Home > analyse > Het donatiemodel
analyse

Het donatiemodel

Het jaar loopt bijna ten einde, dus het leek mij wel aardig om een verhaal te schrijven over mijn donatiemodel. Ook omdat er hier en daar nog wat misvattingen leven. Lees het als een extra service. Of als een korte beschouwing over het moderne freelancen.

Eerst maar eens even een hardnekkig misverstand uit de weg ruimen. Nee, ik ben niet in vaste dienst. Mijn website is geen ‘extraatje’ bovenop een toch al riant salaris. Sterker nog, ik ben nog nooit in vaste dienst geweest. Mijn ‘salarisstrook’ is volledig afhankelijk van mijn eigen inzet. Er is geen vast bedrag dat maandelijks wordt overgemaakt.

Sta mij toe terug te gaan in de geschiedenis. Toen ik in 1999 voor het eerst stage liep (bij het toenmalige Nieuwsblad van het Noorden) was het journalistieke leven overzichtelijk. Er was nog geen website voor de krant, je ging overdag op pad en tikte stukken die pas de volgende dag op papier bij de lezers thuis werden bezorgd.

Toen ik in 2000 bij het Groninger Dagblad Stad begon op de stadsredactie, met onder meer Mick van Wely (nu Telegraaf), Sander van der Werff (nu AD) en Alfred Meester (nu chef Dagblad van het Noorden) was er ook nog geen website. Ook toen al werkte ik als freelancer.

Rechtbank

Kranten komen en gaan en toen het Groninger Dagblad Stad in 2002 samen met het Nieuwsblad van het Noorden opging in het Dagblad van het Noorden werd ik gevraagd om als rechtbankverslaggever verder te gaan. Eveneens als freelancer. Niet veel later kwamen daar RTV Noord en het ANP bij als opdrachtgevers.

Tot dat moment was het journalistieke leven nog steeds overzichtelijk. Ik werd betaald per uur of per stukje en het was allemaal nog vrij standaard voor wat betreft de arbeidsrelatie. Het moet zo rond 2009 zijn geweest dat ik het idee kreeg dat er meer te halen moest zijn uit het freelance-bestaan. Al wist ik nog niet hoe. Ik begon op mijn twitter-account verslag te doen van rechtszaken onder de #twitcourt en knutselde een website in elkaar, waar ik honderden gratis verhalen plaatste.

In januari 2014 ging dat veranderen Omdat werk nooit gratis is, maakte ik het twitter-account @realtwitcourt aan. Een besloten account waar mensen na betaling toegang kregen tot live rechtszaken en duiding over de rechtspraak. Ik had geen flauw idee of het zou werken, Blendle was er nog niet en mensen waren niet gewend om te betalen voor online content, laat staan voor Twitter.

Tot mijn eigen verbazing kwam er in korte tijd 500 euro binnen op het account. En toen 1000 euro. Langzaam maar zeker steeg het aantal betalende volgers naar een dikke vierhonderd. Genoeg voor een mooie maandelijkse bijverdienste. Hoewel de kritiek niet van de lucht was (‘wanhoopspoging’, ‘dat gaat nooit werken’, ‘voor rechtbankverslagen hebben we de krant’) draait @realtwitcourt nu al zeven jaar.

Blendle

Toen ging het snel. Eerst kwam Blendle om de hoek kijken. Via het journalistencollectief Reporters Online konden freelancers hun stukken op Blendle aanbieden. We kozen voor een tarief van 69 cent per artikel en ineens ging het best hard. In de toptijd ging een verhaal van mij zelfs voor in totaal netto 2500 euro over de toonbank. En dat was dan nog na aftrek van ongeveer 50% kosten. Een bedrag waar je in de reguliere media alleen maar van kon dromen.

Wat snel komt, kan echter ook weer snel gaan. Blendle kondigde aan voor een abonnementsvorm te gaan, waardoor de inkomsten van de topstukken dramatisch kelderden. Ineens kreeg je een ondoorzichtige structuur, waarbij slechts een percentage je deel was.

Dit jaar ontstond bij Reporters Online een ander idee. Want waarom een derde partij je stukken laten publiceren tegen best wel hoge kosten? Kon dat niet beter? Het idee ontstond om niet langer via een derde partij met een betaalmuur te werken (waar de lezer immers tegoed voor nodig had), maar verhalen gratis te publiceren. Maar dan wel met de vraag of mensen er een donatie voor zouden willen betalen.

Voordeel van deze nieuwe opzet was dat we zelf alles konden bepalen en met minimale kosten konden werken. Alleen op de transactiekosten van betaalsystemen zoals iDEAL en Paypal hadden en hebben we geen invloed.

Ook nu zat er natuurlijk een risico aan. Want waarom zouden mensen betalen voor iets dat ze gratis konden lezen? Het risico was echter een stuk minder groot dan in de tijd dat ik met @realtwitcourt begon. Lezers waren inmiddels gewend aan het betalen voor online content, mede dankzij Blendle, Follow the Money en De Correspondent.

En het werkte. Vrijwel meteen vanaf het begin kwamen er donaties binnen op mijn verhalen. Resulterend in een topmaand van netto meer dan 3000 euro. Ik merkte dat mensen niet alleen wilden betalen voor een specifiek stuk (met bijvoorbeeld 1,50 euro of 3 euro), maar ook 10 euro of 25 euro doneerden om mijn werk te ondersteunen. We plakten er bovendien de mogelijkheid bij om een vast bedrag per maand te doneren. En ook dat werkte.

Waardering

Het donatiemodel staat inmiddels en het werkt goed. Het is een manier geworden om waardering uit te spreken voor een verhaal of voor mijn werk. Ook voor mij heeft het model veel voordelen. Ik kan zonder tussenkomst van een chef of eindredacteur onbeperkt schrijven wat ik wil, wanneer ik maar wil en waarover ik maar wil.

Kritiek is er nu ook. Want zorgt een direct verdienmodel er niet voor dat je gaat schrijven wat de lezer wil? Ik denk dat mensen die mijn werk kennen, daar anders over denken. Als ik vind dat ik een verhaal moet schrijven over pedofilie, dan doe ik dat. Als ik in de huid van een dader moet kruipen die iets vreselijks heeft gedaan, dan doe ik dat ook. En als ik vind dat strafkorting voor een verkrachter helemaal niet zo raar is, dan schrijf ik dat ook op.

Dat is het grote voordeel van eigen baas zijn. Ik hoef geen rekening te houden met taboes of gevoeligheden. Als ik vind dat iets geschreven moet worden, dan doe ik dat ook. Ongeacht wat mensen daar van vinden. En ook ongeacht of het wel of niet een commercieel succes gaat worden.

Uiteraard is het zo dat mensen (vooral op Twitter) meteen beginnen over ‘gebedel’. Hoewel ik nooit meer dan een paar tweetjes plaats over een nieuw verhaal, bestaat bij een enkeling kennelijk het idee dat je geen geld mag vragen voor inhoudelijke stukken. En dat is wat mij betreft toch raar. Ik schrijf mijn stukken mede omdat ik in twintig jaar tijd veel kennis en kunde heb opgebouwd. Er zitten zeker negenduizend rechtszaken in mijn hoofd. En dat mag best wat kosten.

Ophef

Natuurlijk is het zo dat een verdienmodel ook een kader heeft. Verhalen die gaan over actuele zaken of de ophef van de week scoren nu eenmaal erg goed. De vraag is echter of dit erg is. In mijn geval schrijf ik die verhalen omdat het mijn werk is om te duiden. Om aan te geven waarom een vonnis tot stand komt of waarom seksueel misbruik een veel breder probleem is dan we denken. De verhalen die veel geld opleveren stellen mij bovendien in staat om stukken te schrijven waar de handen niet voor op elkaar gaan, maar die ik het wel waard acht om ze te schrijven.

Het donatiemodel is voor mij een uitstekende manier om geld te verdienen met verhalen. Het zijn verhalen waar ik geen andere opdrachtgever voor heb. Ik kan niet terugvallen op een vast maandloon. De verhalen op deze site moeten het alleen doen.

Het is mooi dat lezers vaak de meerwaarde zien van deze verhalen. Net zoals het mooi is dat de stukken voor een ieder te lezen zijn. Ook als er geen donatie op volgt.

Veel #supersympathieker kan ik het niet maken.

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt me ook met een vast per bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -