Home > analyse > Hoe de journalistiek zweeg over tramschutter Gökmen T.
analyse

Hoe de journalistiek zweeg over tramschutter Gökmen T.

Het kan u niet  ontgaan zijn, het ging deze week veel en vaak over Gökmen T. De man die zich moest verantwoorden voor de vreselijke tramaanslag in Utrecht. In de meeste publicaties werd er met slecht verborgen walging gesproken over het wangedrag van de verdachte in de zittingszaal. Maar is dat allemaal wel zuiver gegaan?

Het hoeft hier geen enkel betoog dat Gökmen T. als een complete idioot tekeer is gegaan in de rechtszaal. Hij spuugde naar zijn advocaat en de rechtbank en wist de toch al hevig getraumatiseerde nabestaanden nog een keiharde schop na te geven door te treiteren, uit te dagen en te sarren. De nabestaanden moeten over een enorme zelfbeheersing beschikken, je zou als vader van een doodgeschoten kind toch de neiging hebben om de verdachte in blinde woede aan te vliegen.

Allemaal waar.

En toch vroeg ik mij af of de journalistiek wel helemaal objectief in de zaak staat. Het wangedrag van de verdachte speelde een leidende rol in de publicaties, mijn ‘eigen’ AD gooide er een pushbericht uit toen T. weer eens walgelijk gedrag vertoonde, een criminologe (notabene) liet in FD afdrukken dat het geloof in de onwenselijkheid van de doodstraf toch wel aan het wankelen werd gebracht door het gedrag van T. en op Twitter kon je de ‘verbijstering’ en ‘verbazing’ van opiniemakers en journalisten lezen over de ‘minachting’ van de verdachte.

Ik las zelfs dat T. berekenend te werk ging. Ineens had iedereen een witte jas aan. Een columniste (verder niet bekend met de rechtspraak) liet de volgende zin noteren: ‘Hij mag dan zwakbegaafd zijn, hij weet precies hoe hij zijn slachtoffers en de nabestaanden kan raken. Ook zonder wapen in de hand’

Duiding

Moet de journalistiek dan maar zwijgen over dit wangedrag? Zeker niet, het is absoluut nieuws, maar ik vroeg mij bij alle berichtgeving meteen af of het wel helemaal zuiver was om het bizarre gedrag van T. hem helemaal aan te rekenen. Of het wellicht mogelijk was om ergens in de publicaties de vraag op te roepen of  T. wel met zijn volle verstand doet wat hij doet en of hij wel helemaal verantwoordelijk kan worden gehouden voor zijn eigen gedrag.

Ik doe al twintig jaar rechtszaken en ook ik heb nog nooit een verdachte meegemaakt die zo consequent tergend te werk ging, maar dat verdachten vanuit een stoornis de meest bizarre dingen zeggen (ook tegen nabestaanden) is nu ook weer niet helemaal een uitzondering.

Toen de strafzaak tegen T. ten einde was verscheen er in de Volkskrant een interessant verhaal over het spreekrecht van slachtoffers. Oud-rechter Frank Wieland (ja, die van de Holleeder-zaak) stipte het volgende aan: ‘Het voordeel van de manier waarop het nu gaat, is dat de hele samenleving kan zien dat Gökmen T. een idioot is. Anderzijds geeft dat ook weer te denken over zijn toerekeningsvatbaarheid’.

Dat zijn wijze woorden, maar mr. Frank Wieland is ondanks zijn enorme berg aan ervaring geen psychiater of psycholoog. En journalisten zijn dat ook niet. Die witte jas moeten we dan ook niet willen aantrekken, het deed mij weer denken aan opiniemakers die na een vonnis over een jonge verkrachter de conclusie ‘kwetsbare verdachte’ belachelijk vonden, alleen maar omdat de jonge man op YouTube heel anders overkwam.

Gelukkig hoeven wij die witte jas ook niet aan te trekken, want binnen het systeem van de rechtspraak hebben we de beschikking over deskundigen die er wel voor doorgeleerd hebben.

Antisociaal

Want met wie hebben we hier eigenlijk te maken? Gökmen T. is door deskundigen onderzocht en ondanks het feit dat dit onderzoek bepaald niet volledig was (hij werkte niet mee) verminderd toerekeningsvatbaar bevonden (ze adviseren dan ook tbs met dwangverpleging en zien in hem geen overtuigingsdader, behandeling is mogelijk). Zijn intelligentie ligt op de grens van verstandelijke beperking en zwakbegaafdheid, de man is narcistisch en heeft een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Hij is niet empathisch, egocentrisch, bekommert zich niet om anderen en hij is grillig en onberekenbaar.

Een antisociale persoonlijkheidsstoornis dus. Officieel erkend in de DSM5 (de bijbel voor geestelijke afwijkingen). De kenmerken van deze stoornis (met vermoedelijk onder meer biologische oorzaken) laten niets aan duidelijkheid te wensen over. Mensen met een dergelijke stoornis kunnen zich niet of heel slecht inleven in anderen, kennen geen gevoelens van spijt, zijn impulsief, agressief en roekeloos en nemen geen verantwoordelijkheid voor wat ze hebben gedaan. In het verleden werd deze stoornis ook wel geplakt op psychopaten of sociopaten.

Zoals zijn advocaat het vertaalde: ‘Deze man kan niet in staat worden geacht een weloverwogen oordeel te hebben. Zijn gebrek aan empathie, zijn wangedrag, is allemaal terug te voeren op die stoornis. Daar kan hij zelf niks aan doen’

Mee laten slepen

Ik ga hier niet beweren dat het gedrag van T. tijdens zijn rechtszaak volledig wordt veroorzaakt door zijn gebrekkige geest. Simpelweg omdat we dat niet weten. Er is geen deskundige geweest die zich daar na afloop van de rechtszaak mee bezig heeft gehouden.

Maar ik ga wel beweren dat wij als journalistiek (los van de uitzonderingen, zie bijvoorbeeld het feitelijke verslag van collega Saskia Belleman op Twitter) niet heel erg ons best hebben gedaan om dit gedrag op een goede manier te duiden. We hebben ons mee laten slepen in de – begrijpelijke – walging voor het gedrag van deze verdachte zonder aan te geven dat de man volgens deskundigen geen empathie kent, grillig is en zich niet bekommert om wat anderen van hem denken. Let wel: als onderdeel van een geestesziekte.

Ik snap ook wel dat niemand zich hier druk over maakt, de collectieve afschuw is daarvoor te groot. Maar ik vraag mij wel af wat er zou gebeuren als journalisten in nieuwsberichten of verslagen over andere onderwerpen gedrag onverkort zouden veroordelen zonder aan te geven waarom dingen gaan zoals ze gaan. Wat er achter zit. Ik vermoed zomaar eens dat de pers dan meteen het verwijt krijgt niet objectief te zijn. Dat ze hun eigen mening buiten de kranten moeten houden en beter moeten duiden.

En ik snap ook heel goed dat lezers van de publicaties over T. ontzettend boos worden. Zich onmachtig voelen. Het niet kunnen begrijpen.

Maar vraag mij wel af of die woede en machteloosheid en dat onbegrip wellicht iets zouden verminderen als we gewoon opschrijven dat gedrag – hoe walgelijk ook – wellicht een verklaarbare oorzaak heeft.

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt me ook met een vast per bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -