Home > analyse > Doorrijden na een ongeluk: je liegt als je weet hoe je zelf zal reageren
analyse

Doorrijden na een ongeluk: je liegt als je weet hoe je zelf zal reageren

De moeder van de doodgereden Tamar (14) uit Marken deed gisteravond een emotionele en waardige oproep aan de automobilist die haar kind uit het leven reed. ‘Alsjeblieft, kom over de brug. Verlos jezelf van wat je hebt aangericht. Voel je vrij om het te melden’. De automobilist reed door en daar is terecht woede en verdriet over. Toch is doorrijden niet zo zeldzaam als je wellicht zou kunnen denken. Integendeel zelfs.

Cijfers zijn altijd dodgy (want statistiek), maar gemiddeld raken drie mensen per dag gewond door toedoen van automobilisten die doorrijden. Dat leest u goed. Drie mensen per dag. Uit de cijfers over 2017 (bron: Waarborgfonds) blijkt dat maar liefst 46.000 automobilisten er vandoor gaan na een verkeersongeluk. In het merendeel van de gevallen komt de schade niet verder dan een kapotte lantaarnpaal of een andere auto, maar er blijven 1200 gevallen van lichamelijk letsel over, in meer of mindere mate.

En dat zijn dan alleen nog de gevallen waar we weet van hebben.

Verontrustende cijfers, dat zeker. Maar ook – hoe pijnlijk het ook is – een indicatie dat doorrijden na een ongeval nou niet bepaald een zeldzaamheid is. De mens is blijkbaar genegen om weg te rijden van het leed.

Er is al best veel over geschreven, maar in de kern hebben wij mensen een vlucht-, vecht-, of freeze’knop’ bij onheil. Oftewel: als de stress ineens oploopt door van buiten komende ellende rennen we weg, vechten we terug of bevriezen we. Ons brein werkt nu eenmaal zo onder druk.

Verkeerswet

In de Verkeerswet is die natuurlijke reactie ook opgenomen. Als je als automobilist wegrijdt van de plaats van een ongeval en je je mogelijk schuldig hebt gemaakt aan bijvoorbeeld dood door schuld (geen opzet, wel schuld) dan heb je 12 uren om je uit eigen beweging en vrijwillig ‘straffeloos’ te melden bij de politie. Let wel: de straffeloosheid ziet op het misdrijf verlaten plaats ongeval, niet op het doodrijden van een ander (maar daar draait het dan weer in verreweg de meeste gevallen om schuld en niet om opzet). Als je het slachtoffer in hulpeloze toestand achterlaat (maar dat moet je dan wel weer weten) gaat het alweer om een ander verhaal.

Die regel in de wet is er niet voor niets en ziet op menselijk gedrag. Op het gegeven dat automobilisten zelf ook niet meer weten wat ze moeten doen (blinde paniek) en uit een soort natuurlijke impuls het gaspedaal intrappen om zo snel als mogelijk weg te rijden van alle ellende en de eigen verantwoordelijkheid.

Daar kun je best een moreel oordeel over hebben, maar zo zitten wij mensen in elkaar. Goed en slecht doen er in dit soort gevallen verrassend vaak helemaal niet toe. We doen wat we doen, het is wat het is.

Uiteraard komt doorrijden in gradaties. Er is nogal een verschil tussen een geparkeerde auto schampen en wegrijden omdat je toch geen schade ziet (toch is het een misdrijf) en een meisje van veertien jaar uit het leven rijden en haar vervolgens ‘als een beest’ achterlaten in de berm.

De vraag is echter wel (juridisch en menselijk) altijd hoe een automobilist zelf in de situatie staat. Zonder op de specifieke zaak in Marken in te gaan (want daar ken ik op dit moment de details niet van) zijn er nogal wat ‘motieven’ die een rol kunnen spelen bij een doorrijder. Laat ik eens wat scenario’s geven, op basis van de rechtszaken die ik in grofweg twintig jaren heb gevolgd. De scenario’s zien niet exact tot in detail op de specifieke zaken, maar vormen een verzameling van wat er kan gebeuren.

De automobilist heeft de botsing helemaal niet gemerkt (ja, dat kan, ook zonder alcohol/drugs in het bloed).

Het slachtoffer was niet of slechts heel beperkt zichtbaar op een smalle weg, waar normaal geen voetgangers te verwachten zijn.

De automobilist dacht dat hij een beest had aangereden of maakte zichzelf wijs dat hij een beest had aangereden en redeneerde dat het beest nu toch niet meer te redden was.

Het slachtoffer liep in gedachten verzonken, boos of gefrustreerd te dicht op de weg of zelfs helemaal op de weg.

De bestuurder van de auto reed te hard en was er met zijn gedachten niet bij (het eerste en het laatste gebeurt praktisch iedere seconde vele malen in Nederland en elders), waardoor de automobilist niet kon zien wat hij wel had moeten zien.

De dader heeft en had schijt aan alles, stopte willens en wetens zichzelf vol met drugs en alcohol, zag het ongeluk, reed door, zette zijn auto bij een sloperij en verdween uit Nederland.

De verdachte zat enorm in zijn hoofd met grote persoonlijke problemen, deed nog even een paar biertjes, reed in gedachten terug naar zijn huis, rommelde wat in zijn wagen omdat hij iets niet kon vinden en zag te laat wat hij had moeten zien.

Een slachtoffer had zelf ergens in het opstandige hoofd een soort van wens om dood te gaan, zag het niet meer zitten en was onverschillig over de gevolgen van zijn of haar eigen lot.

De dader is een drugsdealer/koerier/ramkraker met een bloedsnelle gestolen Audi, op de vlucht voor de politie en vastberaden om zich niet te laten pakken.

De automobilist wist wel wat hij/zij heeft gedaan, reed weg, zag de schade thuis aan zijn auto en ging mentaal op slot. Dit kon hij/zij niet hebben gedaan. De schade zag er toch niet zo erg uit? Het moet een nachtmerrie zijn, negeren en weer door.

De verdachte kreeg kortsluiting in het hoofd. Kon niet meer nadenken. Blinde paniek. Pas uren later kwam het besef.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. Geloof mij, er zijn bijna oneindig veel combinaties te maken (ook tussen de geschetste scenario’s) die kunnen verklaren waarom wij mensen soms doen wat we doen en hoe wij omgaan met de gevolgen.

Eenieder mag daar van alles van vinden. Het is logisch om meteen moordneigingen te krijgen als we een vreselijk verhaal vernemen via de pers. Ook als we een moeder zo enorm dapper haar verhaal zo goed en waardig onder woorden zien brengen op de landelijke televisie.

Mooie woorden

De moeder van Tamar sprak mooie woorden. Over jezelf vrij voelen om je te melden. Over het feit dat de dader – net als de nabestaanden – ook geen leven meer zal hebben. Over geweten en (geparafraseerd) jezelf in de spiegel aan kunnen kijken. Kun je dan nog leven?

De vraag is wat wij als toehoorders en ‘omstanders’ weten van een specifieke zaak. Waar baseren we ons oordeel op? Gaat het om een intens slechte bestuurder (zelden tot nooit het geval) of gaat het wellicht om een mens die – goed bekeken – exact dezelfde fouten maakt die wij ook kunnen maken?

Ik heb op dit moment (het moment van schrijven) geen oordeel over de dader in de zaak in Marken. Ik weet het gewoon niet. Dat zal allemaal moeten blijken als hij of zij wordt gepakt en zijn of haar verhaal kan doen. Ik weet niet of het hier gaat om schuld of opzet. Om een tragisch ongeval, roekeloosheid of een geplande actie.

Wat ik wel weet is dat het heel erg gemakkelijk is om een dader bij voorbaat te veroordelen. Kun je zo vanaf de bank doen. In een paar seconden. Popcorn er bij en rammen maar. Maar het wordt een heel stuk lastiger als je doorkrijgt dat hij of zij in een paar seconden dezelfde reeks aan fouten heeft gemaakt die wij allemaal ooit in een paar seconden kunnen maken.

Ik durf de stelling wel aan: wie op dit moment exact weet hoe hij of zij zal reageren bij een zeer ernstig verkeersongeluk, liegt.

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt me ook met een vast per bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -