Home > analyse > Briefje aan Jan (Dijkgraaf)
analyse

Briefje aan Jan (Dijkgraaf)

Het is niet mijn gewoonte om een briefje te schrijven aan het schrijvende orakel Jan Dijkgraaf uit het Friese gehucht Eesterga. Maar na een reeks rancuneuze briefjes waarin ik een rol speelde, is het wel zo eerlijk om ook eens wat van mij te laten horen. Het kan niet altijd maar van één kant komen.

Even voor de mensen die Jan Dijkgraaf niet kennen, Jan was in een vorig leven journalist (toen internet nog een mooie droom was). Nu schrijft hij vooral voor zijn eigen website. Omdat serieuze media geen interesse hebben.

Lieve Jan,

Meestal reserveer ik mijn stukken voor mensen die enige waarde toevoegen aan de samenleving of in ieder geval iets van impact hebben, maar laat ik voor deze keer een uitzondering maken. Ik zag namelijk dat je weer eens je favoriete lastermiddel kindermisbruik uit de kast had getrokken om iemand online zwart te maken. Wat opmerkelijk is, want wat dat betreft heb ik best iets opvallends gehoord over je.

Maar daar kom ik zo wel even op terug.

Je noemt jezelf een ‘professioneel buttkicker’, maar het is op zijn zachtst gezegd wat lastig om enige professionaliteit te ontdekken in je kattebelletjes. Je wekt met de term professioneel toch de verwachting dat je mensen de maat neemt met onderbouwde stellingen en valide argumenten.

Maar dat is niet zo.

Ik weet nog goed dat je Femke Halsema meerdere keren een stinkhoer noemde (later haalde je de woorden snel weg, maar internet vergeet niets Jan). Dat je aan de wereld verkondigde dat je bepaald niet ontdaan zou zijn als journalist Chris Aalberts een fatale hartaanval zou krijgen. Dat je hem vergeleek met een teek die je normaal gesproken eerst dood zou drukken en dan door de plee zou spoelen.

Voor Rob Jetten had je ook mooie woorden. Je suggereerde losjes dat Jetten een kind was dat zijn jongere zusje in elkaar beukte. In een ander briefje noemde je hem ‘een ordinaire kindermisbruiker‘. En hoe noemde je PSV-spits Mateja Kezman ook al weer? Een Joegoslavische oorlogsmisdadiger. En dan hebben we natuurlijk nog cabaretier Martijn Koning. Die in de Metro een aanrander werd genoemd. Toegegeven, je maakte keurig je excuses aan Koning.

Zes jaar later.

Ik weet ook nog dat je geheel ten onrechte stelde dat ik een aanval op mij en mijn gezin had verzonnen. En dat je stiekem een link in een briefje over mij had geprutst met de suggestie van pedofilie. Of die keer dat je schreef dat je een droom had gehad over mij (obsessie Jan?) en hoe ik te werk zou gaan op de redactie van het Algemeen Dagblad. En dat je toen je wakker schrok niet meer wist ‘of Chris Klomp die stagiaire daarna verkracht heeft of alleen maar in elkaar geslagen’

Om maar te zwijgen over je roddel dat Sylvana Simons een slaaf in huis had. Ik weet nog dat je als een echt moralistisch deugmens wist te melden dat je die roddel niet meteen voor waar aan wilde nemen. Je publiceerde het even goed onverkort.

Lieve Jan Dijkgraaf, ik weet niet zo goed hoe je dat schaart onder de term professionaliteit. De gemiddelde anonieme reaguurder op GeenStijl kan dat onbezoldigd echt een stuk beter. En nog bondiger ook.

Je was niet altijd zo, Jan. Ik weet nog goed dat ik je ooit sprak op een persborrel in het mooie Groningen. Je was vol lof over mij en sprak mij vaderlijk toe dat ik ‘nu het moment moest grijpen’. Nu er wat media-aandacht voor mijn persoon was. Je sloeg grijnzend en joviaal je arm om mijn schouders toen Jaap Stalenburg een foto maakte van ons, al moest je daarvoor wel even op je tenen gaan staan. Je leek toen van buiten best een geschikte peer, Jan. Al kon dat ook liggen aan je lichaamsbouw en de gunstig gedimde verlichting in Café De Sleutel.

Ergens moet je ontdekt hebben dat je relevantie toen al richting het nulpunt was gezonken. Je wroette letterlijk in vuilnisbakken om nog een keer in de schijnwerpers te kunnen staan en iedereen die er iets van zei, blokkeerde je op Twitter. Als een huilstruik die zijn vingers in zijn oortjes propt om het allemaal maar niet te hoeven horen.

Laten we eerlijk zijn, Jan. Al is dat lastig voor je. Je CV leest als een bijna schier oneindige mislukkingstocht. Zo werd je begin 2009 hoofdredacteur van HP/De Tijd. Na anderhalf jaar vertrok je met de staart tussen de benen. De oplage daalde onder je korte schrikbewind van 29.000 naar 25.000. Je begon een politiek roddelblad (Binnenhof) en ging neuzen in de vuilnisbak van Alexander Pechtold. Welgeteld één exemplaar van het blaadje (met op de cover uiteraard Femke Halsema) verscheen.

Weer een mislukking er bij.

Oh wacht. Er was in de nazomer van 2010 ook nog het eclatante succes als hoofdredacteur van PowNed. Hoewel je geen enkele televisie-ervaring had, zei je grote ego meteen volmondig: ja! De omroep was nog maar net drie weken in de lucht of je stapte al weer op. Je was naar eigen zeggen ‘dodelijk vermoeid’. Een flutexcuus natuurlijk, normaal alleen gebruikt door verwende millennials.

Maar was dat eigenlijk wel de reden, Jan Dijkgraaf? Volgens de bekende schrijver en columnist Max Pam was er iets anders aan de hand. Er zouden ‘problemen zijn geweest met jonge meisjes die naar kamertjes moesten worden gelokt, iets waar mevrouw Dijkgraaf maar moeilijk mee kon leven’.

Ik citeer gewoon even een los stuk uit een column van Pam, dat begrijp je vast wel, Jan. Zonder context. Zo werk jij ook immers.

Dus, lieve Jan. Jonge meisjes. Dat is allemaal nogal wat. Ik heb geen idee of het allemaal waar is natuurlijk (het is immers ‘vuilnisbakkeninformatie, maar wel waar’) en ik zou de gehele context van het verhaal uiteraard kunnen gaan checken bij je, maar wederhoor is nou niet iets waar je zelf veel mee hebt, toch? En in een column kan alles, nietwaar? Ik heb in ieder geval nog nooit een belletje van je gehad. Ook niet toen je opschreef dat ik een aanval op mij en mijn gezin had verzonnen. Mijn telefonische vraag aan je bleef zonder antwoord.

Om toch maar even het verschil tussen jou en mij te benadrukken, heb ik deze week alsnog je commentaar gevraagd op de column van Pam. Ook nu bleef het stil. De man die altijd een grote muil heeft, is verdacht stil als hij een keer verantwoordelijkheid moet nemen.

Nu ik er verder over nadenk. Was het overigens ook niet zo dat je na het vertrek van Max Pam een fake twitter-account maakte op zijn naam? En van daaruit mensen op ging roepen om vooral het abonnement op HP/DeTijd niet op te zeggen? Stijlvol, Jan Dijkgraaf. En helemaal niet wanhopig ook.

Zo kennen we je weer.

We gaan nog even door. Eind 2016 wist je zo trots als een pauw te melden dat je de politiek in ging. Als lijsttrekker van GeenPeil zou je de democratie wel even gaan redden. Blijkbaar had iemand je wijsgemaakt dat je dat wel zou kunnen. Sterker nog, dat je zo relevant was dat mensen in het land op een drafje naar de stembureaus zouden hollen om je partijtje in het zadel te helpen. Dat viel nog best tegen, zo bleek.

Ondanks de hulp van GeenStijl en een ware mediahype wist je 4.945 stemmen te behalen. Het scheelde maar ruim 65.000 stemmen of je had zowaar de kiesdrempel gehaald, Jan. Je eeuwige rivale Sylvana Simons wist dik 23.000 stemmen meer te halen met haar partij Bij1. Je kent haar wel, de vrouw die je ooit zo omschreef:

‘Een paaldanseres die met gebruikmaking van een bruin velletje van businessmodel naar businessmodel fladdert over de rug van goedgelovige sukkels’

Een mooie zin, Jan. Dat geef ik toe. En even los van dat dansen aan een paal (ik zie het je niet doen en ik vermoed dat die paal er niet blij mee zou zijn) volledig van toepassing op je eigen ‘werk’. Want dat is wat je nu doet, Jan. Je bent een makelaar in angst. In je Twitterprofiel zeg je trots dat je niet te koop bent. Je bent ‘niemands knecht’. Maar is dat wel zo? Je hebt je ziel en je verstand verkocht aan anonieme internethooligans , die je wekelijks weet te voeden met je onbeschofte en lasterlijke briefjes. Wraakzuchtige stukjes tekst over mensen die wel iets van hun leven hebben gemaakt.

Omdat je weet dat rancuneuze mensen graag anderen van hun voetstuk willen zien donderen. En je honger naar aandacht nooit op schijnt te raken.

En laat ik dan verder maar zwijgen over je mislukte avontuur bij het extreemrechtse propagandakanaal Voice of Europe en de Gele Hesjes in Rotterdam.

En dan is er nog iets, Jan Dijkgraaf. Begin dit jaar kwam Tilasmi Frigge, bekend van zijn NOS FAKENEWS-stickers, bij je aan de deur. Nu kunnen we het meteen eens worden over het feit dat Frigge een enorme koekwaus is. Maar toch. Je bent nogal trots op de titel ‘stadse straatvechter’. Op Twitter had je Frigge zelfs (met adres en al) uitgenodigd bij je thuis. Die stoere online houding zag ik gek genoeg helemaal niet terug in het filmpje dat Frigge van de ontmoeting maakte. Je liet nota bene je eigen vrouw de oprit afwandelen om Frigge te woord te staan. Best gek, want in de Panorama gaf je ooit dapper aan nooit bang te zijn.

‘En mochten ze wel hier zijn, dan komen ze de oprit echt niet op. Daar zorg ik wel voor’. 

Nou ja, je vrouw dan, Jan Dijkgraaf. Maar goed. Wellicht was je even je buttkicker vergeten. Dat kan natuurlijk. Dat je alleen op papier een straatvechter bent.

Ik zag op de video dat je je vrouw het werk liet doen, Jan. Je kwam vervolgens heel even in beeld. Om vanaf de drempel van je bescheiden huisje te piepen dat Frigge van je erf af moest. Daarna trok je snel de deur achter je dicht. Jij stadse straatvechter.

Geef het maar toe, Jan. Je leven is een niet zo fraaie aaneenschakeling van mislukkingen. Wat je ogen zien, brokkelt vrijwel meteen af. Dat is verder niet erg (meer mensen hebben wel eens een mindere periode van vijftig jaar), maar het lijkt er op dat je je frustraties de laatste tijd wel heel erg buiten jezelf legt.

Zo viel je onlangs een gewaardeerde tweep aan die het had gewaagd om goed onderbouwde draadjes te maken over Forum voor Democratie. Hoewel niemand natuurlijk had verwacht dat je met steekhoudende tegenargumenten zou komen, presteerde je het om de profielfoto van deze man te vergroten en de beste man op Twitter te zetten met een tekst waarin je hem een kinderlokker noemde. Ja, daar is ie weer. Als Jan ergens een probleem mee heeft, dan ligt het verwijt van kindermisbruik vrijwel meteen op de loer.

Ik moest meteen weer aan de woorden van Max Pam denken. Iets over jonge meisjes. En lokken.

Maar goed, ik dwaal af. Laat ik afsluiten met het taalgebruik waar je zelf zo trots op bent.

Jan Dijkgraaf, je bent een laffe hufter.

Dikke kus!

ChrisK

 

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt me ook met een vast per bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -