analyse

Steeds meer wappies achter de tralies

Steeds vaker worden zelfbenoemde coronaverzetsstrijders en complotdenkers veroordeeld tot relatief forse (cel)straffen. Zelf roeptoeteren ze over ‘ongekende censuur’, waarmee ze erkennen de wet niet te kennen én niet te snappen hoe vrije meningsuiting werkt. Totale vrijheid voor de een is namelijk de gedwongen beperking voor de ander.

Op maandag 5 juli werd Dennis B. (34) uit Enschede veroordeeld tot een celstraf van zes maanden, waarvan de helft voorwaardelijk. B. is een van de beheerders van de groepschat ‘Exposekanaal’ op de berichtendienst Telegram. In de chat werden zowel RIVM-baas Jaap van Dissel als de burgemeester van Bodegraven bedreigd.

Van Dissel werd neergezet als moordenaar en pedo en er werd opgeroepen om hem op zijn privéadres te belagen. Tijdens zijn rechtszaak verklaarde B. dat hij zich ‘gebruikt’ voelde door het complottrio Micha Kat, Wouter Raatgever en Joost Knevel. In mei werden al twee vrouwen uit hetzelfde Telegramkanaal veroordeeld tot celstraffen van een maand en anderhalve maand.

Geradicaliseerd

Het kan de komende tijd nog druk worden in de gevangenis met geradicaliseerde vrijheidsstrijders, het echte tribunaal is geduldig. Eerder al werden Bart van W. en complotdenker Wouter Raatgever veroordeeld tot relatief forse celstraffen (vier maanden en bruto negen maanden) voor hun aandeel in het belagen van onder meer Van Dissel. Een man uit Ede kreeg al een celstraf van bruto acht weken voor het bedreigen van premier Rutte, de ministers Grapperhaus, De Jonge en Van Ark en Van Dissel.

Er lopen bovendien nog verschillende aangiftes tegen mensen die in hun obsessieve strijd alle perken te buiten gaan, onder meer tegen crimineel Micha Kat. De gestoorde toetsenbordridder hitst anderen vrijwel dagelijks op om in actie te komen, maar verschuilt zich al geruime tijd laf in het buitenland.

Niet alleen in het strafrecht worden harde noten gekraakt. Ook de kortgedingrechter in Den Haag maakte op 2 juli gehakt van de lasterpraatjes van complotdenkers. In een kraakhelder vonnis kreeg het complottrio Kat, Raatgever en Knevel er ongenadig van langs. De rechter constateerde dat er geen greintje objectief bewijs te vinden is voor de malicieuze sprookjesverhalen die het trio al maanden online uitbraakt over satanisch kindermisbruik en kindermoord in de gemeente Bodegraven.

Loze praatjes

Wat de rechter betreft is er in zijn algemeenheid niets mis met het aankaarten van misstanden in de samenleving, maar dan dien je wel ergens met bewijs te komen. Zeker als de loze praatjes de openbare orde verstoren, de veiligheid in het geding brengen en onschuldige nabestaanden een trap na krijgen.

‘Gezien de onmiskenbaar verstrekkende gevolgen die in dit geval de uitlatingen voor de daarbij direct betrokkenen en de openbare orde en veiligheid binnen de gemeente hebben, mag van [gedaagden] worden verlangd dat zij hun uitlatingen slechts doen, indien die van een deugdelijke feitelijke onderbouwing zijn voorzien. Hieraan ontbreekt het echter volledig’

Het lastertrio moet nu niet alleen alle uitlatingen van het internet halen, maar in de toekomst gelijksoortige uitlatingen voor zich houden. Dit alles op straffe van dwangsommen van 5000 euro per overtreding per dag (met een maximum van 200.000 euro) en zelfs een detentie van zestig dagen (lijfsdwang).

Met het vonnis in de hand heeft de gemeente Bodegraven inmiddels beslag laten leggen op de bankrekeningen van het complottrio. Ook zal de rekening van de schade (beveiligingskosten bijvoorbeeld) bij het trio in rekening worden gebracht.

Blauwdruk

Wie de reeks vonnissen van de afgelopen maanden tegen coronaverzetsstrijders en complotdenkers rustig doorleest, komt steeds in grote lijnen dezelfde formuleringen tegen. Feitelijk een mooie blauwdruk voor hoe de rechtspraak aankijkt tegen de vrijheid van meningsuiting in verhouding tot het recht om gevrijwaard te blijven van schadelijke en gevaarlijke leugens en verdachtmakingen.

Wie een ander iets verwijt, moet dat onderbouwen. Met je recht om je te uiten, komt de plicht om zorgvuldig te zijn. Steeds opnieuw is het een afweging van conflicterende belangen, het wegen van de vrijheid van de een om zich te kunnen uiten tegenover het recht van de ander om geen schade op te lopen.

Akelig veel mensen denken nog steeds dat het iedereen in Nederland volledig vrijstaat om maar van alles te roepen. De realiteit is anders. De vrijheid van meningsuiting eindigt waar het (straf)recht begint. Dat klinkt best streng en vervelend, maar heeft een hele duidelijke, logische en rechtvaardige reden; de bescherming van burgers tegen de kwaadwillendheid van een ander.

Daar komt nog eens bij dat die reden door het alomtegenwoordige internet nu actueler en urgenter is dan ooit. Vrijwel iedereen heeft een podium tegenwoordig, waar ook nog eens de hardste schreeuwers het vaakst gehoord worden. Het is meer dan ooit mogelijk om met kwaadwillende leugens mensen te beschadigen. Je hoeft maar een viroloog of politicus met onbewezen nonsens in een hoek te zetten en er zijn altijd wel rancuneuze en gefrustreerde idioten die woorden om willen zetten in daden.

Grondwet

Vrijheidsstrijders die vrijwel zonder uitzondering de verbale woordendiarree niet schuwen, willen nog wel eens wijzen op de grondwet in Nederland. Om specifieker te zijn; artikel 7. Daar staat immers te lezen dat ‘voor het openbaren van gedachten of gevoelens niemand voorafgaand verlof nodig heeft wegens de inhoud daarvan’.

Opmerkelijk is echter dat de strijders vrijwel zonder uitzondering vergeten even door te lezen. Als ze dat wel zouden hebben gedaan, dan komen ze namelijk het volgende zinnetje tegen: ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’.

Met andere woorden: het is toegestaan in vrijheid een mening te uiten, maar je mag daarbij niet de wet overtreden. Die wet verwijst zowel naar het strafrecht als het civiel recht. In het eerste geval mag je bijvoorbeeld niet beledigen, bedreigen en belasteren. In het burgerlijk recht mag je geen onrechtmatige daad jegens een ander plegen. Bijvoorbeeld door een ander zonder bewijs pontificaal en bij herhaling neer te zetten als kindermoordenaar of kindermisbruiker.

EVRM

Mocht u verder willen kijken dan de grondwet, dat kan ook. Artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens bijvoorbeeld. Daar staat het volgende in lid 1:

Eenieder heeft recht op vrije meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen.

Klinkt best onbeperkt, maar wacht: er is nog een lid 2:

‘Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk (proportioneel en subsidiair) zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen..’

Boosmensen willen nog wel eens ageren tegen deze wettelijk beperking van de vrije meningsuiting omdat ze menen dat niemand hen beperkingen op mag leggen. Men voelt zich immers vrij om alles te kunnen zeggen en te doen. Dit gedrag miskent echter de rechtvaardigheid van een samenleving waarin iedereen echt vrij moet kunnen zijn. En dus ook gevrijwaard mag blijven van onterechte verdenkingen die een grote impact kunnen hebben op iemands leven. Lees daarvoor bijvoorbeeld dit treurige verhaal over een man die zwaar beperkt werd door de ongeremde vermeende vrijheid van een ander.

Beknotting

Het is niet gek dat mensen ageren tegen het beknotten van vrijheden, maar toch is dat nodig in een maatschappij waar je met elkaar samen moet leven. Wie voortdurend door een rood verkeerslicht jaagt, ervaart zelf qua mobiliteit ongekende vrijheid, maar zal vroeg of laat anderen ernstig beschadigen.

Verkeersregels blokkeren deels onze vrijheid om ongehinderd te gaan en staan waar we willen, maar geven tegelijkertijd de ander ook de ruimte. Wat dat betreft zijn regels in het verkeer niet veel anders dan regels in het maatschappelijke verkeer. Als iedereen ze in acht neemt, vloeit alles beter door en heeft iedereen er profijt van.

Regels om de vrije meningsuiting aan banden te leggen, moeten uiteraard niet verstikkend werken. In een volwassen debat mogen scherpe en op het oog ongewenste meningen geuit worden en moeten misstanden aan de kaak worden gesteld. Binnen de huidige regels in het recht in Nederland is dat echter meer dan uitstekend mogelijk. Wie met een goede onderbouwing stelt dat iemand crimineel is of een oplichter, zal dat in alle vrijheid kunnen doen.

Maar wie willens en wetens kwaadwillend een ander wenst te beschadigen met groteske nonsens loopt het risico ooit tegen de lamp te lopen en zijn eigen vrijheid te verliezen.

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt mij ook met een vast per bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -
Delen