Home > analyse > De twaalf gekste vooroordelen over de journalistiek
analysemedia

De twaalf gekste vooroordelen over de journalistiek

Het is in bepaalde activistische kringen best hip om af te geven op de journalistiek in Nederland (lees: jullie moeten dood!). Hoewel er genoeg fout gaat, rust een groot deel van de kritiek hier en daar op wat bijzondere vooroordelen. Dit is een verhaal over de twaalf gekste denkfouten. En over de oplossing.

Laat ik beginnen met een disclaimer. Want dat is tegenwoordig ook allemaal vrij hip. Ik adoreer de journalistiek in Nederland niet. Er gaat genoeg fout, mediabedrijven kiezen (al dan niet gedwongen) deels of geheel voor een clickgedreven beleid. U heeft het vast allemaal al wel gezien. De ‘man-bijt-hond’-verhalen nemen hand over hand toe. Hoewel daar wel degelijk een journalistieke gedachte achter zit (bereik kun je bereiken door een mix aan te bieden) kan ik mij ook voorstellen dat het mensen afstoot.

Dat gezegd hebbende is een deel van de kritiek van obsessieve media-haters op zijn zachtst gezegd onterecht en als ik het wat harder neerzet gewoon lachwekkend. Laat ik eens wat vooroordelen op een rijtje zetten. Zonder overigens alomvattend te zijn.

1 – Jullie schrijven nooit over onderwerp X, Y, Z

Het klopt dat wij niet over alle onderwerpen schrijven. Er is geen 100% dekking. Dat is ook onmogelijk. Iedere dag (en ja, die duurt 24 uur, landelijke media werken online 24 uur door) dienen zich duizenden en duizenden berichten aan. Daar is simpel geen ruimte voor (ook online niet). Maar: in de regel zien wij dat mensen die beweren dat we niet over onderwerp X, Y, Z schrijven niet verder kijken dan hun neus lang is. Een korte zoekslag leert doorgaans dat we er wel degelijk over hebben geschreven. Rudy Bouma (verslaggever Nieuwsuur en erkend debunker) kwam onlangs met een mooi voorbeeld. Een criticus kon het niet geloven dat de NOS geen letter schreef over vliegverkeer tussen Israël en de Emiraten. Dat was toch historisch? Wat schreef de NOS: ‘Historische eerste vlucht van Israël naar Verenigde Arabische Emiraten’

Ik bedoel maar. En zo kan ik probleemloos honderden voorbeelden geven.

2 – Ik zie overal dezelfde berichten verschijnen. Jullie spreken dit onderling af!

Hoewel verreweg de meeste kranten in Nederland in handen zijn van twee grote mediabedrijven (DPG Media en Mediahuis, amai) is er een logische verklaring voor het gegeven dat een deel van de verhalen soms erg op elkaar lijkt. Omdat wij niet overal tegelijk kunnen zijn (we zijn niet met 130.000 man/vrouw personeel) maken we gebruik van nationale persbureaus zoals ANP en internationale zoals Reuters, AP en AFP. Die verhalen worden gewoon geschreven door journalisten en aangeboden aan de aangesloten kranten. Is het ANP dan wellicht een staatsdienst? Nee, bepaald niet (hoi John de Mol). En daar komt bij dat het ANP ook weer gebruik maakt van kleinere persbureaus in de regio, waar gedreven journalisten werken.

3 – Jullie komen tegenwoordig helemaal niet meer op locatie en doen het allemaal lui vanaf het bureau. Ik zie jullie nooit

Hoewel sommige journalisten best lui zijn, kan ik uit ervaring vertellen dat verreweg de meeste journalisten doorgaans nogal hard werken, of eigenlijk: lang (bouwvakkers werken hard). Werkdagen van twaalf uur of meer zijn helemaal niet zo raar in sommige takken van de journalistiek. Daar komt bij dat de telefoon ook nog eens altijd aan staat. Dat gezegd hebbende: hoewel journalisten natuurlijk van gehard staal zijn, zijn wij ook niet helemaal immuun voor het coronavirus. Dat betekent in dit geval dus dat wij in deze periode gedwongen grotendeels vanuit huis werken. We doen ons best en we gaan nog wel degelijk ‘op locatie’, maar minder dan voorheen. Het zou wat zijn als journalisten het virus verspreiden, ik vermoed zo maar eens dat u ons dan nog minder leuk vindt.

4) Journalisten worden betaald door Soros en Bill Gates en zijn onderdeel van de Cabal. Ik heb geen respect voor jullie.

Nee, zie hier en hier en hier en hier. En hier. En respect is geen eenrichtingsverkeer.

5) Het is te bizar voor woorden dat jullie gewoon goede kopij van veel regionale kranten op jullie site en in jullie krant zetten. Dat is schaamteloos jatten.

Dat zou je zo kunnen noemen, ware het niet dat bijvoorbeeld DPG Media regionale kranten in bezit heeft. Het zijn zusterkranten. Wat in bijvoorbeeld De Stentor, BN de Stem, De Gelderlander, Parool of PZC staat, kan gewoon ook in het AD terechtkomen. Het is hetzelfde bedrijf. Zo vergroot het bedrijf de slagkracht en krijgt u meer nieuws uit de regio. Andersom werkt het ook. De nieuwsdienst van het AD maakt het binnenlandse en buitenlandse nieuws voor de zusterkranten.

6) Grote bedrijven bepalen wat er in de media komt. Zij betalen immers.

Nee en ja. Grote bedrijven bepalen niet wat er in de krant of online verschijnt. Het is niet dat een directeur van een bedrijf even een mailtje stuurt met zijn of haar wensen (en als hij/zij het doet, dan geven wij daar nog geen gehoor aan). Ja, bedrijven betalen de media (maar in coronatijd veel minder of helemaal niet). Dat noem je advertenties. Willen ze daar iets voor terug? Ongetwijfeld, maar het is aan de journalistiek om daar stellig in te zijn en te blijven zijn. Uiteraard worden wij gebombardeerd met persberichten van bedrijven, personen, instellingen, organisaties en de moeder van de voorzitter van de speeltuinvereniging, maar het is en blijft aan ons om de commerciële bedoeling daarachter te zien en er een afgewogen oordeel over te geven. Dat is ons vak. Is het nieuws? Is het van waarde? Hoe wegen we dit?

7) Ik ben helemaal klaar met jullie, want jullie lijken de Ombudsman wel met al die stukken over eten en auto’s en opvoedtips. Dat is geen journalistiek. En dat shownieuws slaat helemaal nergens op.

Oké, doei!

Nee, geintje. Wat journalistiek precies is, daar kun je een hele boom over opzetten, het liefst in een fijne kroeg (maar nu even niet). Feit is wel dat we niet meer in de jaren ’50 leven en dat mensen naast het harde nieuws ook graag willen lezen over ‘alledaagse’ zaken. Sterker: het is ook (let wel: ook) de taak van de journalistiek om leerzame en positieve verhalen te schrijven waar mensen meteen wat aan kunnen hebben in de praktijk. Het is uiteraard zeer waardevol om te lezen over de inherente integriteit van de bevolking van Burkina Faso tijdens een laagconjunctuur, maar weten hoe zwaar je je caravan mag beladen kan in de aanloop naar de vakantietijd ook wel handig zijn.

En laten we eerlijk zijn, we tikken ons blauwe vingers aan belangwekkend nieuws, maar u klikt toch echt massaal op het gedragen ondergoed van de onlangs bevallen Katy Perry. En geloof het of niet, maar daardoor kunnen journalisten weer wat meer doen aan het harde nieuws.

8) Dikke onzin, want de NOS doet het niet

Dat klopt. Of eigenlijk: die doen het veel minder. Maar goed, de NOS krijgt een dikke zak geld (die wel steeds dunner wordt) van de overheid (eigenlijk van u) en die verkeren in de positie om het op dat gebied wat rustiger aan te doen. Zo simpel is het ook.

9) Jullie schrijven nooit over chemtrails en complotdenkers en noemen complotdenkers gekken. Belachelijk

Dat klopt niet. We schrijven er wel degelijk over, maar in beperkte mate en kritisch. Waarom? Omdat er doorgaans geen enkel wetenschappelijk bewijs voor te vinden is. Sterker: er is afdoende bewijs voor het gegeven dat de hele theorie over bijvoorbeeld chemtrails dikke onzin is. Waarom we er soms dan wel over schrijven en dit kritisch doen? Omdat we van jullie geleerd hebben dat we wakker moeten zijn en kritisch moeten kijken (nee, geintje, dat hebben we niet van jullie geleerd). We zeggen ook al niet in de krant of online dat complotdenkers gekken zijn. Sterker: we schrijven in nieuwsverhalen juist op dat dit niet altijd zo is.

10) Wacht maar stelletje landverraders, over een jaar zijn jullie van de MSM allemaal dood en begraven

Hoewel ik persoonlijk niet uitsluit dat sommige journalisten de gerede kans lopen om over een jaar dood en begraven te zijn, verwacht ik niet dat de journalistiek als geheel dood en begraven zal zijn. Er zal zeker een verschuiving plaatsvinden en de papieren krant zal zeldzamer worden. De journalistiek zal vooral online te vinden zijn en dat zal steeds vaker tegen betaling zijn. Al was het maar om ervoor te zorgen dat het nieuws niet overal hetzelfde is, we kritisch op de macht kunnen blijven en we als verslaggevers op zo veel mogelijk plekken kunnen zijn.

Of niet, natuurlijk, maar dan moet u verder ook niet zo zeuren.

11) Ik kan online op jullie nieuwssites echt niets vinden over [insert verhaal uit de jaren ’80-begin jaren ’90)

Dat klopt, toen bestond het internet voor ons nog niet.

12) Ik vindt gewoon dat jullie je werk beter moeten doen

Dat trekken we ons aan. Er gaat inderdaad soms best wat fout. Taalfouten bijvoorbeeld. Een gruwel. Daar moeten we scherper op zijn. Daar zijn geen excuses voor. Dat gezegd hebbende: het kan soms best voorkomen dat er ietwat te weinig personeel is op een redactie (lees: thuis). En het kan ook best soms voorkomen dat een redacteur en een eindredacteur zestig ballen tegelijk in de lucht moeten houden EN ook nog eens graag het nieuws (voor u) graag snel willen brengen. En dan is het heel gek: maar dan blijken ook journalisten in plaats van halfgoden gewoon mensen te zijn. Die fouten maken.

Is daar een oplossing voor? Nooit helemaal 100%. Maar als u enorm boos wordt over menselijke fouten en meent dat de journalistiek corrupt is, liegt en geld aanneemt van duistere machten, probeer dit dan actief te bestrijden (niet door ons fysiek aan te vallen, ik zeg het er maar even bij) door te overwegen om een abonnement af te sluiten op een krant of onlinedienst naar keuze. Mag best digitaal. Als u dat nou massaal doet, dan beloof ik beterschap. Want met uw geld kunnen wij onszelf verbeteren en u noodzakelijke kennis geven.

Zo werkt dat in de echte wereld.

Waardeer dit artikel!!

Als je dit artikel waardeert en je waardering wilt laten blijken met een kleine bijdrage: dat kan! Je kunt mij ook met een vast per bedrag per maand steunen: klik dan hier. Zo help je onafhankelijke journalistiek in stand houden.

Mijn gekozen donatie € -