juridisch

Doxers voor de strafrechter

De politiek wil haast maken met het strafbaar stellen van doxing, nu steeds meer wetenschappers, agenten, journalisten en politici slachtoffer worden van deze laffe manier van intimideren. De strafbaarstelling is nodig omdat intimidatie nu geen vaste plek heeft binnen het strafrecht. Maar hoe gieten we deze vorm van belaging in een wet?

Hoewel je een hele discussie zou kunnen beginnen over de juiste definitie, komt doxing grofweg neer op het ongevraagd openbaren van persoonsgegevens met het doel om een ander in een lastig parket te brengen. Denk aan het verspreiden van woonadressen, telefoonnummers of foto’s van woonhuizen, met daarbij vaak de nadrukkelijke oproep om een ander iets aan te doen, te belagen of het leven moeilijker te maken.

In de discussie over doxing wordt vaak gesproken over privacy-issues en het strafbaar verzamelen en bijhouden van persoonsgegevens (Algemene verordening gegevensbescherming), maar voor het strafrecht is het van belang om te kijken naar de gevaarzetting, het beschadigende karakter en de intentie van de dader.

Het openbaren van doorgaans tamelijk vrij beschikbare gegevens is door de omvang en snelheid van het internet lastig tot niet te beteugelen. Omdat het internet een gigantische kopieermachine is, staat bijna alles wat eenmaal online staat voor altijd online. Zelfs met een vonnis van een civiele rechter krijg je het nooit voor elkaar om alles te wissen. Binnen het strafrecht kun je de dader echter op een andere manier aanpakken.

Voor de goede orde: het is niet zo dat openbare informatie ook altijd mag worden hergebruikt. Ongeacht de bron van je informatie ben je altijd zelf verantwoordelijk voor verdere verspreiding. Kinderporno staat bijvoorbeeld ook online, ik kan het u niet aanraden die afbeeldingen op uw blog te zetten.

Gevaar

Doxing is bepaald geen onschuldig fenomeen. Het is bekend dat de coronacrisis de tegenstellingen in de maatschappij nog scherper heeft aangezet. Groepen mensen gaan in hun frustratie en onmacht over tot het belagen van mensen die in het openbaar strijden voor de volksgezondheid, de openbare orde of simpel proberen het nieuws te duiden. Doxing is makkelijk te realiseren en door de alomtegenwoordigheid van het internet (iedereen heeft een podium) ook potentieel gevaarlijk.

Er hoeft maar één ontspoorde ziel rond te lopen die op een slechte dag de daad bij het woord voegt.

Daar komt bij dat doxing voor het slachtoffer zeer intimiderend en bedreigend kan zijn. Een wetenschapper die bij thuiskomt een intimiderende sticker op de deur aantreft, zal niet vallen over een stukje klevend plastic, maar wel over het harde gegeven dat belagers weten waar hij of zij woont. Daarmee haalt de dader letterlijk een gevoel van veiligheid en rust in de privé-sfeer weg. Het slachtoffer voelt zich opgejaagd en wellicht geremd om nog stelling in te nemen in het maatschappelijk debat.

Walgelijk

Demissionair minister Ferd Grapperhaus (doxing is een walgelijk fenomeen) van Justitie en Veiligheid wil dan ook voor het zomerreces komen met een wetsvoorstel om doxing strafbaar te maken. Zijn voornemen volgt op vragen in de Kamer over recente intimidaties door de intrinsiek laffe haatgroep Vizier op Links.

Een nieuwe wet is nodig omdat het strafrecht op dit moment geen antwoord heeft. Wie namelijk nu zoekt op mogelijkheden om dit soort intimidatie aan te pakken, strandt op strafbare feiten als bedreiging, laster, smaad, opruiing, belediging of stalking.

Die strafbare feiten zijn op zichzelf ofwel te beperkt of te ruim geformuleerd, maar als je de verschillende elementen van deze wetsartikelen combineert kun je ze prima gebruiken voor een wet over doxing.

Bedreiging

In tegenstelling tot wat sommige mensen wellicht denken is de strafbare bedreiging (artikel 285) beperkt. In het strafrecht is het zo dat een bedreiging grof gesteld gericht moet zijn op ‘een ernstig misdrijf’, zoals moord of verkrachting. Iemand dood willen maken is een bedreiging, maar iemand dreigen te slaan is dat niet. Simpel omdat een bedreiging met een eenvoudige mishandeling (een klap) niet binnen het wetsartikel is opgenomen. Iemands adres publiceren en louter dreigen om langs te komen, valt dan ook zonder verdere context niet onder bedreiging.

Laster

Laster en smaad zijn wetsartikelen waarmee je iemand kunt veroordelen die een ander in woord en beeld zwart wenst te maken. Bij laster doe je dat door opzettelijk leugens te verkondigen, bij smaad door onnodig zaken te publiceren die weliswaar waar kunnen zijn, maar louter en zonder algemeen belang de bedoeling hebben om een ander te beschadigen. Het publiceren van een adres is als losstaand feit niet bijster geschikt om deze uitingsdelicten op los te laten. Het gaat bij laster en smaad om concrete typeringen die het karakter en de persoonlijkheid van een slachtoffer raken. Daar valt objectief bekeken een woonadres niet onverkort onder.

Opruiing

Het strafbare feit opruiing klinkt als een goede gegadigde om doxing aan te pakken, maar is het niet. In het wetboek wordt dit feit namelijk gekoppeld aan ‘enig strafbaar feit’ en aan het openbaar gezag.

Hij die een geschrift of afbeelding waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, verspreidt, openlijk tentoonstelt of aanslaat of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat in het geschrift of de afbeelding zodanige opruiing voorkomt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie

Opruiing wordt op dit moment ingezet om mensen aan te pakken die anderen aanzetten tot bijvoorbeeld gewelddadige rellen of het vernielen van spullen in de openbare ruimte. Doxing is op dit moment nog geen strafbaar feit (tenzij er opgeroepen wordt tot geweld), dus is het juridisch lastig om met dit wetsartikel de dader te veroordelen.

Stalking

Met stalking komen we als strafbaar feit al dichter in de buurt van doxing. Stalking (belaging) bevat namelijk individuele handelingen die op zich niet strafbaar zijn, maar in samenspel wel. Denk bijvoorbeeld aan iemand opbellen of een kaartje sturen. Normaal niet strafbaar, maar als je ongevraagd honderd keer belt of vijftig kaartjes stuurt, dan valt het ook voor de wet wel degelijk onder belaging. In het wetboek staat het als volgt:

Hij, die wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op een anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen 

Dit komt al aardig in de buurt, maar het probleem hier is dat er sprake moet zijn van een zekere stelselmatigheid. De dader moet bij herhaling een slachtoffer op het oog hebben en dus meerdere keren over de schreef zijn gegaan, de eerdergenoemde honderd telefoontjes bijvoorbeeld. Bij doxing kan een enkele keer (een sticker plaatsen of een adres online openbaren) al genoeg zijn om een ander vrees aan te jagen of in gevaar te brengen, maar het valt niet onder belaging.

Wetsartikel

De minister moet nog met een wetsvoorstel komen, maar het zou handig zijn als hij aansluiting gaat zoeken bij de stalkingswetgeving. Met name omdat dit specifieke strafbare feit juist gaat over een dader die een poging waagt om de persoonlijke levenssfeer van een ander te raken.

Om te voorkomen dat iedereen die prikkelend contact zoekt met een ander of scherpe opmerkingen maakt op Twitter meteen moet vrezen voor vervolging, is het van belang om de opzet goed te definiëren.

Oftewel: wat is de intentie van de dader?

Een journalist die met naam en toenaam verhalen schrijft over oplichters heeft een hele andere intentie dan een haatgroep die anderen tot schietschijf maakt omdat ze politiek een andere kleur hebben. Een tweep die een ander kritisch volgt en geregeld weerwoord geeft of aanstipt waar een ander werkzaam is of in welke stad woonachtig (mits relevant), is ook nog geen dader.

In de doxing-wetgeving zal dan ook nadrukkelijk rekening moeten worden gehouden met het specifieke doel van de dader. Als die gericht is op het met onderbouwing openbaren van misstanden (pas op voor deze man of vrouw, want…) of een gerechtvaardigde bijdrage levert aan het maatschappelijk debat, dan zal het belang van de vrije meningsuiting doorgaans terecht in de weg staan.

Als de opzet echter gericht is om een ander willens en wetens en zonder gerechtvaardigd doel slachtoffer te maken van een volksgerecht, dan ontstaat een andere dynamiek. Het simpele gegeven dat iemand links of rechts georiënteerd is, kan en mag bijvoorbeeld geen reden zijn om de goegemeente op te hitsen tot acties in de persoonlijke levenssfeer.

Het algemeen belang valt dan weg.

Voorwaardelijk

Hierbij dient opgemerkt te worden dat deze opzet ook in de voorwaardelijke variant strafbaar dient te zijn. Oftewel: als iemand ontkent de opzet tot beschadigen te hebben gehad, kan volstaan worden met het gegeven dat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans op de koop toe heeft genomen dat het slachtoffer schade op zou lopen.

Wie bijvoorbeeld na een uit de hand gelopen demonstratie waarbij de Mobiele Eenheid met geweld in heeft moeten grijpen het woonadres van een ME’er deelt, moet hebben geweten dat die agent daarmee direct gevaar kan lopen. Zeker in een zwaar gepolariseerde samenleving.

Of dat gevaar daadwerkelijk tot uiting is gekomen, speelt dan geen rol. Vergelijk dat bijvoorbeeld met bedreiging; daar gaat het wettelijk ook niet om de daadwerkelijke angst van het slachtoffer, maar om de vraag of de bedreigende uiting in algemene zin vrees op kan wekken.

Opzetje

De politiek zal uiteindelijk na consultatie van juristen en de rechtspraak de exacte wet in elkaar moeten draaien en dat zal op zeker nog even duren. Maar ik kan hier al wel vast een opzetje maken. Een artikel in het wetboek van strafrecht over doxing zou er bijvoorbeeld grofweg als volgt uit kunnen zien:

‘Hij die wederrechtelijk opzettelijk inbreuk maakt op een anders persoonlijke levenssfeer door willens en wetens persoonsgegevens van een derde te publiceren om deze hiermee te intimideren, te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, danwel vrees aan te jagen danwel anderen oproept of gelegenheid daartoe verschaft, wordt gestraft met een …’

Wederrechtelijk

De in het strafrecht noodzakelijke wederrechtelijkheid (tegen de wet) is uiteraard een vast en ook hier noodzakelijk gegeven. Het zorgt ervoor dat bepaalde beroepen (journalistiek, politie) en instanties (gemeente, kvk) niet strafbaar zijn als ze aan de slag gaan met persoonsgegevens.

Daarnaast kunnen er strafverzwarende omstandigheden mee worden gewogen als het slachtoffer een duidelijke publieke taak heeft. Een politicus bijvoorbeeld die mogelijk bang wordt om impopulaire maatregelen te nemen of een journalist die zichzelf censureert door de druk van gewelddadige malloten.

Vervolging

Wetten zijn niets zonder vervolging en ook daar ligt een mooie drempel voor al te gekke toestanden en beperkingen van het recht op vrije meningsuiting. Het is immers aan het Openbaar Ministerie (OM) om na aangifte een maatschappelijke afweging te maken. Dat gebeurt nu in de praktijk ook.

Het lijkt mij niet meer dan logisch dat het OM een verdachte voor de rechter brengt als het slachtoffer een agent is die met zijn gezin heeft moeten verhuizen nadat zijn woonadres is belaagd door mensen met het verstand van een halve doppinda.

Ook een wetenschapper die zich thuis niet veilig meer voelt door een laffe stickeractie dient zich gesteund te weten door het kordaat opvolgen van een aangifte. Niet alleen om de dader in kwestie af te kunnen straffen, maar ook door een signaal af te geven dat de samenleving dit gedrag niet pikt.

Zoals het ook tamelijk logisch is dat het Openbaar Ministerie niet bij iedere twitterfittie tussen twee provocateurs in actie komt of in de houding springt als types als Willem Engel het strafrecht wensen te misbruiken om tegenstanders juridisch te stalken.

Signaal

Nieuwe wetgeving met betrekking tot doxen is wenselijk, maar bepaald geen wondermiddel. Het strafrecht heeft de neiging tamelijk ongeschikt te zijn om daden die al zijn gepleegd te voorkomen. Wat wel van belang is, is dat het strafrecht kan dienen als signaal naar de samenleving dat intimidatie niet gewenst is en niet zonder gevolgen voor daders.

Want dat is op dit moment het probleem. Laffe toetsenbordridders kunnen vanuit hun zelfgekozen schaduw met sardonisch genoegen voor grote impact zorgen op de levens van mensen die bijvoorbeeld de publieke zaak dienen.

Tijd om daar iets tegenover te stellen.

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt mij ook met een vast per bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -
Delen