze aangeven dat de vrouw geen idee heeft waar ze op dat moment is.

Over haar wilsonbekwame hoofd heen worden beslissingen genomen die kunnen betekenen dat ze nooit meer normaal door het leven kan gaan. Nooit meer normaal haar kinderen kan zien of met haar vriend gewone dingen kan doen.

Dichte deuren

Hoewel niemand dit wil, dreigt het systeem haar voorgoed af te schrijven. De muren om haar dreigen steeds dikker te worden, steeds meer beveiliging, steeds meer isolatie, steeds meer weerstand, steeds meer dreiging. Niet alleen opgesloten in haar gebrekkig functionerende hoofd, maar ook in gebouwen met dikke muren en dichte deuren.

In rechtszalen draait het vaak om opzet en schuld. Om verdachten tegenover slachtoffers. In dit soort zaken is echter niemand schuldig.

Hoogstens een door onmachtige politici geschapen rigide systeem dat geen passend antwoord lijkt te hebben op demonen in een hoofd die maar niet willen verdwijnen en steeds sterker worden door de volstrekte uitzichtloosheid en onmenselijkheid van dikke muren en steeds meer repressie.

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt mij ook met een vast per bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -
Delen