Ik vind het soms interessant om mij bezig te houden met wat wappies en complotdenkers allemaal over mij zeggen. Al was het maar omdat ik dan in de gelegenheid ben om dingen uit te leggen aan de wat meer intellectueel begaafde meelezers. Zo denken sommige wappies bijvoorbeeld dat ik bij de geheime dienst werk omdat ik ’te veel weet’. Nee, dit is geen grap. Nou, laten we dat eens uitleggen.
Ze zijn er maar druk mee.
Want hoe kan het nou dat die vermaledijde Chris Klomp inzage heeft in rapporten, strafbladen en vrijwel de hele geschiedenis van mensen? Hoe kan hij nou weten waar mensen van worden verdacht, terwijl dat nog helemaal niet in de reguliere pers is verschenen?
Hoe is het toch mogelijk dat hij ‘anoniempjes’ op sociale media zo snel weet te ontmaskeren? En waarom zijn journalisten sowieso zo snel ter plaatse als er iets aan de hand is? Werken ze soms samen met de politie? Met de satanische deepstate-overheid?
Er zijn zelfs wappies die hierover aangiftes indienen. I kid you not.
Luchtmacht
Ik ben als journalist beslist geen uitzondering als het om deze kritiek gaat, want als relatief bekende wappie-fluisteraar ben ik iedere dag wel ergens afwisselend in dienst van de AIVD, NCTV, CIA, FBI, EO, NCRV of MIVD.
U hoeft maar naar de verwarde TikTok-filmpjes van Alice Bosman te kijken en het komt allemaal voor de 30.000ste keer voorbij,
Met dat ‘MIVD’ (Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst komen wappies trouwens het dichtst in de buurt, want ik heb twee jaren bij de Koninklijke Luchtmacht gewerkt. Kan ik verder niet veel over zeggen, anders moet ik jullie allemaal vermoorden.
Ook dat is voor wappies overigens kennelijk te ingewikkeld, want blijkbaar hebben ze nog nooit gehoord van de dienstplicht. Laat staan van de mogelijkheid die er ooit was om (kort) bij te tekenen in verband met de transitie van dienstplichtleger naar beroepsleger.
U wil niet weten hoeveel mensen mij mailen met de dringende vraag om even te bewijzen dat ik inderdaad legitiem in het leger heb gezeten. En welke functie ik dan wel niet had.
Vak
Anyway. Terug naar het onderwerp.
Dat serieuze journalisten (dat is iets anders dan de ‘vrije journalisten’) doorgaans meer weten dan Henk en Ingrid is precies waarom we professionele journalisten zijn. Dat is ons vak. Het is wat we dagelijks doen. We hebben jaar na jaar training gehad in het zoeken naar informatie (de studie Journalistiek is een opleiding van vier jaren) en bovendien twee keer drie maanden stage gelopen (bij twee verschillende nieuwsmerken) om het het vak in de praktijk te leren.
Dat is uiteraard nog maar het begin. Ervaren journalisten (zeker de nieuwsjournalisten) hebben door de tijd heen een heel groot netwerk om zich heen opgebouwd.
Misschien weten sommige mensen dat niet, maar ik begon al in 2000 met mijn journalistieke loopbaan en ging van lokale media (radio en ochtendkrant) via regionale media (radio en kranten) naar landelijke media (Algemeen Dagblad, tijdschriften, 3FM, Algemeen Nederlands Persbureau).
Zo heb ik jaren gewerkt in Groningen, Friesland, Drenthe, Overijssel en Gelderland (als correspondent en als rechtbankverslaggever). Daarnaast struinde ik anderhalf jaar in de stad Groningen rond als stadsverslaggever voor een nieuwe ochtendkrant. In Amsterdam was ik rechtbankverslaggever en algemeen verslaggever, in Rotterdam verzorgde ik vijf jaren lang de algemene verslaggeving (ook internationaal) en in Den Haag werk ik nu al weer heel wat jaartjes als rechtbankverslaggever én opiniemaker.
Contacten
In die hoedanigheid verzamel je als journalist vakmatig een heleboel contacten. Van forensisch specialisten en officieren van justitie tot rechercheurs, politici en collega’s. Ik heb zo naar schatting zeker tweeduizend waardevolle contacten in mijn telefoon staan.
Mensen die ik kan bellen en die dingen weten.
Tegenwoordig noemt iedere boerenlul en ontslagen zwembadjuf zich natuurlijk (al dan niet ‘vrije’) journalist (en dat mag ook), maar dit soort dingen hebben ze dan weer niet. Het is een van de redenen dat journalistiek een vak is. Je kunt jezelf in Nederland (helaas) wel gratis en voor niets de titel van journalist geven, maar dan komen de ervaring en de vaardigheden niet meteen mee.
Net zoals iemand die zichzelf astronaut noemt ook niet binnen een jaar op de maan staat.
En laat ik dan maar even zwijgen over de mensen die zichzelf jurist noemen.
Spannend?
Niet zelden klinken dingen spannender dan ze zijn overigens.
Inzage in strafbladen? Is er serieus een systeem van de overheid waar journalisten in kunnen bladeren? Nou nee, een strafblad komt naar voren tijdens rechtszaken. En journalisten zitten nu eenmaal bij rechtszaken. Hetzelfde geldt voor rapporten van psychiaters, psychologen, de Reclassering en het Pieter Baan Centrum (PBC).
Daarnaast heeft de rechtspraak natuurlijk een uitstekende website, waar tienduizenden vonnissen openbaar te lezen zijn. Ik weet niet of u dat wel eens doet, maar het zal u verbazen hoeveel gevoelige informatie te lezen is in die stukken.
Dit staat overigens los van het gegeven dat goed ingevoerde journalisten soms wel degelijk inzage hebben in rapporten en dossiers. Laten we zeggen dat een bepaalde beroepsgroep binnen de strafrechtketen graag en veel lekt. Ik kan de situaties niet meer tellen dat ik zat te bladeren in een compleet strafdossier.
Thuis of aan de keukentafel bij een derde.
Er zijn overigens wel systemen. Mensen met een speciale rechtspraakperspas (zoals ik) kunnen niet alleen ongecontroleerd door scanstraten op rechtbanken, maar we kunnen ook in een omvangrijk online bestandenpostbus van het Ministerie van Justitie en Veiligheid bladeren door alle rechtszaken die dienen in Nederland.
Straf en civiel. Rechtbanken en gerechtshoven. En dat levert ook een schat aan informatie op. Bij kort gedingen bijvoorbeeld staat het hele door een advocaat aangeleverde dossier vaak online.
Psychiatrie
Soms is het nog makkelijker. Zo was gestoorde ziel, waxinelamphoudergooier en complotdenker Erwin Lensink eens laaiend dat ik zijn hele psychiatrische geschiedenis (inclusief de namen van zijn vele psychiaters) op kon dreunen. Ik was natuurlijk corrupt, een staatshoernalist, een geheim agent, een satanische pedofiel en noem het allemaal maar op.
Hij was alleen even vergeten dat hij alles zelf van A tot Z op zijn eigen website had gezet….
Niet zelden worden mensen ook boos omdat ik correspondentie van het OM of de politie laat zien. Hoe kom ik daar in hemelsnaam aan? Ik moet wel voor het OM werken! Informatie van mijn vriendjes bij de politie!
Grappig genoeg krijg ik wat dat betreft ook wel eens een telefoontje van mijn vrienden bij de politie. Wie heeft er gelekt, Chris?
Niemand. In negen van de tien gevallen zit het anders. Complotdenkers en wappies hebben namelijk nogal de neiging om zelf alles online te zetten. Simpel. X is wat dat betreft een enorme bibliotheek geworden.
Een bodemloze snoeppot voor nieuwsgierige journalisten.
Ontmaskeren
En dan het vinden van ‘anoniempjes’ op sociale media. Hoe gaat dat dan? Voor een deel doe ik dat zelf. En ook dat is helemaal niet zo spannend. Verreweg de meeste mensen laten sporen achter. Ga bijvoorbeeld maar eens naar een willekeurig anoniem account op X, klik ‘MEDIA’ aan en scroll helemaal naar beneden.
De kans is heel erg groot dat er ergens een foto te zien is, waar een adres op te herkennen is. Of een telefoonnummer, of een naam. Of een familielid of vriend of vriendin.
Soms is het iets lastiger en moet je het doen met een huisdier. Even een screenshot maken en door Google of AI gooien en je zit zo op een Facebook-account van het baasje. Facebook is sowieso ook een snoeppot, want opvallend veel mensen posten ‘anoniem’ foto’s op X, die direct op Facebook terugkomen. Maar dan wel onder eigen naam.
Dit uitzoekwerk kan best tijdrovend zijn, maar ik prijs mij gelukkig met de aanwezigheid van een paar tweeps die nog veel beter kunnen zoeken dan ik. En dat met liefde doen ook.
En nee, dat valt niet onder het strafbare doxing. Die wet kent namelijk meer voorwaarden dan het onthullen van een naam alleen.
Snel
Er wordt ook wel eens geklaagd over dat journalisten altijd ergens heel snel bij zijn. Bij een moord bijvoorbeeld. Of een inval, vermissing of familiedrama. En ja, dat werk heb ik ook gedaan: vijf jaren hit-and-run voor het Algemeen Dagblad. Met de poten in het bluswater dus.
Nou, ook dat is vrij simpel: journalisten zijn aangesloten bij persalarm-systemen. We krijgen dus letterlijk een belletje of sms’je van de politie. Of de brandweer. Of de ambulancediensten. Doorgaans gaat dat automatisch bij een zogenaamde Prio1-melding. Soms spreekt een woordvoerder een tekst in.
Onze belangrijkste bron zit echter elders: lekkage.
U wil niet weten wie er allemaal informatie lekken. Advocaten, de overheid, politici, criminelen, omwonenden, familie, de zus van de broer van de neef van de medewerker van de kinderopvang. Mensen praten en dat doen ze gemakkelijk en veel.
Een beetje journalist weet mensen natuurlijk ook aan het praten te krijgen.
Er zijn uiteraard wel meer manieren om achter zaken te komen en meer beroepsgroepen die lekken, maar ik ga mensen niet wijzer maken dan ze zijn. Het zal u verbazen wie er allemaal de bereidheid hebben om open kaart te spelen.
Omdat ze daar natuurlijk zelf belang bij hebben.
OSINT
Sinds de digitalisering van zo’n beetje alles, maken journalisten ook vaak gebruik van OSINT (Open Source Intelligence). Dat klinkt heel erg spannend allemaal, maar het bestaat simpelweg uit goed zoeken in openbare bronnen.
Bizar veel informatie staat gewoon (ergens) online. Je hoeft alleen maar te weten hoe je er in een gigantisch woud aan gegevens bij kan komen, omdat het anders wel heel erg tijdrovend kan worden.
Of contact hebben met mensen die er heel erg handig in zijn…
De belangrijkste vraag is dan natuurlijk: mogen wij dat doen?
Jazeker. En we hebben daar zelfs bronbescherming bij. Als de politie of het OM wil weten wie mij informatie heeft verstrekt, dan mag ik een beroep doen op mijn bronbescherming. Die is natuurlijk niet oneindig, maar het landsbelang moet wel erg groot zijn wil een rechter mij dwingen om te gaan praten.
En dan nog hoef ik niet te gehoorzamen.
So now you know.
Waardeer dit artikel!!
Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt mij ook met een vast bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.
