Iedereen heeft inmiddels zijn of haar plasje gedaan over de vrijspraak van twee mannen die een 17-jarig meisje zouden hebben verkracht in IJsselstein. Van grote juristen als Stella Bergsma, Lale Gül en Angela de Jong tot een reeks minder of meer bekende Nederlanders met meer volgers dan kennis. Dan nu maar eens de juridische werkelijkheid, geschreven door iemand die het vonnis wél heeft gelezen en niet de dwingende behoefte voelt om de boze menigte te plezieren.
Ongeremde en ongeïnformeerde boosheid over de rechtspraak is geen nieuws, dat maken ik en mijn rechtbankcollega’s al jaren mee. Maar ik moet wel zeggen dat de woede over een vonnis deze keer wel heel erg breed gedragen is. Zelfs mensen die ik bewonder om hun strijdvaardigheid en nuance zijn ontstemd.
Mensen als influencer Nienke ’s Gravemade en toneelschrijver Abbie Chalgoum bijvoorbeeld. De breed gedragen walging is een feit.
Maar niet terecht.
Eenvoudig
De casus is op zich eenvoudig: een aangeschoten meisje van 17 komt in een kroeg in IJsselstein in contact met twee mannen van 45 en 48 jaar oud. Ze is alleen en zegt tegen het duo dat ze niet weet hoe ze thuis moet komen en krijgt een lift in de auto van een van hen.
Als het gezelschap bijna bij haar huis is, geeft het meisje zelf aan dat ze nog ijs wil bij McDonalds. De bestuurder van de auto slaat dan af richting het befaamde restaurant, dat blijkt echter dicht en omdat de medeverdachte moet plassen wordt er geparkeerd op de parkeerplaats.
Daar vinden allerlei seksuele handelingen plaats.
Deze handelingen stoppen meteen als het meisje aangeeft dat ze naar huis wil en ze wordt ook daadwerkelijk naar huis gebracht. Ze verklaart later bij de politie dat ze zich niet heeft verzet en ook niet op een voor de mannen kenbare wijze heeft aangegeven dat zij de seksuele handelingen niet wilde.
Aangifte
Kort na de gebeurtenissen vertelt ze aan een vriendin echter dat ze helemaal geen seks wilde en ze werd daarna overgehaald om aangifte te doen tegen het duo. De mannen werden aangehouden en ze zitten drie maanden in voorarrest.
Het Openbaar Ministerie koos ervoor om ze te vervolgen wegens het verrichten van seksuele handelingen met een 17-jarige, terwijl zij zich in een bijzonder kwetsbare positie bevond als gevolg van een staat van lichamelijke of geestelijke onmacht en/of in een situatie van afhankelijkheid.
Dat is de casus zelf.
Overvallen
Voor de duidelijkheid: ik denk persoonlijk dat het 17-jarige meisje is misbruikt. Op basis van haar aangifte en de omstandigheden. Zoals ik het zie werd het meisje overvallen door het gedrag van de oudere en sterkere mannen en durfde ze (logisch) niets te zeggen.
Zoals we zo vaak zien: het slachtoffer bevroor.
Los van het strafbare vind ik ook nog eens persoonlijk dat het meisje niet alleen veel te jong was voor de mannen om seks mee te hebben (hoewel het niet strafbaar is), maar ga je als man ook geen seks hebben met iemand die er als bevroren bij ligt.
Dat is geen consent.
Maar het gaat hier helemaal niet om wat ik denk. Of wat moreel juist is. Of wat een hele trits aan ongeïnformeerde columnisten denken, die alleen maar opschrijven wat hun lezers willen horen.
Bewijzen
De rechtspraak gaat terecht niet om denken, maar om bewijzen. Om het nog wat complexer te maken: het gaat juridisch niet eens om wat het meisje wel of niet wilde.
Daar kom ik later op terug.
Ik heb bewust gewacht met het schrijven van dit verhaal. Niet omdat ik niet begreep hoe het vonnis in elkaar zit (dat is al 25 jaar mijn werk), maar wel om de patronen te kunnen zien in de woedende reacties.
En die zijn er. Tamelijk standaard patronen ook.
Op basis van dat patroon is goed te zien waar de onwetendheid zit als het gaat om de rechtspraak in Nederland. En dat begint al veel algemener. Namelijk bij het simpelweg niet lezen van het (hele) vonnis.
Problemen
Ik zal eerst langs de vijf problemen lopen die ervoor zorgen dat vrijwel iedereen meent dat de rechtbank hier fouten heeft gemaakt. Omdat het namelijk – los van deze casus – veel zegt over hoe mensen (heel vaak onterecht) oordelen over de rechtspraak in Nederland, die wat mij betreft al jaren op een hoog niveau functioneert.
Zo zag ik mensen beweren dat het meisje veel te veel gedronken had en daarom haar wil niet kon bepalen (dit is niet waar, zo dronken was ze niet), dat ze niet hard genoeg nee had gezegd (ze heeft helemaal geen nee gezegd), dat seks met een 17-jarige sowieso moet leiden tot een veroordeling (nou, nee: iedereen mag in Nederland seks hebben met en vanaf 16 jaar, dat heet seksueel zelfbeschikkingsrecht) en dat de agent misbruik maakte van zijn functie (nee dus, hij heeft het niet gezegd, was geen agent maar medewerker en het meisje wist het niet).
Omgedraaid
Het tweede probleem draait om de manier waarop mensen de rechtspraak zien. De algehele teneur is namelijk dat het meisje verkracht is en dat de rechter (men bedoelt rechters, want dit was een zaak van de Meervoudige Kamer) het meisje vervolgens in de steek hebben gelaten.
Veel mensen draaien het dus moeiteloos om: eerst vaststellen schuld en dan de bewijzen.
Zo werkt het niet. Zelfs als het er wel heel erg op lijkt dat dit meisje is misbruikt (en dat is zo) zul je dat alsnog wel moeten bewijzen. Als je dat namelijk loslaat, heb je geen rationele rechtspraak meer. Dan wordt het een kwestie van gevoel en dat is niet alleen heel glad ijs, maar ook volstrekt oncontroleerbaar en onbewijsbaar.
Perspectief
Een derde probleem zit hem in het perspectief. Veel mensen gaan uit van het verhaal van het meisje. Dat is weliswaar logisch en invoelbaar, maar niet juist. Bij het vaststellen van schuld en opzet draait het immers om de beleving van de verdachte. Om hoe hij dacht en als gevolg daarvan handelde.
Het is zeker niet zo dat het gevoel en het gedrag van meisje niet meetelt, maar het gaat hier wel om het vaststellen van de specifieke schuld van de verdachte.
Een voorbeeld kan dat verduidelijken. Stel: je loopt op straat en je voelt een duw. Je valt hard op de grond en breekt je arm. Als je opkijkt zie je achter je een man staan, die schrikt en zegt dat het zijn schuld is. Voor jou is het logisch: de man gaf je een duw, waardoor je letsel op hebt gelopen.
Opzet en dus mishandeling.
Geen opzet
De man zelf stelt echter dat hij is gestruikeld over een losse tegel, waardoor hij tegen je aan is gevallen. Geen sprake van opzet en dus niet strafbaar. Uiteraard zal de rechtbank hier naar bewijs moeten kijken (getuigen bijvoorbeeld), maar iedereen zal in dit voorbeeld snappen dat het om het specifieke gedrag en de intentie van de verdachte gaat en niet om hoe het slachtoffer het ervaarde.
Zo werkt dat in vrijwel alle strafzaken die we kennen. De opzet van de verdachte bepaalt de schuld, niet het gedrag van de aangever.
Logica
Een vierde probleem is de zogenaamde ‘aangenomen logica’. Heel veel mensen vinden dat de twee verdachten schuldig zijn omdat zij sterke mannen zijn die een meisje van 17 in hun auto hadden. De logica schrijft dan voor dat het om een verkrachting moet zijn gegaan, ‘want 17-jarigen hebben geen seks met wildvreemde mannen in een auto’.
Hoewel dit volgens de wetten van de logica wel enigszins te verdedigen is, is het natuurlijk niet bruikbaar in een rechtszaal. Daarvoor veralgemeniseer je namelijk een individuele casus veel te veel en kom je terecht in de ‘het moet wel zo gegaan zijn, want het gaat meestal zo’.
Ik hoop dat mensen beseffen dat dit niet kan. Dan zou bijvoorbeeld Geert Wilders of Raisa Blommestijn altijd veroordeeld worden als het gaat om racisme, ‘want dat hebben ze eerder gedaan en dus is het logisch dat het weer zo is gegaan’.
Rechtspraak draait terecht niet om wat logisch is en ‘waarschijnlijk het scenario’, maar om wat daadwerkelijk bewijsbaar is.
Bewijsminimum
Een vijfde ‘probleem’ is dat de rechtspraak zich altijd aan wetten en regels dient te houden. Bijvoorbeeld dat je een bewijsminimum nodig hebt, meer dan één getuige en dat je moet toetsen aan de wet en de wetsgeschiedenis. Hoewel dit misschien wat apart klinkt, kun je geen uitzondering maken voor een individueel geval, waarbij het er wel heel erg op lijkt dat er sprake was van seksueel misbruik (zoals in dit geval). Je zult namelijk alsnog langs de wetten en regels moeten om tot een conclusie te komen.
Goed, terug naar het vonnis. We duiken de juridische wereld in.
Overal in de media en bij columnisten is te lezen en te horen dat er sprake is geweest van verkrachting. Wat het voor ons gevoel ook is, maar het OM koos in dit geval dus niet voor de bekende verkrachting in de zin van Artikel 242 sr. Dat artikel stelt het seksueel binnendringen van het lichaam strafbaar wanneer dit gebeurt zonder vrijwillige instemming.
Artikel 245
Voor de duidelijkheid: het is in Nederland niet strafbaar om als meerderjarige man of als meerderjarige mannen seks te hebben met iemand van 16 of 17 jaar. Het is wel strafbaar als het slachtoffer dat niet wilde, terwijl de verdachte dat weet of zich bewust is van die mogelijkheid.
Bijzonder interessante wetgeving, maar daar gaat het in deze casus dus helemaal niet over. Het Openbaar Ministerie (OM) heeft namelijk (om onduidelijke redenen) niet gekozen voor de ‘standaard’ verkrachting van artikel 242, maar voor de relatief nieuwe artikelen 245 en 246.
Kort gezegd: ‘verkrachting, terwijl het slachtoffer in een bijzonder kwetsbare positie verkeerde, namelijk in een situatie van afhankelijkheid en/of in een staat van lichamelijke onmacht en/of geestelijke onmacht, terwijl de verkrachting gepaard ging met dwang’
Ander speelveld
En dan komen we juridisch (of je dat nu wil of niet) echt op een ander speelveld terecht, want de rechters mogen door die keuze van het OM alleen maar oordelen over die artikelen. En dus niet over de verkrachting in de zin van artikel 242 sr.
Dat brengt nogal wat verandering met zich mee en de rechtbank staat daar meteen in het begin van het vonnis ook bij stil:
‘De rechtbank hecht eraan om op te merken dat het niet per definitie strafbaar is om als meerderjarige man(nen) seks te hebben met iemand van 16 of 17 jaar. Het is – kort gezegd – wel strafbaar als diegene dat niet wilde, terwijl de ander dat weet of zich bewust is van die mogelijkheid en toch doorgaat (opzetverkrachting) of als er omstandigheden zijn waaruit de ander had moeten afleiden dat diegene het niet wilde, maar de ander er ten onrechte van uitgaat dat diegene wel seks wil (schuldverkrachting).
Echter dat is niet waar de verdachten van beschuldigd worden. In deze zaak gaat het niet om de vraag of aangeefster het wilde of niet en of de verdachten dat wisten of hadden moeten weten. Het gaat bij de onderhavige beschuldiging om de beoordeling van de vraag of aangeefster zich in ‘een bijzonder kwetsbare positie’ bevond als bedoeld in de artikelen 246 lid 1, onderdeel b, en 245 lid 1, onderdeel b, Sr’
Wel of niet
Nu komen we bij het voor velen lastige gedeelte, namelijk dat het in deze casus dus niet uitmaakt wat het meisje wel of niet wilde. Dat heeft er ironisch genoeg juist mee te maken dat de nieuwe wetgeving mensen tussen 16 en 18 wilde beschermen. Dit is hoe de rechtbank dat omschrijft:
‘Anders dan bij de misdrijven omschreven in de artikelen 240 tot en met 243 Sr is het niet relevant dat het slachtoffer de seksuele handelingen niet wilde: strafbaarheid ontstaat pas als sprake is van seksueel contact met 16- en 17-jarigen onder de in de artikelen 245 en 246 Sr omschreven bijzondere omstandigheden. Dat betekent dat iemand dus niet veroordeeld kan worden op basis van seksuele handelingen met iemand van 16 tot 18 jaar, alleen op basis van het feit dat het slachtoffer dat niet wilde.
Sterker nog, het is mogelijk dat zich de situatie voordoet dat een slachtoffer de seksuele handelingen wel wilde, maar vanwege zijn of haar bijzonder kwetsbare positie toch beschermd wordt door deze wetgeving omdat die wil (mogelijk) gebrekkig tot stand is gekomen vanwege die positie’
Oftewel: of het slachtoffer het wilde of niet doet er voor een bewezenverklaring onder deze door het OM specifiek tenlastegelegde feiten niet toe. 16- en 17-jarigen hebben daarvoor de bescherming van de artikelen 240 tot en met 243, die dus bescherming bieden tegen ongewilde seks.
Hoge Raad
Nu wil het geval dat rechters niet kunnen freewheelen, ze dienen dwingend te luisteren naar hoe de Hoge Raad de juridische begrippen invult. De Hoge Raad is de hoogste rechter, die zich bezighoudt met hoe de wetgever (de politiek dus) de wet bedoelde. Hoe de lagere rechters de wetten in moeten vullen.
Dat is ook geen advies of iets dergelijks, als de lagere rechters het niet invullen zoals het moet, dan zet de Hoge Raad onverbiddelijk een streep door het vonnis.
De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld over die ‘bijzondere kwetsbaarheid’ en kwam tot het oordeel dat een slachtoffer die aangeschoten is niet onder die bijzondere kwetsbaarheid valt. De inname van enige alcohol (dus niet: dronken) wil nog niet zeggen dat iemand zijn of haar wil niet kan bepalen.
Ik moet zeggen dat ik dit wel kan volgen. Ik ben niet naïef, in het uitgaansleven zullen de meeste jongeren enige mate van aangeschoten zijn. Maar het gaat verder: want de bijzondere kwetsbaarheid wordt in de wet als volgt ingestoken:
Stoornis
‘Indien het feit wordt begaan jegens een kind in een bijzonder kwetsbare positie, waaronder in ieder geval wordt verstaan een bijzonder kwetsbare positie ten gevolge van een psychische stoornis dan wel verstandelijke of lichamelijke handicap, een situatie van afhankelijkheid of een staat van lichamelijke of geestelijke onmacht’
Maar het gaat nog verder. De seksuele handelingen moeten ook nog eens plaatsvinden ‘in de laakbare wetenschap dat bij de 16- of 17-jarige als gevolg van de bijzonder kwetsbare positie waarin hij of zij zich bevindt, geen sprake kan zijn van een vrije wilsbepaling en/of vrije wilsuiting’.
Oftewel: de verdachte moet er zelf weet van hebben gehad dat het slachtoffer niet vrij was om haar wil te bepalen.
Vrije wil
De rechtbank moet dus inzoomen op de vrije wil van het meisje. Ten eerste ten aanzien van de alcohol die ze had ingenomen. De wetsgeschiedenis schrijft dan voor dat wil er sprake zijn van ‘een staat van geestelijke onmacht’ als gevolg van het gebruik van alcohol, dan is vereist dat de persoon in een staat van dronkenschap verkeert (ver heen moet zijn); aangeschoten zijn is daarvoor onvoldoende.
Op basis van de camerabeelden (waarop te zien is dat het meisje zelfstandig loopt), het feit dat ze de gesprekken in de auto en de route naar huis nog goed kon herinneren en zelf om een ijsje vroeg, leidt de rechtbank af dat ze weliswaar aangeschoten was, maar niet ‘ver heen’.
Die ‘kwetsbaarheid’ valt dus weg.
Volksmond
Dan over naar de juridische noodzakelijke kwetsbaarheid omdat het meisje alleen tussen twee sterke mannen in een auto zat. In de volksmond is dit natuurlijk op zeker een kwetsbare positie. Maar is dat in de rechtszaal ook zo?
Volgens de letter van de wet moet een 16- of 17-jarige namelijk ‘geen andere realistische en acceptabele mogelijkheid hebben dan toegeven aan het seksueel misbruik’
Deze afhankelijkheid kan volgens de wet voortvloeien uit psychische, emotionele, familie-gerelateerde, sociale of economische factoren. Bij ‘een situatie van afhankelijkheid’ moet bijvoorbeeld worden gedacht aan een onzekere of illegale (verblijfs)status, economische afhankelijkheid, een kwetsbare gezondheidstoestand of lidmaatschap van een sekte.
Drempel
De juridische drempel om te spreken van een situatie van afhankelijkheid is dus relatief hoog. De rechtbank stelt zelfs dat de afhankelijkheid ‘op een vergelijkbaar niveau’ moet liggen alsof een 16- of 17-jarige te kampen heeft met een psychische stoornis dan wel een verstandelijke of lichamelijke handicap.
En dat is hier simpelweg niet het geval.
Rechters zijn doorgaans geen mensen die in een ivoren toren zitten, in tegenstelling tot wat sommige mensen beweren. En natuurlijk ziet de rechtbank ook wel de morele problemen in deze casus. Maar feit is dat niet alles wat ongewenst is, ook strafbaar is.
Bescherming
Je kunt er juridisch niet omheen: de op zich penibele situatie waarin het meisje zich bevond, is niet een situatie waartegen de wetgever met deze specifieke wetsartikelen heeft beoogd mensen te beschermen. De drempel wordt niet gehaald. Dat klinkt best hard, maar dat is nou precies de taak van de rechtspraak: toetsen aan de wet. Ook omdat de rechtbank oog moet hebben voor de verdachten.
De rechtbank in Utrecht spreekt beide verdachten dan ook vrij en eindigt met een boodschap aan de samenleving:
‘Tot slot wil de rechtbank benoemen dat op de zitting en in de media de verdachte, en met name ook de medeverdachte, zijn neergezet als seksuele roofdieren, die een jong meisje naar een afgelegen plek hebben gebracht om haar daar te verkrachten. De rechtbank herkent dit beeld op basis van het dossier en wat er op de zitting is gezegd niet’
Het is wellicht iets om over na te denken. Zeker voor de columnisten en influencers die soms wel heel erg nadrukkelijk schrijven om het applaus van hun lezers en luisteraars dankbaar in ontvangst te nemen.
Waarbij ze er kennelijk geen enkele moeite mee hebben om de werkelijkheid geweld aan te doen.
Waardeer dit artikel!!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt mij ook met een vast bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Wat een ongelooflijk goed stuk! Ruim gedoneerd.
Tijdje weinig van je gelezen maar wat een enorm goed stuk weer! Ik ga snel andere artikelen terug lezen.
Goed stuk!